kennis

Hebben elektrische en hybride auto’s dan toch een toekomst?

Door Simon Rozendaal - 08 september 2015

Simon Rozendaal Is aan het twijfelen gebracht door Michiel Langezaal van Fastned, die meent dat de lithium-ionbatterij wél toekomst heeft.

Enkele weken geleden wierp Elsevier in het commentaar ‘De stekkerauto‘ de vraag op of het zin heeft om zoveel subsidie te stoppen in de stekkerauto en in oplaadpalen, aangezien de batterij al een paar honderd jaar bestaat en er in al die tijd minder technologische vooruitgang is dan gehoopt.

Dat was tegen het zere been van Michiel Langezaal van het bedrijf Fastned, dat inmiddels op bijna veertig plaatsen in Nederland snellaadstations voor elektrische en hybride auto’s langs de snelweg heeft geplaatst. En dus bereikte de redactie het verzoek om eens langs te komen.

Groen

Over veel zaken blijken werktuigbouwkunde Langezaal en scheikundige Rozendaal (die zijn hybride auto al vele jaren braaf aan een oplaadpaal koppelt) het eens. Bijvoorbeeld dat de elektrische en hybride auto niet automatisch goed voor het milieu zijn: het hangt ervan af hoe de elektriciteit wordt opgewekt.

Het twistpunt is de toekomst van de batterij. Ondergetekende schreef in het genoemde commentaar dat de batterijtechnologie tegen de grenzen van de elektrochemie aanloopt.

Langezaal tekent vervolgens een grafiek waarin de prijs per kilowattuur batterijstroom als een speer omlaaggaat. In 2010 was het omgerekend nog bijna 900 euro, nu zitten we met dank aan Tesla op 270 tot 360 euro en in 2020 zou het weleens 90 euro per ­kilowattuur kunnen zijn.

En niet dankzij technologie die nu nog niet bestaat, maar met de huidige lithium-ionbatterij! Dit door de cumulatie van kleine verbeteringen in de productie en in de batterijtechniek, ofwel door de learning curve.

Als dat zo is, dan heeft de stekkerauto misschien toch een toekomst en moeten we ons oordeel aanpassen. Zover is het nog niet, maar we gaan met andere batterijdeskundigen praten. U hoort van ons.

Elsevier nummer 37, 12 september 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.