economie

De bitcoin? Daar is niet veel van over

Door Michiel Dijkstra - 09 maart 2015

Na zijn stormachtige opkomst in 2013 is de nieuwe munt onderhand een karikatuur geworden.

Bitcoin, hoe gaat het daar eigenlijk mee? De internet­valuta vormde een jaar geleden het middelpunt van een rage. De technologie erachter zou banken overbodig maken en het financiële systeem democratiseren.

Bovenal genereerde bitcoin een enorme goudkoorts terwijl hij steeds verder in waarde steeg, tot boven de 1.000 euro eind 2013.

Gelovigen in de beloften van bitcoin zijn er nog steeds, maar het vuur in de retoriek is verdwenen.

Omverwerpen

De munt is veel minder gewild geworden sinds de prominente bitcoin-beurs Mt. Gox in februari 2014 werd gesloten – er was sprake van fraude. Eind februari 2015 was een bitcoin nog maar 220 euro waard.

In veel opzichten is de bitcoin-wereld een karikatuur geworden van de financiële sector die zij omver wilde werpen. De munt is zo opgezet dat er geen valse bit­coins in omloop komen zolang diegenen die nieuwe munten creëren – ‘mijnen’ wordt dat genoemd – samen geen dominante groep vormen.

Maar dit is onderhand wel het geval. Bitcoins mijnen gebeurt door computers steeds ingewikkelder berekeningen te laten uitvoeren. Al snel nadat de bitcoin populair werd, ontstond er een ware wapenwedloop in computerkracht, waardoor nu een zeer klein gezelschap, met de beste computers, het merendeel van de nieuwe bitcoins mijnt.

Retraite

Dat ze nog geen valse munt in omloop hebben gebracht, komt vermoedelijk omdat dit de waarde van de munt onderuit zou halen: dan kunnen ze de grote investeringen in computers niet terugverdienen.

De digitale mijnbouwers en andere bitcoin-vips ontmoetten elkaar begin februari op een Caribisch eiland op een besloten retraite. Niet heel democratisch.

Het lijkt er dan ook op dat de bitcoin, ondanks het vernuft en de computerkracht die erin is gestoken, geen lang leven is beschoren. Wie weet verzint iemand over een paar jaar een nóg slimmer systeem dat wel werkt.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.