Turkije

Erdogan noemt de G20 in Hamburg ‘een blamage’

Door Berend Sommer - 14 juli 2017

De organisatie van de G20 was een blamage. Dat zegt de Turkse president Recep Tayyip Erdogan. In een toespraak ter nagedachtenis aan de mislukte coup vorig jaar, wijst hij de Duitsers terecht.

Meer nieuws, elke dag in je inbox? Meld je aan voor onze nieuwsbrief >>

Dat meldt de Duitse Frankfurter Allgemeine Zeitung. Erdogan vindt de rellen in Hamburg, tijdens de G20-top van afgelopen weekend, exemplarisch voor de situatie in Duitsland. ‘We hebben gezien hoe de Duitsers eraan toe zijn, tijdens de top in Hamburg,’ zei Erdogan. ‘Het was een blamage! Een blamage! Alles werd in brand gestoken en vernield.’

Noodtoestand blijft van kracht

Over de noodtoestand, die sinds de mislukte staatsgreep van 15 juli 2016 van kracht is, zegt Erdogan dat deze voorlopig in stand blijft. ‘We beëindigen de noodtoestand pas wanneer ons doel bereikt is in de strijd tegen het terrorisme. Niemand kan van ons verwachten dat we voor die tijd de noodtoestand opheffen.’

Ook laat de Turkse president weten dat hij niet meer zal wachten op de Europese Unie: ‘Wij zijn de Europese Unie ver vooruit.’ Deze uitspraak is in de lijn met een interview dat hij eerder deze week gaf aan de BBC.

‘EU verspilt onze tijd’

In het interview schetst de Turkse president een beeld van de diplomatieke relatie, en hoe de banden langzaam verslechterden. ‘In mijn eerste termijn als premier werd Turkije omschreven als een land dat een stille revolutie had volbracht. Maar nu worden we niet eens meer uitgenodigd op EU-toppen. Het heeft geen zin om onze tijd te verspillen. Dat is nu wel het geval.’

Vandaag liet Turkije opnieuw aan NAVO-bondgenoot Duitsland weten dat Duitse parlementariërs niet welkom zijn op een Turkse legerbasis. Daar zijn op het moment Duitse troepen gestationeerd, die de parlementariërs willen inspecteren. In juni gebeurde hetzelfde in de Turkse basis Incirlik. Na de diplomatieke impasse verplaatste Duitsland de troepen naar een basis in Libanon.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.