Foto www.marcobakker.com Afshin Ellian

Nee Amnesty, de Nederlandse politie is niet racistisch

Door Afshin Ellian - 13 december 2013

De Nederlandse politie discrimineert niet, en moet vooral ook niet krampachtig gedragsverschillen tussen groepen jongeren negeren. Etnisch profileren kan helpen voorkomen dat jongeren in de criminaliteit terechtkomen.

Nooit heeft Amnesty International bezwaar gemaakt tegen de terroristische bedreiging van de vrijheid van meningsuiting in Europa. Nooit heeft Amnesty de Nederlandse overheid gevraagd om effectief bescherming te bieden aan personen die door islamitische terroristen worden bedreigd.

Amnesty International is een belangrijke organisatie, maar dreigt een verlengstuk te worden van linkse belangenclubjes. Amnesty is niet voor links of voor rechts, maar voor de mensenrechten, voor de bescherming van vrijheid.

Oorspronkelijke Nederlanders

Een recent voorbeeld van Amnesty’s partijdigheid is het rapport over etnisch profileren in Nederland. Volgens Amnesty worden in Nederland etnische minderheden vaker onderworpen aan politiecontroles dan oorspronkelijke Nederlanders.

In het rapport stelt Amnesty dat etnisch profileren een vorm van discriminatie is en daardoor in strijd met de mensenrechten. Ook Amnesty weet dat etnisch profileren niet in alle gevallen discriminatie betekent.

De directeur van Amnesty in Nederland, Eduard Nazarski zegt daarover: ‘Van de politie wordt tegenwoordig verwacht dat ze proactief optreedt. Etnische minderheden worden eerder als risico of “verdachte” gezien. Daardoor worden zij vaker gecontroleerd of gefouilleerd. Dat hoeft niet altijd discriminerend te zijn.’

Preventief fouilleren

Het zou volgens Nazarski anders zijn wanneer er geen objectieve rechtvaardiging zou zijn voor deze handelwijze van de politie. Dit redelijke uitgangspunt correspondeert niet met het rapport van Amnesty.

Volgens de Nederlandse afdeling van Amnesty gebeurt etnisch profileren bij identiteits- en verkeerscontroles, bij preventief fouilleren en bij controles op illegaal verblijf. Amnesty riep daarom de Nederlandse overheid en de politie op te erkennen dat etnisch profileren voorkomt, en adviseert deze praktijk publiekelijk af te wijzen.

Dit was het harde oordeel van Amsterdamse afdeling van Amnesty over discriminatie en racisme in Nederland.

Deze analyse van Amnesty over etnisch profileren in Nederland is onjuist, zeggen twee wetenschappers in een opiniestuk in NRC Handelsblad.

Buurt

Volgens Sawitri Saharso, hoogleraar intercultureel bestuur aan de Universiteit Twente en Jörgen Svensson, universitair docent bestuurskunde aan dezelfde universiteit, beschuldigt Amnesty de politie onterecht van racisme.

De wetenschappers keren zich in hun artikel tegen het rapport van Amnesty, omdat politiecontact met jongeren vooral samenhangt met buurt en gedrag, niet met etniciteit.

De politie als instituut is niet racistisch en hun bevoegdheden moeten niet worden ingeperkt. Daarnaar hebben ze diepgravend onderzoek verricht: ‘In de afgelopen jaren hebben we samen met studenten onderzoek verricht naar ongelijke behandeling bij het gebruik van proactieve bevoegdheden door de politie. Ons onderzoek bestond onder meer uit een kwantitatieve studie naar de ervaringen van jongeren van verschillende afkomst met de politie. Ook wij constateerden dat migrantenjongeren vaker contact hebben met de politie en zich daarbij soms minder goed behandeld voelen.’

Degelijk

Deze wetenschappers hebben jongeren tal van relevante vragen voorgelegd. Ook onderzochten ze in hoeverre de ervaringen met de politie samenhingen met etnische achtergrond en uiterlijk, en of die ervaringen samenhingen met de eigen gedragingen. Degelijke vraagstellingen.

Om een beeld te geven van hun bevindingen, citeer ik hier een uitvoerige passage uit hun artikel: ‘Wanneer we de antwoorden van jongeren over hun politiecontacten corrigeren voor de door de jongeren zelf gerapporteerde gedragingen, verdwijnt het beeld dat agenten systematisch discrimineren. De politiecontacten blijken vooral samen te hangen met geslacht (jongens hebben meer en meer negatieve ervaringen met de politie), met de buurten waarin zij op straat zijn, met de tijd die ze er doorbrengen en bovenal met norm-overschrijdend gedrag van de jongeren zelf en hun vrienden. Wij vonden geen bewijs voor stelselmatige discriminatie.

Op grond van onze studies denken wij ook positiever over proactieve bevoegdheden. Er zijn wel risico’s: de vergrote vrijheid om naar eigen inzicht te handelen kan misbruikt worden. Maar proactieve contacten kunnen ook helpen om discriminatie te voorkomen. Het contact van buurt-agenten met jongeren bestaat niet alleen uit controleren en fouilleren. Vaak genoeg maken agenten ook zomaar een praatje. Onderdeel van hun taak is namelijk te weten wat er leeft in de buurt. Juist door hun regelmatige contacten met normale jongeren van Turkse, Marokkaanse, Antilliaanse en andere komaf leren agenten die jongeren kennen en voorbij stereotypen te kijken.’

Nationale hobby’s

Het is een heldere analyse die een volledige weerlegging bevat van de beweringen van de Amnesty International.

Amnesty Amsterdam moet begrijpen dat bij een overheidsoptreden in een multiculturele samenleving soms grotere belangen spelen. De toekomst van de allochtone jongeren is veel belangrijker dan de hobby’s van de Amsterdamse afdeling van Amnesty.

Politie en gemeenten moeten alles in het werk zetten om te voorkomen dat jongeren in probleemwijken in de criminaliteit terechtkomen. Dit is een zeer gewichtig rechtsbelang.

De voormannen en -vrouwen uit etnische minderheden, zoals Ahmed Marcouch en Ahmed Aboutaleb, zeiden lang geleden al dat de politie en de gemeente een proactieve rol moeten spelen in de probleemwijken om de jongeren uit de criminele sfeer te houden.

Amnesty moet niet de rol van de sociale wetenschappers overnemen: Amnesty International is geen wetenschappelijk instituut.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.