buitenland

De zeldzaam eerlijke stem van de onbekende buurman van Kiprich

Door Jelte Wiersma - 04 mei 2015

Jelte Wiersma neemt afscheid van een Brusselse woordvoerder die carrière-technisch uit het verkeerde land komt.

Márton Hajdú (36) was woordvoerder van de Permanente Vertegenwoordiging van Hongarije bij de Europese Unie (EU). Ondanks de bescheiden status van zijn land komen op zijn afscheidsreceptie de invloedrijkste journalisten van Brussel.

Zoals Peter Spiegel (54), van de Britse Financial Times. ‘Na de Griekse woordvoerder had Márton de lastigste baan. Maar hij loog nooit en liep nooit te spinnen,’ zegt Spiegel tijdens de receptie op de ambassade.

Hajdú werd in 2010 aangesteld omdat Hongarije begin 2011 voorzitter zou worden van de EU. ‘Het was een ruige rit,’ zegt hij. Want in datzelfde jaar trad Viktor Orbán aan als premier – iemand die in Brussel vaak relletjes veroorzaakt. Aan Hajdú de taak om uitleg te geven. Péter Györkös (51), de Hongaarse ambassadeur: ‘Dat heeft hij gedaan zonder ongelukken.’

Hajdú groeide op in Tatabánya. Tot 1989 was voetballer József Kiprich zijn buurman. Die ging dat jaar naar Feye­n­oord en verwierf de bijnaam De tovenaar van Tatabánya. Hajdú: ‘Wij speelden als kinderen altijd met de koplampwissers op zijn Lada.’

‘Amerikaans’

Amerikaanse vrijwilligers die in Hongarije lesgaven, maakten Hajdú’s wereld groter: ‘Zij leerden mij de Amerikaanse manier van denken.’ Hajdú was dan ook een dankbare spreker voor Amerikanen die Oost-Europa wilden begrijpen.

En voor West-Europeanen wier denken hij leerde als student in Breda. Hij was graag woordvoerder gebleven en solliciteerde bij de Europese Commissie. Die wees hem af. ‘Dat heeft vast niks met mijn land te maken,’ zegt hij met een ironische glimlach.

De slechte reputatie van Orbán heeft in Brussel gevolgen voor zijn landgenoten. Hajdú wordt maar weer ambtenaar op het directoraat-generaal ­Mededinging waar hij tot 2010 werkte. Daar mag hij niet publiek spreken. Brussel verliest een zeldzaam eerlijke stem.

Elsevier nummer 19, 9 mei 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.