Marcel Duyvestijn

Eerherstel voor Ad Melkert, die het volk kwijtraakte en zichzelf

Door Marcel Duyvestijn - 09 april 2013

Haten is fijn. Het geeft een heerlijk superieur gevoel. Je bent zelf immers beter dan de man of vrouw die je haat. De overleden Britse oud-premier Margaret Thatcher was een ideale totempaal om je haat aan te hangen.

Zelfs 23 jaar na het einde van haar regeerperiode druipt de haat er bij veel mensen van af. Sommigen zouden haar lichaam alsnog willen mishandelen. In Brixton vierden ze zelfs feest op straat: ‘The bitch is dead.’

Van Oldebarneveld

Haten. Het is zo oud als de mens zelf. Adam haatte Eva al. Het is niet links en niet rechts. We doen het allemaal. De politieke moorden in Nederland konden niet tot stand komen zonder effectieve haatcampagnes. Prins Maurits haatte Van Oldenbarnevelt. Stadhouder Willem lll haatte Johan de Witt. Melkert haatte Fortuyn.

Pim Fortuyn was ‘heerlijk om te haten’, zoals ik een belangrijke PvdA’er heb horen zeggen. Pim zoog. Pim tartte. Maar het ergste was, die superieure lach.

In die linkse kerk hing hij op elk dartbord. Biljartballen symboliseerden zijn kale knikker. De haat zat zo diep dat toen hij vermoord werd, het soms zachtjes klonk: hij vroeg er natuurlijk wel om.

Verdriet

Wouter Bos (PvdA) was een van de weinige die Fortuyn rehabiliteerde. In de documentaire De Wouter Tapes werd hem gevraagd wat hem inspireerde, wat hem dreef. Bos hoefde niet lang na te denken en vertelde over de stille tocht voor Pim Fortuyn in Rotterdam die hij op de televisie had gezien. Hij zag het verdriet van de ‘gewone mensen’. Tegen zijn vrouw zei hij toen: ‘Dat zijn onze mensen.’

In één zin pakte Wouter Bos de tragiek van de PvdA bij de lurven. De PvdA was al die mensen kwijtgeraakt. Gewone, hardwerkende mensen.

Het beeld dat bij die uitspraak past, is dat van Ad Melkert (PvdA), de man die zijn (arme) volk en zichzelf kwijtraakte. De schuldige was Fortuyn. Melkert zal in zijn hele leven niemand meer gehaat hebben dan Fortuyn toen.

Kogel

Na Fortuyns dood ontvluchtte Melkert ons land. Eenzaam. Verlaten. Hij had ‘krassen op zijn ziel’, zei hij op een PvdA-bijeenkomst. Heel rechts haatte hem. Hij was de moordenaar. De kogel kwam immers van links.

Hij is inmiddels terug in Nederland. Onlangs kwam ik hem tegen in een supermarkt. Hij pakte appels. Hij pakte peren. De krassen die zijn ziel geraakt hadden, hadden ook zijn gezicht gekerfd.

Bij de kassa rekende hij af. Ik voelde een rilling door me heen gaan. Zelden een verdrietiger man zien afrekenen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.