buitenland

IS geeft ‘les in onthoofden’ aan volgelingen in online video

Door Bauke Schram - 27 november 2016

Terreurgroep Islamitische Staat heeft weer een nieuwe actie bedacht om juist in Europa en de Verenigde Staten zoveel mogelijk schade aan te richten. De terroristen hebben video’s online gezet waarin ze hun volgelingen uitleggen hoe ze bommen moeten maken en zo effectief mogelijk iemand kunnen onthoofden.

De video’s laten weer zien dat IS zich richt op jihadisten in het Westen in plaats van de strijd in Syrië en Irak. Eerder heeft de terreurgroep geradicaliseerde moslims al opgeroepen juist ‘thuis’ aanslagen te plegen, en niet meer naar IS-gebieden te komen.

Aanslagen in het Westen

Terwijl IS in Syrië en Irak steeds meer gebied verliest, moet de terreurgroep zijn ‘belang’ en invloed in de wereld op een andere manier laten blijken. Daarom laat het zijn volgelingen juist in de gebieden van de vijand (het Westen) aanslagen plegen.

In de video’s leggen jihadisten uit hoe ze van ‘alledaagse ingrediënten’ gemakkelijk bommen kunnen maken. Het beeld lijkt sterk op dat van een kookshow: in een keuken laat een terrorist met een beslagkom en een aantal huis-tuin-en-keuken-materialen zien hoe explosieven kunnen worden gemaakt.

In een ander verontrustende video legt een jihadist uit hoe je het beste een keel door kan snijden. De video is duidelijk gericht op Franse terroristen: er worden Franstalige jihadistenliederen afgespeeld op de achtergrond, melden onder andere journalisten van de nieuwswebsite Foreign Policy.

Man opgeblazen

Het IS-lid dat uitleg geeft over onthoofdingen, snijdt daadwerkelijk de keel van een gevangene door, en een andere man wordt opgeblazen in een video. De Syrische man werd ervan beschuldigd een spion van de Koerdische PKK te zijn.

Met de video’s hoopt IS op meer ‘lone wolf’-aanslagen in Europa. In Duitsland sloegen veel jihadisten op eigen initiatief toe. In sommige gevallen hadden ze contact gehad met de terreurgroep, maar soms werd de aanslag simpelweg opgeëist door IS.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.