cultuur

Waarom Elsevier de volledige naam vermeldt van Tarik Zahzah

Door Arendo Joustra - 31 januari 2015

Elsevier kiest ervoor de volledige naam te vermelden van NOS-indringer Tarik Zahzah, en laat ook het balkje achterwege. Journalisten zijn er om te melden wat ze weten en zien.

Tarik Zahzah of Tarik Z.? Iedere journalist en elk medium mag natuurlijk zelf uitmaken hoe de NOS-indringer wordt betiteld. En of hij wordt afgebeeld of niet. En of er een zwart balkje voor zijn ogen wordt geplaatst of niet.

Pluriformiteit van de pers houdt in dat je hierover geen gelijkgeschakeld standpunt hoeft te hebben, hoewel de Raad voor de Journalistiek daar anders over denkt. Die vindt in de meeste gevallen dat verdachten en daders met initialen moeten worden aangeduid en niet herkenbaar mogen worden afgebeeld.

Zendtijd

Elsevier kiest er voor de volledige naam van de NOS-indringer te vermelden en het zwarte balkje weg te laten. Met een vuurwapen in de hand eiste hij tien minuten zendtijd op de nationale televisie. Dan is het toch vreemd om hem te anonimiseren?

Wie de publiciteit zoekt, krijgt de publiciteit. Dat geldt voor de politicus net zo goed als voor de kaper.

Voor Zahzah geldt hetzelfde als voor Mohammed Bouyeri. Die vermoordde in 2004 filmmaker Theo van Gogh en nagelde met een mes een brief op diens borst die gericht was aan Ayaan Hirsi Ali. Twee daden die moeilijk vallen te rijmen met een streven anoniem door het leven te gaan.

Pim Fortuyn

Iets dergelijks kan ook worden gezegd over Volkert van der Graaf, die in 2002 de populaire politicus Pim Fortuyn vermoordde. Hoe kun je met zo’n daad, die de samenleving schokte en de Nederlandse democratie blijvend heeft veranderd, verwachten dat je anoniem mag blijven?

Veelal meten de Nederlandse media met twee maten. Als publieke personen een misdrijf plegen, komen ze gewoon met foto en volledige naam in de krant. Denk aan de voetballer Patrick Kluivert die werd veroordeeld voor ‘dood door schuld’ omdat hij een verkeersongeval had veroorzaakt waarbij een man was omgekomen.

Als een onbekende een misdrijf pleegt, mag deze bij media rekenen op bescherming van zijn privacy. Dan gelden opeens hoogdravende verklaringen dat iemand na zijn straf zijn leven weer normaal moet kunnen hervatten (‘resocialisatie’).

Voor publieke personen (politici, ondernemers, artiesten, sporthelden) gelden die normen blijkbaar niet.

Publiek persoon

De Belgische kwaliteitskrant De Standaard hanteert een afwijkende regel. Moordenaars van publieke personen worden door hun daad zelf ook een publiek persoon. En worden door die krant dan ook met hun volledige naam aangeduid. Een heldere richtlijn, die Elsevier eveneens hanteerde bij Volkert van der Graaf en Mohammed Bouyeri.

Terecht vragen velen zich af waarom verdachten en daders überhaupt door journalisten met initialen worden aangeduid. Het is niet zo dat media de volledige naam niet zouden weten.

Zeker als een rechtszaak tegen een verdachte wordt aangespannen, is de volledige naam openbaar. In Nederland is openbare rechtspraak immers ingevoerd om de verdachte te beschermen tegen onrecht.

Feiten

De media zijn er toch voor om de feiten te melden? Niet om feiten en namen van verdachten en daders weg te laten. In bijvoorbeeld de Verenigde Staten hebben de media weinig scrupules wat dit betreft. Behalve de volledige naam wordt vaak ook nog het woonadres gemeld.

Niet alleen bij grote criminelen, maar ook bij winkeldieven. Ook in de kwaliteitskranten die in Nederland door journalisten worden bewonderd en nagedaan.

In de Verenigde Staten vinden journalisten niet alleen dat ze de feiten moeten melden, maar sommige media hopen waarschijnlijk ook dat het vermelden van naam en adres een afschrikwekkende werking heeft.

In Nederland nemen veel media juist het tegenovergestelde standpunt in. Zij geloven dat een dader de mogelijkheid moet krijgen om na zijn straf weer gewoon mee te draaien in de samenleving en daarom betere anoniem kan blijven. Geen journalistieke afweging, maar een afweging tussen de belangen van de dader en die van de maatschappij.

Privacy

Wellicht speelt ook de strenge privacywetgeving in Nederland nog een rol bij de keuzes die de media maken. Uiteindelijk kan een rechter zich desgevraagd uitspreken over de vraag wat in een specifiek geval zwaarder moet wegen, de privacy van de verdachte en de veroordeelde crimineel of het recht op vrijheid van meningsuiting van de journalist.

Ongetwijfeld heeft die privacywetgeving een afschrikwekkende uitwerking op journalisten en media.

Wat donderdagavond nog opviel is hoe snel journalisten Tarik Zahzah opeens ‘verdachte’ gingen noemen. Zelfs journalisten die hem met eigen ogen de NOS-portier met een pistool hadden zien bedreigen.

Van ‘indringer’, ‘gewapende man’ en ‘dader’, werd hij, eenmaal door de politie op de grond gedwongen opeens ‘verdachte’. Alsof de rechtszaak al was begonnen.

Rechters

Je bent verdacht als je nog niet door de rechter bent veroordeeld, en terecht is de juridische taal heel precies. Maar het moet voor de kijker toch een beetje vervreemdend zijn als journalisten die ooggetuigen zijn, opeens vervallen in juridisch jargon.

Alsof ze opeens onzeker zijn van wat ze met eigen ogen hebben mogen aanschouwen. Rechtspraak is in Nederland gelukkig in handen van rechters, journalisten moeten gewoon berichten wat ze weten en zien.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.