cultuur

Dirigent Neville Marriner (92) ging door tot het einde

Door Joost Galema - 02 oktober 2016

Dirigent Neville Marriner (92) is overleden. In 2015 schreef Joost Galema een artikel over dirigenten die, gedreven door hun passie, tot op late leeftijd het vak blijven uitoefenen.

Dirigenten als Neville Marriner gaan door tot het einde. ‘Ik zal wel op de bühne sterven, zolang het maar niet midden in de muziek is,’ zei Marriner in 2015. Hij nam een cd op met de Nederlandse broers Lucas (22) en Arthur (19) Jussen.

Volgens componist Sergei Rachmaninov is er genoeg muziek voor een mensenleven, maar duurt een mensenleven nooit lang genoeg om alle muziek tot je te nemen. Niettemin willen veel dirigenten zich aan die natuurwet onttrekken. Sommigen lijken zelfs te geloven in een eeuwig leven.

Neem nou de Amerikaan Leopold Stokowski. Hij sloot op zijn 94ste een zesjarig platencontract. Of Pierre Monteux, die het nog bonter maakte. De Fransman tekende in 1961, toen hij chef was bij het London Symphony Orchestra, voor liefst 25 jaar, met het recht er na afloop eenzelfde periode aan vast te plakken. Buitengewoon optimistisch voor een man die toen al 86 was.

Inspanning

Dirigeren vergt veel van lichaam en geest: vuistdikke partituren leren doorgronden, voortdurend de hele wereld over vliegen met alle jetlags van dien, telkens opnieuw een zestig tot honderd koppen tellend monster dat orkest heet, moeten temmen, plaatopnamen, interviews en ten slotte de fysieke inspanning van het werk zelf. Of zoals de Britse chef van de Berliner Philharmoniker, Simon Rattle, het formuleerde: ‘Wie na het dirigeren van een Beethovensymfonie niet naar de osteopaat hoeft, heeft iets verkeerd gedaan.’

Ondanks de zwaarte van hun beroep gaan dirigenten door het leven als de Metu­salems van de klassieke muziek. Stokowski en Monteux zijn geen uitzonderingen, ook tegenwoordig staat er een generatie op de bok die al in de vorige eeuw de pensioen­gerechtigde leeftijd bereikte. De lijst met nog werkende tachtigers is indrukwekkend: Seiji Ozawa (80), Roger Norrington (81), Michel Plasson (82), Nikolaus Harnoncourt (85), Bernard Haitink (86), Herbert Blomstedt (88), Serge Baudo (88) en Kurt Masur (88) handhaven zich op topniveau.

De drie oudste dirigenten zijn zelfs al in de negentig: Stanislaw Skrowaczewski (92), Georges Prêtre en Neville Marriner (beiden 91).

Sandwich

‘Ons motto is,’ grijnst Marriner, ‘ik zal wel op de bühne sterven, zolang het maar niet midden in de muziek is.’ Hij neemt even een korte pauze tijdens een opnamedag met de Nederlandse pianobroers Lucas en Arthur Jussen in Watford.

Na een uur ligt zijn sandwich – zijn diner – nog half opgegeten op zijn bord en spoedt hij zich weer terug naar de studio. De sessie duurt van half drie in de middag tot half tien ’s avonds, en het lijkt alsof elke noot hem nieuwe energie geeft. ‘Muziek is een goed levenselixer,’ bevestigt Marriner.

Het is soms wonderlijk om te zien hoe dat elixer werkt. Enkele seizoenen geleden dirigeerde de nu 88-jarige Kurt Masur in het Concertgebouw in Amsterdam. De lange statige trap afdalen ging al niet meer.

Stram en breekbaar beklom hij van beneden af de paar treden naar het podium en hees zichzelf op de bok voor het orkest. Maar toen hij zijn arm ophief en de eerste klanken over hem heen de zaal in stroomden, week alle stijfheid uit zijn bewegingen, wiegde zijn lichaam soepel op de muziek, en leek hij ineens dertig jaar jonger.

‘Ik sprak hem vorige week nog, in Tanglewood bij Boston,’ zegt Marriner. ‘Het wordt moeilijk voor Kurt. Hij is niet fit. Maar wanneer hij op het podium staat, lijkt het alsof iets anders het overneemt. Dan doet zijn geest iets met het orkest.’

Dirigeren is dan ook niet alleen een kwestie van lichaamskracht, betoogt Marriner. Hijzelf speelde in de jaren vijftig als
violist onder de roemruchte Italiaan Arturo Tos­canini, die toen al ver in de tachtig was.

‘Ik herinner me dat ze hem het podium op moesten helpen. Hij zag bijna niets en van zijn gehoor was ook weinig meer over, maar toen hij contact met ons maakte, veranderden we plotseling in betere musici. Hij stuurde ons met zijn persoonlijkheid. Een dirigent hoeft geen atleet te zijn. Mijn leraar Pierre Monteux haatte choreografische dirigenten, zoals hij ze noemde. “Elk gebaar boven je hoofd maak je voor het publiek”, vond hij. “De musici hebben er niets aan.”‘

Rode draad

Van het lichaam zijn de benen het belangrijkste, analyseert Marriner. ‘Als je niet meer kunt staan, zoals André Previn (86), wordt het moeilijk. Zitten kan, maar verandert zichtlijnen door de lagere positie ten opzichte van de musici. Dat is zoiets als linkshandig viool moeten spelen.’

Marriner maakte een nieuwe generatie rijp voor het klassieke repertoire met zijn orkest Academy of St. Martin-in-the-Fields. En halverwege de jaren tachtig was hij het muzikale brein achter Amadeus, de bioscoophit van regisseur Milos Forman over het leven van Mozart, de componist die de rode draad is in Marriners leven.

Wanneer hij als klein kind in bed lag, hoorde hij zijn vader, een amateur-koordirigent, geregeld op de piano de melodieën spelen uit Mozarts Requiem. En nu liggen de concerten voor twee piano’s door de broers Jussen weer op zijn lessenaar. Daartussen zitten bijna negen decennia.

Hoelang dat is, beseft hij soms, als er na een concert bewonderaars naar hem toekomen. ‘Dan zeggen ze: “Ik zag u al spelen toen ik een kind was.” Vervolgens kijk ik naar die rimpelige gezichten en denk: dat moet een eeuwigheid geleden zijn. Zo’n ontmoeting is soms wel confronterend, ja.’

Volgens zijn held Mozart was de dood uiteindelijk het doel van het leven. Met de jaren dringen de gedachten daaraan zich dan ook op. ‘Ik ben me ervan bewust dat elk optreden mijn laatste kan zijn,’ zegt Marriner.

‘Daardoor beleef ik de concerten intenser, merk ik. Mijn blik is anders dan vroeger. Als we destijds op een tournee tien avonden dezelfde stukken uitvoerden, dacht ik soms: o nee, niet weer.’ Nu geniet ik van elke noot, en probeer van dag tot dag de muziek nog wat mooier op te poetsen.’

Neville Marriner in actie:

Elsevier nummer 41, 10 oktober 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.