#TK2017

Chemie ontbreekt: hoe moet het verder tussen Rutte en Buma?

Door Eric Vrijsen - 17 maart 2017

De VVD is de grootste partij na de verkiezingen, het CDA wint flink wat zetels. Maar tussen Mark Rutte en Sybrand Buma zit geen goede chemie. Hoe vormen ze straks toch de spil van een nieuwe coalitie?

Op 26 februari 1986 haalde de 20-jarige burgemeesterszoon Sybrand van Haersma Buma het Elfstedenkruisje. In de monstertocht op de schaats door zijn geliefde Friesland waren de eerste 100 kilometer een zware beproeving. Daarna ging het beter. De jonge rechtenstudent merkte dat hij andere schaatsers begon in te halen. Uiteindelijk bereikte hij zonder al te grote problemen na 200 kilometer de eindstreep in Leeuwarden.

Jaren later, toen hij al fractievoorzitter was van het CDA, beschreef Buma het verloop van zijn Elfstedentocht als een fysieke kwestie. Hij is niet explosief, maar heeft een lange aanloop nodig. Hij moet het hebben van innerlijke motivatie en uithoudingsvermogen. Hij is een duursporter. Schaatsen, roeien en wielrennen. Dat zijn sporten waarin de termen ‘moreel’ en ‘moraal’ door elkaar worden gebruikt.

Feestende partijgenoten bestraffend toegesproken

Dat is Buma ten voeten uit. Volharden. Het CDA lag in de kreukels toen hij in 2012 leider werd. Zijn verhaal was: ‘Steen voor steen gaan we de partij weer opbouwen.’ Woensdagavond, kort nadat het puike verkiezingsresultaat van het CDA bekend werd, sprak hij zijn feestende partijgenoten bijna bestraffend toe. Begrepen ze wel dat het CDA nu ‘voor een grote opgave stond’ en het ‘vertrouwen van de kiezer waar moest maken’?

Enkele CDA’ers keken een beetje beteuterd. Anderen wisten: voor Buma is de politiek een dure plicht, geen leuke hobby. Het woordje ‘leuk’ hoort sowieso niet bij Buma. Het lastige is nu dat hij samen met VVD-leider Mark Rutte de spil moet vormen van een nieuwe centrum-rechtse coalitie. Maar beide heren passen niet bij elkaar. Rutte is totaal anders. Er is animositeit tussen hen. Buma moet zich over zijn persoonlijke afkeer van Rutte heenzetten om met hem samen te werken.

Pruilende peuter

Rutte noemde Buma vorig jaar in een congrestoespraak een ‘pruilende peuter’. Buma kan zo’n schimpscheut aan, maar hij zag er ook een bewijs in van Ruttes stoere oppervlakkigheid. Moet hij straks als vicepremier en minister van Justitie dienen in een kabinet-Rutte III?

Dit wordt een spannend element in de formatie en een toekomstige coalitie. Natuurlijk zijn Buma en Rutte professioneel genoeg om hun persoonlijke humeur terzijde te schuiven. Maar hun karakters en stijl blijven botsen. Rutte is een buigzame man. Is er een probleem, dan begint hij allerlei mensen te polsen. Daar rolt een oplossing uit. Rutte leest nog wat stukken en wil dan zo snel mogelijk die oplossing bij elkaar vergaderen.

Verrassend efficiënte werkwijze, maar Buma vindt die volgorde vreselijk. Hij wil eerst standpuntbepalingen en inhoudelijke discussie. Daaruit groeit een oplossing.

Hooghartigheid van het CDA

Buma zag zijn afkeer van de Rutte-methode bevestigd in de problemen op het ministerie van Veiligheid en Justitie. Door Ruttes manier van werken en de hooghartigheid van de VVD – prominente CDA’ers zeggen dat VVD’ers zich gedragen alsof ze mogelijke tegenstanders ‘wel eens even van het schoolplein zullen timmeren’ – sneuvelden op Justitie in krap twee jaar drie VVD-bewindslieden: Ivo Opstelten, Fred Teeven en Ard van der Steur. Buma beschouwt Rutte als een ‘aartsmazzelaar’. Zo wil hij geen politiek bedrijven.

Toen Rutte in 2012 met de PvdA begon te regeren en een meerderheid in de Eerste Kamer miste, rekende hij op de steun van het CDA. Buma weigerde deel te nemen aan het overleg in Haagse achterkamertjes. Hij is ervan overtuigd dat de kiezer hem daarvoor woensdag beloonde.

Buma heeft het CDA in vijf jaar tijd wezenlijk veranderd. Zonder de linkervleugel te bruuskeren, manoeuvreerde hij de partij naar rechts. In plaats van een compromissenleverancier, is het huidige CDA een standvastige club die de VVD ter rechterzijde kan passeren.

