economie

Onderzoek: Piketty mat ongelijkheid verkeerd

Door Michiel Dijkstra - 13 september 2017

Ongelijkheidsgoeroe Thomas Piketty overschatte de groei in inkomensongelijkheid schromelijk, stellen twee Amerikaanse economen vast.

Dankzij Thomas Piketty staat ongelijkheid al een paar jaar volop in de schijnwerpers. De Franse econoom verkocht wereldwijd anderhalf miljoen exemplaren van zijn boek Kapitaal in de eenentwintigste eeuw.

Met statistisch onderzoek onderbouwde Piketty dat de inkomens en vermogens van de rijken veel harder toenemen dan die van de rest. Zo stelde Piketty in een onderzoek met Emanuel Saez, een andere Franse econoom,  dat de rijkste 1 procent van alle Amerikanen ruim 20 procent van al het inkomen in de Verenigde Staten mee naar huis nemen: dat is ruim tweemaal zo veel als in 1960, toen de rijkste 1 procent 9 procent van het nationale inkomen verdiende.

Niet eerlijk

Conclusie: de opbrengsten van economische groei worden dus niet eerlijk verdeeld. Piketty leverde met zijn boeken en wetenschappelijke artikelen brandstof aan het, vooral tijdens de crisis, breed levende idee dat kapitalisme niet werkt.

Maar klopt zijn onderzoek wel?

Twee economen van de Amerikaanse belastingdienst en het Amerikaanse ministerie van Financiën, Gerald Auten en David Splinter, namen het onderzoek van Piketty en Saez naar de inkomensverdeling onder de loep en kwamen tot een opmerkelijke conclusie.

Niet verdubbeld

Het deel van het nationale inkomen dat de rijkste 1 procent van de Amerikanen krijgt, is niet verdubbeld, maar slechts licht toegenomen.

Hoe dat kan? Piketty maakte gebruik van de inkomens die Amerikanen aan hun belastingdienst hebben doorgegeven. Maar, schrijven Auten en Splinter, daarin zijn bedragen die mensen hebben ontvangen van de overheid – zoals sociale zekerheid – niet meegenomen. Die gaan vooral naar de armsten.

Bovendien zijn die overheidsuitgaven in de loop van de afgelopen decennia fors gestegen. Zo is inkomen herverdeeld van de rijkere belastingbetalers naar armen.

Ander belastingstelsel

Ook komt een deel van de inkomensstijging doordat het belastingregime is aangepast. In de jaren zestig en zeventig was de inkomstenbelasting in de Verenigde Staten zo hoog – 70 procent – dat veel ondernemingen liever geld oppotten dan uitkeerden aan hun aandeelhouders. De aandelen werden daardoor dus wel meer waard – en de eigenaren dus rijker – maar daarvan zag je niets terug in de belastingaangifte, en dus ook niet in Piketty’s onderzoek.

In de jaren tachtig daalde de belasting naar, uiteindelijk, 25 procent, gingen bedrijven flinke dividenden uitkeren en werd het belastbaar inkomen van rijke Amerikanen fors hoger. In Piketty’s onderzoek lijkt het hierdoor alsof de ongelijkheid fors stijgt.

Stabiel

Tel alle zaken waarvoor Splinter en Auten corrigeerden bij elkaar op, en het deel van het nationale inkomen dat de rijkste Amerikanen mee naar huis nemen, is sinds 1960 maar enkele procenten gestegen.

In Nederland bleef de inkomensongelijkheid de afgelopen jaren min of meer stabiel, deels doordat in Nederland meer inkomen wordt herverdeeld dan in de Verenigde Staten. Vermogen zijn zowel in de Verenigde Staten als in Nederland veel schever verdeeld.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.