nederland

Van Den Haag naar zakenleven: 5 ‘draaideur’-politici

Door Servaas van der Laan - 29 januari 2016

VVD-Tweede Kamerlid Bart de Liefde verruilt de politiek voor een baan als lobbyist bij taxidienst Uber. Hij is niet de eerste politicus die Den Haag verlaat voor het zakenleven. Vijf veelbesproken voorbeelden:

  • VVD-Kamerlid Bart de Liefde pikt zijn oude beroep als ‘lobbyist’ weer op. Als nummer 36 op de VVD-lijst in 2012 zag hij zijn einde als Kamerlid bij de volgende verkiezingen naderen. Dat hij een baan bij Uber niet laat schieten, is om die reden begrijpelijk. Vooral omdat hij als Kamerlid, woordvoerder ‘Mededinging’, meerdere keren liet blijken Uber een sympathieke club te vinden.
    Zo hield hij in 2014 in de Kamercommissie Economische Zaken een pleidooi voor de taxidienst. ‘Ik zou graag van de minister de bevestiging horen dat in Nederland een verbod van Uber op lokaal niveau niet mogelijk is,’ zei De Liefde toen. Op zich staat het een Kamerlid vrij om – het liefst na afloop van zijn termijn – te gaan werken bij een bedrijf dat in zijn straatje ligt. Het is vele malen minder erg dan een Kamerlid dat vrijwillig opstapt om vervolgens van wachtgeld te leven.
    Wel enigszins zorgelijk is dat De Liefde, net als andere ex-Kamerleden, zijn toegangspasje voor de Tweede Kamer tot in lengte der dagen mag behouden. Dat zal hem goed uitkomen in zijn nieuwe baan als lobbyist en geeft hem een duidelijk voordeel ten opzichte van andere lobbyisten en belangenbehartigers.

  • Anders dan bij Kamerleden ligt de overstap van een bewindspersoon naar het bedrijfsleven dikwijls gevoelig. Een recent geval is dat van Camiel Eurlings (CDA). Hij was minister Verkeer en Waterstaat in kabinet-Balkenende IV en werd gezien als een veelbelovend talent binnen het CDA. Toch trok hij zich na zijn bewindsperiode terug uit de politiel, omdat hij meer tijd wilde om een gezin te stichten. De relatie met zijn vriendin liep stuk en in april 2011 werd hij benoemd in de directie van Air France-KLM.
    Die aanstelling was omstreden te noemen, omdat Eurlings zich tijdens zijn ministerschap meerdere keren had ingezet voor Air France-KLM. Zo voerde hij minimaal drie maatregelen in die in het voordeel waren van de Nederlands-Franse luchtmaatschappij. Eurlings liet destijds via zijn woordvoerder Jack de Vries (CDA) weten dat er geen verband is tussen deze zaken. Heel lang hield Eurlings het overigens niet vol bij de vliegmaatschappij. Na iets meer dan een jaar stapte Eurlings alweer op als KLM-topman. Tegenwoordig werkt Eurlings bij creditcardmaatschappij American Express.
  • Het schandaal dat rond Jack de Vries (CDA) ontstond had niet zozeer iets te maken met zijn overstap naar het bedrijfsleven, maar meer met de oorzaak van zijn vertrek als staatssecretaris van Defensie op 14 mei 2010. De Vries onderhield een buitenechtelijke affaire met zijn persoonlijke adjudant waarmee hij enkele keren in Afghanistan was geweest. Nu zijn buitenechtelijke affaires altijd afkeurenswaardig, maar binnen het CDA valt vreemdgaan onder de zeven hoofdzonden.
    De Vries kon niet anders dan vertrekken en af te zien van een eventuele plek in het parlement bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2010. Nadat het er aanvankelijk op leek dat De Vries terug zou keren in de politiek, koos hij in 2011 toch voor het bedrijfsleven. Hij werd directeur van de Nederlandse tak van adviesbureau Hill & Knowlton. Dit kantoor behartigt onder meer de belangen van de fabrikant van de Joint Strike Fighter (JSF). Door een gedragsregel bij Defensie mocht De Vries de eerste twee jaar geen zaken doen met zijn oude ministerie, maar intussen staat het de oud-staatssecretaris van Defensie vrij om op te treden als lobbyist van de JSF.
  • De ‘draaideur’-politicus is van alle tijden. Jack de Vries heeft een beruchte voorganger als staatssecretaris van Defensie. Jan Gmelich Meijling (VVD) viel als burgemeester van Den Helder al op door zijn royale declaratiegedrag. Als staatssecretaris in het eerste kabinet-Kok baarde hij opzien door een eigenwijze beslissing om een regeringstoestel aan te schaffen dat niet aan de eisen voldeed. 
    Na zijn termijn als staatssecretaris te hebben uitgediend, ging Gmelich Meijling werken als lobbyist voor meerdere defensiebedrijven. Hij lobbyde onder meer voor het Israëlische bedrijf Rafael dat een antitankraketsysteem leverde waarin Nederland geïnteresseerd was. Zelf heeft hij altijd ontkend Kamerleden direct te hebben benaderd voor zijn lobbypraktijken.
  • Ab Klink was tussen 2007 en 2010 minister van Volksgezondheid in kabinet-Balkenende IV. Aanvankelijk leek hij zijn politieke carrière na het ministerschap voort te zetten, maar zijn rol als onderhandelaar in de kabinetsformatie tussen het CDA, VVD en PVV maakte daar een einde aan. Klink was geen voorstander van de ‘gedoogconstructie’ met de PVV en legde op 6 september 2010 zijn Kamerlidmaatschap neer.
    Niet direct, maar enkele maanden later gaat Klink aan de slag bij adviesbureau Booz & Company. De voormalige minister van Volksgezondheid krijgt hier een opvallende portefeuille: de zorg. Anders dan het ministerie van Defensie kent Volksgezondheid geen ‘afkoelingsperiode’ voor voormalige bewindslieden. Dat de zorg Klink blijft interesseren, blijkt in 2013 wanneer toetreedt tot de Raad van Bestuur van zorgverzekeraar VGZ.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.