Wennen voor Rutte

Rutte moet daar nog altijd aan wennen. De VVD is nu drie keer op rij als grootste geëindigd. In eigen kring ontmoet Rutte voorlopig geen weerstand. Maar aan vicepremier of CDA-fractieleider Buma zal hij een harde dobber hebben. Want dat ‘steen voor steen opbouwen’ van het CDA is pas klaar als de partij weer de grootste is. De beoogde rechtse coalitie is als de stad in het Wilde Westen waar twee cowboys zeggen: ‘Deze plaats is niet groot genoeg voor ons allebei.’

In de verkiezingscampagne ontliepen ze elkaar. Rutte meed het ‘premiersdebat’ van RTL, omdat hij – net zomin als Geert Wilders – niet met drie anderen wilde debatteren. In het NOS-radiodebat, het Carrédebat en het slotdebat van de NOS traden Rutte en Buma wel op, maar was de loting zodanig dat ze nooit tegenover elkaar stonden. Na afloop zag je ze ook geen small talk uitwisselen.

Om de spanning uit hun relatie te halen, dineerden Rutte en Buma in 2013 in restaurant Poentjak in Den Haag. Maar op de een of andere manier bleven ze over de koetjes en kalfjes van de politieke actualiteit babbelen. Alsof geen van beiden het hoge woord eruit wilde gooien om een einde te maken aan het ongemak.

Gedroomde mantelzorger

Het was zo simpel geweest. Rutte is de gedroomde mantelzorger van het CDA. Zijn jeugdvriend Jürgen – ze zaten samen op de middelbare school en studeerden allebei geschiedenis – kreeg een paar jaar geleden kanker. Rutte begeleidde hem naar het ziekenhuis voor de chemokuur. Jürgen overleed in juni. Sindsdien is Rutte steun en toeverlaat van de weduwe en de kinderen.

Buma is ook zo iemand. In zijn jonge jaren ging hij wekelijks naar het zwembad van Sneek om gehandicapten te helpen bij het zwemmen. Toch lukt het ze niet om door elkaars pantser van jovialiteit (Rutte) of stugheid (Buma) heen te breken.

De familiegeschiedenis dan, daar zit veel gemeenschappelijks. In beide gevallen vormt de oorlog een litteken. Ruttes vader verloor zijn eerste vrouw in het jappenkamp. De grootvader van Buma stierf in het Duitse concentratiekamp Neuengamme. Maar de drempel om daarop een persoonlijke verstandhouding te bouwen, is kennelijk hoog.

Paaien en inpakken van tegenstanders

Dus beperken ze zich tot de politiek en daar zijn VVD en CDA elkaars natuurlijke concurrenten. Waarbij, in de ogen van Buma, Rutte altijd heel sterk is in het lijmen, paaien en inpakken van tegenstanders. Omgekeerd kan Rutte niet verkroppen dat Buma gewoon blijft zwijgen als tijdens een overleg de spanning oploopt. Dan is het of Buma iets verborgen houdt. Dat voedt Ruttes argwaan.

Hij heeft dat tien jaar geleden in de eigen VVD meegemaakt met Rita Verdonk, zijn grootste tegenstander ooit. Soms beloofde ze dit, dan werd het weer dat. Rutte kon niet van haar op aan en hij zit nu steeds te denken: wat voert Buma in zijn schild?

Rutte snapt stijve mensen niet

Voor dubbelspel van Buma hoeft Rutte echter niet te vrezen. Als Buma zwijgt, dan wil hij niks beloven wat hij niet kan nakomen. Hij is betrouwbaar door te zwijgen. Die taaiheid van ‘dieseltje’ Buma, daaraan zal Rutte nog erg moeten wennen. De VVD-leider rekent op soepelheid. Stijve mensen snapt hij niet.

In de komende kabinetsformatie zal dit volop blijken. Rutte wil, business as usual, door met een kabinet. Buma neemt dan een afwachtende houding aan. In zo’n situatie is het de grootste partij die telkens een concessie moet doen om de kleinere te vermurwen om verder te onderhandelen.

De ondergang van de PvdA is voor het CDA, D66 en eventuele andere coalitiepartners een reden om niet meteen in een coalitie met de VVD te duiken. De PvdA heeft de samenwerking met de VVD van Mark Rutte moeten bekopen met een recordverlies van bijna 30 zetels. Buma loopt niet graag in eenzelfde hinderlaag.

Staan ze straks beiden op het bordes?

Mark Rutte en zijn VVD betalen straks een hoge prijs om lekker te kunnen doorregeren. Buma houdt zijn poot stijf. Hij zal Rutte voorhouden dat het CDA niet zo nodig hoeft. Van het verwijt ‘verantwoordelijkheidsvakantie’ is hij nooit onder de indruk. Maar hij is ook niet de man die ‘over links’ gaat om de VVD af te troeven.

