Terreur

Wie is Marouane B? Jihad-rapper wil terug naar Nederland

Door Bauke Schram - 13 juli 2017

Hij wordt verdacht van onthoofding, en wilde ‘de situatie in Syrië veranderen’. De Arnhemse jihad-rapper Marouane B. wil terug naar Nederland, bevestigt zijn advocaat.

Het Openbaar Ministerie klaagt Marouane B. aan voor onder meer deelname aan een terroristische organisatie. In een ‘sentimentele’ rap, getiteld ‘Ik kom ooit terug’, laat hij aan zijn moeder weten weer naar Nederland te willen komen.

Propagandavideo IS

Lees ook: Victor Droste was postbode in een Overijssels dorpje. Toen las hij de Koran en werd hij jihadist in Syrië >>

Raadsvrouw Barbara Klunder kan niet bevestigen of de rap inderdaad van B. (22) komt. Wel weet ze zeker dat hij inderdaad naar Nederland wil terugkeren. Eerder kondigde hij zijn plannen om terug te keren aan in een open brief

B. vertrok in 2013 vrijwillig naar Syrië om zich aan te sluiten bij jihadistische groepen. Hij vertrok samen met vriend Robbin van D., die al snel terugkeerde. In 2014 speelde B. een rol in een propagandavideo van Islamitische Staat (IS). Nu de terreurgroep aan terrein en macht verliest, wil de jihadist terug.

Hoewel hij zelf koos voor de reis naar de door IS-bezette gebieden, vraagt B. om medelijden en vergiffenis in zijn rap. Het lied is vooral gericht aan zijn moeder, tegen wie de Syriëganger naar eigen zeggen vaak loog.

B. heeft geen spijt

In een interview met RTL Nieuws klaagt B. steen en been over de situatie in Syrië. ‘Ik zag hoe strijders van IS door het hoofd werden geschoten nadat ze gevangen waren genomen. Ik heb bommen zien vallen op onschuldige burgers.’

B. zegt geen spijt te hebben, en ziet zichzelf niet als een terrorist. Hij heeft alleen spijt van het feit dat hij zijn ouders ‘slapeloze nachten heeft bezorgd’.

IS-strijders worden bij terugkeer standaard vervolgd en vastgezet. B. wordt verdacht van deelname aan een terreurorganisatie, maar de aanklacht tegen de jihad-rapper wordt mogelijk uitgebreid: Justitie verdenkt hem van onthoofding.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.