cultuur

Hoe kunstenaars De Stijl elkaar aantrokken

Door Riki Simons - 14 februari 2017

Piet Mondriaan en Bart van der Leck is de eerste in een reeks exposities en evenementen die van 2017 het ‘100 jaar De Stijl’-jaar moeten maken. Met de oprichting in 1917 van het gelijknamige tijdschrift ontstond een kunst- en designstroming waarvan de invloed nog wereldwijd levend is.

De belangrijkste kunstenaars van De Stijl werkten van 1916 tot 1918 in de bossen van het Gooi, bij Laren. In die tijd een echt kunstenaarsdorp, met houten ‘atelierhutten’ en goedkope zomerhuisjes en pensions.

Piet Mondriaan en Bart van der Leck, de twee belangrijkste kunstenaar van De Stijl, ontmoetten elkaar in 1917 in Laren (Noord-Holland).

Piet Mondriaan (1872-1944) zat sinds 1914, toen de Eerste ­Wereldoorlog uitbrak, terug uit Parijs weer permanent in Nederland, met een hoofd vol nieuwe abstractie en kubisme. Bart van der Leck (1876-1958), die Mondriaan in 1917 in Laren leerde kennen, was een schilderende glazenier uit Utrecht, en protegé van de grote kunstverzamelaar Helene Kröller-Müller, voor wie hij ook interieurs en glas-in-lood­ramen ontwierp.

Van der Leck was op zoek naar een schilderkunst die met kleur en vorm architectuur en ruimtes kon veranderen. Altijd beginnend vanuit de nooit helemaal uit zijn werk verdwijnende zichtbare werkelijkheid, maar vereenvoudigd in de geometrische vormen en primaire ­kleuren waarmee Mondriaan beroemd zou worden.

Volledig abstract

Mondriaan werkte toen al ­helemaal abstract. Ook hij probeerde zijn schilderijen de ruimte in te laten werken, door bijvoorbeeld lijsten te minimaliseren. Als de echte schilder van de twee, geworteld in de traditie van de Haagse School, leerde hij Van der Leck hoe ingrijpend de effecten kunnen zijn van één eenvoudige penseelstreek, en hoe minimale verschillen in maat, ritme en verhouding maximale gevolgen kunnen hebben.

Bart van der Lecks Compositie nr. 8 uit 1917
Bart van der Lecks Compositie nr. 8 uit 1917

Het Gemeentemuseum Den Haag geeft een mooi beeld van de routes die de twee belangrijkste kunstenaars van De Stijl aflegden voordat ze elkaar ontmoetten. Van de voor beiden zo inspirerende uitwisseling van ideeën en hun wederzijdse atelierbezoeken, en van de versnelling die dit bracht in de ontwikkeling van hun schilderijen en tekeningen. Beschreven ook in prachtige brieven, van henzelf maar ook van kunstliefhebbers uit hun omgeving.

 

Ook zien we de verschillen, die geleidelijk zo duidelijk werden dat Mondriaan en Van der Leck elkaar na twee jaar intensief contact gingen mijden. Vooral het werk van Mondriaan, dat door zijn jaren in Parijs, Londen en New York beroemd werd, krijgt met deze expositie de Nederlandse ‘roots’ terug die lange tijd uit beeld waren.

Piet Mondriaan en Bart van der Leck – De uitvinding van een nieuwe kunstGemeentemuseum Den Haag, tot en met 21 mei
★★★★☆

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.