In de wandelgangen vertellen VVD’ers en CDA’ers nu dat het tussen Buma en Rutte heus wel in orde komt. Geen ideale chemie, maar daar zetten ze zich wel overheen. Staan ze straks beiden op de trappen van het bordes, met koning Willem-Alexander tussen hen in, dan treedt heus een wonderlijk effect van verbroedering op. Maar voordat het zover is, moeten ze stug onderhandelen en joviaal akkoorden smeden.

Stijgers & dalers

Jesse Klaver heeft het uitstekend gedaan. Hij is de onbetwiste leider op links. GroenLinks is praktisch verviervoudigd. Hij slaagde erin vooral veel jonge kiezers te trekken. Zijn nieuwe manier van politiek bedrijven en campagne voeren is een groot succes gebleken.

De linkse partijen gezamenlijk kachelen achteruit. Het verlies van PvdA en SP komt op zo’n 30 zetels. GroenLinks en de Partij voor de Dieren rapen de helft van deze zetels op. De rest valt toe aan DENK en aan rechtse partijen.

Als de PvdA in een hoekje gaat zitten treuren, heeft Klaver een sterke onderhandelingspositie in de kabinetsformatie. Maar of het hem lukt om GroenLinks voor het eerst in een kabinet te manoeuvreren, moet worden afgewacht. Zijn gedroomde 5 partijen coalitie – GroenLinks met CDA, PvdA, SP en D66   – haalt geen meerderheid. Het CDA zit er ook niet op te wachten.Klaver kan alleen over rechts regeren. Dan wil hij ook nog eens de helft vrouwen in een kabinet. Niettemin, Den Haag is nu  een ‘Jessias’ rijker.

Tunahan Kuzu, Marianne Thieme en Thierry Baudet zorgden voor het succes van de kleine partijen. Die werden geholpen door de hoge opkomst. Maar het omgekeerde geldt natuurlijk ook. Deze kleine partijen trokken nieuwe kiezers naar de stembus.

DENK kreeg – wellicht geholpen door de uit de hand gelopen diplomatieke rel met Turkije – in de grote steden genoeg stemmen om lokale machtsbases op te bouwen. In Rotterdam stemde ruim 8 procent van de kiezers op DENK. Marianne Thieme wist de Partij voor de Dieren meer dan te verdubbelen. Vijf zetels heeft haar partij nu. Mocht GroenLinks gaan regeren met VVD en CDA, dan zal zij Jesse Klaver in de nek hijgen.

Thierry Baudet heeft het met zijn Forum voor Democratie dan toch maar gefikst. Twee zetels. Hij vormt nu op rechts een alternatief voor Geert Wilders. Baudet bereikte dit zónder mee te mogen doen in de debatten. Hij laat zien dat een partij ook via sociale media succesvol campagne kan voeren.

Geert Wilders (PVV) piekte veel te vroeg. Hij heeft weliswaar een zetel of vier gewonnen, maar hij blijft ver onder het verwachte resultaat. Je kunt niet zeggen dat hij een slechte campagne heeft gevoerd, want hij heeft nauwelijks campagne gevoerd. Het was een verkeerde beslissing om zo weinig mogelijk interviews te geven en aan zo weinig mogelijk debatten mee te doen. De potentiële PVV-kiezers hebben dat opgevat als een teken dat het Wilders niet zoveel kon schelen hoeveel zetels hij haalde.

Op lange termijn blijft dit tegenvallende resultaat aan de PVV kleven. De andere partijen weten nu dat ze de PVV straffeloos kunnen uitsluiten. Sterker, ze kunnen de PVV klein houden door duidelijk te maken dat ze niet met Wilders wensen te regeren. Ruttes blokkade – ‘Het gaat niet gebeuren!’ – was genoeg om de PVV-kiezers de moed te laten verliezen. Vaak wordt beweerd dat de PVV gehinderd wordt door een lage opkomst. Maar dat is ook nu niet het geval. De opkomst was hoog.

Lodewijk Asscher werd met zijn PvdA zo wat weggevaagd. Een verlies van bijna 30 zetels, dat is nog nooit vertoond. Asscher piekert er niet over om persoonlijke consequenties te verbinden aan deze uitslag. Ook partijvoorzitter Hans Spekman wil gewoon door. Onzeker of dit lukt. Na de eerste schrikreactie volgt een zekere berusting. Het was sneu, zielig en eigenlijk ook onverdiend dat de PvdA zo zwaar moet boeten voor het economische herstelbeleid gedurende Rutte II.

Dit sentiment van compassie met lijsttrekker en partijvoorzitter blijft niet lang duren. De PvdA gaat zware stormen tegemoet van evaluaties en afrekeningen. De partijgenoten zijn nu nog versuft door de klap. Straks volgt de afrekening. Aanschuiven in een kabinet Rutte-III om VVD, CDA en D66 aan een meerderheid te helpen, is na zo’n catastrofe niet verstandig. Maar om straks in de Kamer zes partijen voor laten gaan en daarna pas als kreupele partij een oppositiewoordje te mogen spreken, is ook niet aantrekkelijk.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.