John de Greef

Een ruimere opvatting van klassiek bij mannenmodeshows Parijs

Door John de Greef - 26 januari 2015

Traditie is trend, aldus de ontwerpers in de tweede helft van de mannenmodeweek te Parijs. Maar wel graag comfortabel ruim, behoorlijk verdraaid of bijna onttakeld klassiek.

De meeste designers in Parijs wilden niet dat hun modeshow voor winter 2015/16 te alledaags leek. Dus met veel schampere jochies, make-up en soms bewust pover gestileerde outfits camoufleerden ze hun huidige liefde voor klassieke kleren. Zelfs de krijtstreep van de bankier maakte zijn comeback, wel met angstaanjagend doodsmasker.

Klassiek spel

Bij Dior Homme werd de modieuze voorkeur voor klassiek misschien wel het beste en het meest begrijpelijk gedemonstreerd. Een zwart gordijn ging omhoog en een lange rij live spelende klassieke muzikanten kwam in beeld. Keurig in ceremonieel zwart met aan de voeten opvallend witte sneakers.

Een beeld dat bij het koper of de strijkers op het podium van het Concertgebouw niet alledaags is, maar bij modeshows en op straat zijn lichtgekleurde sneakers in combinatie met klassiekere kleren wel gemeengoed geworden.

Keuriger

De schok van het nieuwe bij de Dior Homme-collectie, ontworpen door de Belg Kris Van Assche, zat vooral in de overdaad aan traditionele pakken en jassen met das die rond de klassieke muzikanten ging.

Wel allemaal bewust opnieuw vormgegeven klassiekers, inclusief jeans en wat speelse bloemdessins. Maar alles stukken strikter en keuriger dan er jaren te zien was. Aantrekkelijk voor velen en voor veel leeftijden.

Kerstslingers

Maison Martin Margiela laat tegenwoordig de voornaam van de oorspronkelijke en teruggetreden ontwerper weg. Ook zijn ooit unieke kijk op oude en nieuwe kleren is minder uitgesproken aanwezig bij de show. Maar gebleven bij Maison Margiela is wel het spel met gevonden objecten als inspiratie (lelijke olieverfschilderijen als dessin of goedkope kerstslingers voor een jack).

Ook de voorliefde voor vintage-klassiekers (inclusief veel leren rocker’s jassen en jacks die ondertussen ook het predikaat ‘klassiek’ verdiend hebben) in een wat onttakelde stijl is gebleven. En dat levert een collectie op waar veel mannen met minder behoefte aan standaard-werkuniformen ruim en tevreden uit kunnen kiezen.

Voor ware modekenners: de bij Maison Marigela onlangs aangetreden ontwerper John Galliano had zich zo te zien niet bemoeid met de mannenmode.

Subliem Lanvin

Ook bij Lanvin, ontworpen door de Nederlander Lucas Ossendrijver, horen elementen van de garderobe van de rocker tot het standaard repertoire. Dus ook hier (slangen)leren jacks en veel rock-attitude in de nonchalante wijze waarop sommige outfits bewust jong werden gepresenteerd op jongens waarvan enkelen na afloop op hun skateboard vertrokken.

Die niet onaangename dwarsheid kon op geen enkele wijze verhullen dat deze Lanvin-wintermannenmode een subliem ontworpen volwassen collectie was. Met veel ruime tot extra ruime vormen en heel veel klassieke elementen in uiterst soepele stoffen en kleuren die tot het traditionele herenkledingpalet horen.

Bangmakerij

‘Op het midden van onze levensweg bevond ik me in een donker woud, omdat ik van het rechte pad was afgedwaald.’ Die beroemde Dante-openingszin (ik hoop hier een beetje juist geciteerd – maar ach, verhaspelde klassiekers zijn de trend) schoot door het hoofd bij het zien van het decor van de Givenchy-show.

In een woud van bric-à-brac-stoelen cirkelde een runway die nog het meest op gloeiendhete glitter-lava leek. Daarover gingen jongens en ook meisjes met soms angstaanjagende inferno-make-up. Maar ook in talloze outfits gemaakt van keurige krijtstrepen of kleurige dessins geleend van ouderwetse cafétafelkleedjes.

Erg goed kwam het allemaal niet over het voetlicht, dat was de schuld van de duisternis en de bangmakende maskers.

Blote halzen

Misschien dat een zeer modieuze en eigenwijze man zal klagen als zijn garderobekasten plots vol hingen met de nieuwe Berluti-kleren en niet te vergeten vol zouden staan met Berluti-schoenen. Voor velen zal deze onwerkelijke dagdroom (Berluti rekent per stuk zo’n hoge prijs dat die op vele loonstroken niet eens voorkomt) hoogst aantrekkelijk zijn, gezien het nieuw-klassieke en superluxe kaliber van de Berluti-mode.

En toch leverden al dat draagbare fraais geen echt prettige modeshow op. Op te goedkoop en hard reflecterend spiegelfolie en miserabel zichtbaar voor wie niet op voorste rij zat (die leek grotendeels gereserveerd voor Aziaten) oogde het allemaal wat te gewoontjes.

Ook al was er duidelijk gepoogd het geheel een moderne touch te geven door halzen vrij diep bloot te laten of bij meer feestelijke kleren een sjaaltje slordig om te knopen. Het valt blijkbaar nog niet mee om luxe ook intiem en luxe te presenteren.

Leeftijdloze luxe

Huize Hermès zocht voor de show ‘s-avonds onderdak in het gebouw bij de Franse radio aan de Seine met uitzicht op de om klokslag acht uur een paar minuten extra schitterende Eiffeltoren. Meer dan ooit toonde Hermès de klasse van een luxe en beslist niet verouderde kijk op klassiek en traditie.

Met veel perfect gesneden pakken en jassen, een enkele trui in krokodillenleer en sportievere jacks, alles zo soepel en mooi gemaakt en qua kleur zo decent, dat een enkele lichtblauwe toets al gewaagd leek. Vooral de representatieve, leeftijdloze outfits in grijs leken het sparen (of het navolgen in een meer betaalbare categorie kleren)waard.

Maar zo hier en daar verbaasde Hermès met subtiele accenten. Zoals leren jacks die met wollige kruiststeken geborduurd leken. En tal van broeken met een brede bies, niet zoals doorgaans bij fanfarepakken of smokingbroeken aan de buitenzijde, maar enigszins verstopt langs het binnenbeen.

Kleurige bescherming

Kenzo koos het nieuwe glanzend,gebogen gebouw van de Philharmonie de Paris (ontwerp Jean Nouvel) als locatie. Voor een show die vanaf kleurige krukjes en bankjes goed zicht gaf op de bijzonder drukke en levendige kijk van de Kenzo-ontwerpers Carol Lim en Humberto Leon op beschermende kleren.

Alles bijeen nogal veel en heftig. Hoewel sommige mannen (vooral Japanners en Zuid-Koreanen)in het publiek lieten zien dat je volgens hen nooit genoeg herkenbare Kenzo-kleren bij elkaar kunt combineren.

Maar per stuk komen al die Kenzo-items als vrolijke aanvullingen beter tot hun recht. Door het overheersende protectie-thema leek de mode dit keer ook extra praktisch. Naast meerdere riante parka-variaties bracht de Kenzo-collectie veel tuniek-achtige truien. Uiteraard flink gekleurd.

Blokkenspel

De catwalk bij Paul Smith kreeg accent met geprojecteerde vierkanten lichtvlakken waardoor de modellen voortdurend in en uit het licht liepen. Dat verhinderde niet om goed waar te kunnen nemen dat de ontwerper voor zijn najaarscollectie met blokkenmotieven had gespeeld.

Uitermate speels op giga-bontjassen en meer ingetogen op truien en wollen mantels. Daarnaast zette Smith zijn grafisch werk voort met allerlei driehoek-motieven als decente decoratie en zelfs als sierhanger om de nek.

De collectie, vol ruime, klassieke vormen en soepele materialen, maakte een minder heftige indruk dan die van de voorgaande seizoenen. En dat pakte gunstig uit, want enkele lange en wijde jassen waren juist door de minder joyeuze aanpak en het weglaten van kragen en revers, overtuigend mooi sober.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.