nederland

Vloggers: YouTube-sterren die net zo zijn als jij

Door Jenny Velthuys - 01 april 2015

Vloggers zijn jongeren die video’s maken over dingen die ze interessant vinden. Er zijn sterren bij die niemand van boven de 20 kent. Een vlogger, een fan, een scout én een wetenschapper leggen uit wat er gaande is.

Op 20 oktober 2014 kwam ene Enzo Knol opeens in het nieuws omdat hij een paniekaanval zou hebben gekregen tijdens zijn eigen fandag. Hij schrok zo van de massa gillende jongens en meisjes die achter zijn auto aanrenden dat hij niet meer kon ademhalen en zich liet meevoeren door de politie. Maar wie is Enzo Knol? En waarom heeft hij fans?

Enzo Knol is blond, 21 en een beetje een slungel. Hij kan niet erg goed zingen. Hij is geen acteur en geen profsurfer. Hij is geen gitarist, geen schrijver, geen basketballer, geen rapper, geen dichter. Hij komt niet van televisie. Maar sinds ongeveer een jaar maakt hij elke dag een filmpje van zijn dag en zet dat vervolgens op videowebsite YouTube.

Wie dat wil, ziet Enzo terwijl hij een dagje naar het pretpark gaat, als hij een computerspelletje zit te spelen, als hij een kat aait en als hij wat met zijn vriendin Dee zit te kibbelen. Een filmpje duurt ongeveer 20 minuten. Elke dag.

Fans

Enzo Knol is een vlogger – iemand die online een dagboek bijhoudt in videovorm. Een video-blogger. Ruim zeshonderdduizend mensen zijn op zijn YouTubekanaal geabonneerd en het aantal abonnees groeit nog steeds. Bloggers bestaan al langer in Nederland, maar ze werden nooit erg serieus genomen, in elk geval niet door de traditionele media. Intussen bleef het aantal Nederlandse bloggers en vloggers groeien. En het aantal fans ook.

Het gekke is alleen dat je er meestal niets van merkt, tenzij je ervan afweet. Pas sinds die middag dat Enzo Knol ging hyperventileren op zijn fandag in Utrecht, kunnen we er niet meer omheen. Vloggers zijn de nieuwe rocksterren.

Veel vloggers zijn jongeren tussen de 12 en 22 jaar. Het zijn geen traditionele entertainers die zich hebben bekwaamd in één vak als acteren, schrijven of zingen. Ze noemen zichzelf creators. Of influencers. Ze maken video’s over de onderwerpen die ze zelf interessant vinden.

Dat kan gaan van een filmpje over een nieuw computerspel tot een video waarin je leert hoe je je bruine ogen meer laat opvallen. Of hoe je speltpannekoeken bakt. Of hoe het voelt om van geslacht te veranderen. Noem het maar. Typ een willekeurig woord in en op je beeldscherm verschijnt een onuitputtelijke lijst filmpjes.

‘Voor jongeren is YouTube veel belangrijker dan televisie,’ zegt cultuurwetenschapper Thimon de Jong (37). ‘Veel jongeren zijn van kinds af aan gewend dat ze over van alles mochten meebeslissen. Als ze opgroeien, hebben ze moeite met hiërarchie. Dus willen ze ook niet dat een of andere zender voor hen bepaalt waarnaar ze moeten kijken. En zo kan het zijn dat je midden in de samenleving staat en dat er toch megasterren zijn die je helemaal hebt gemist. Ik bedoel, je leest de krant, je kijkt televisie, en toch weet je er niets van af. Er ontstaat een soort parallelle cultuur.’

Eind vorig jaar publiceerde het Amerikaanse weekblad The New Yorker een artikel over deze nieuwe ‘internetsterren’. ‘Internetsterren zien eruit als de kleinkinderen van talkshowpresentator Larry King,’ vindt de schrijver van het stuk, Tad Friend: ‘Ze hebben een groot hoofd, wijd uitstaande ogen, een goed gebit, actieve handen en uit angst dat ze je aandacht verliezen, knipperen of pauzeren ze nooit.’

Verzamelbak

YouTube bestond afgelopen februari precies tien jaar. Wie kan zich internet nu nog voorstellen zonder die verzamelbak van videoclips en home made-video’s? Elke minuut wordt er meer dan driehonderd uur aan beeldmateriaal geüpload. De oprichters schijnen op het idee gekomen te zijn door de boobflash van Janet Jackson tijdens de Superbowl in 2004.

Op internet had iedereen het erover, maar je kon het stukje film waarin Jacksons blote borst te zien was, nergens terugkijken. Amper een jaar na oprichting stond online-videoplatform YouTube in de top-5 van populairste websites ter wereld.

Dat komt ook door het gemak waarmee je een filmpje kunt maken. Koop een smartphone en je hebt direct een camera met toegang tot internet. Robert Kyncl, de CEO van YouTube, in The New Yorker: ‘Mensen die opgroeiden in een tijdperk van genetwerkte mobieltjes met camera’s zijn zich constant bewust van zichzelf – ze kunnen er niet aan ontsnappen.’

YouTube wemelt dan ook van de grofkorrelige filmpjes van obscure individuen. De meeste filmpjes zijn alleen leuk voor degenen die de maker kennen – en vaak ook dan niet. Maar soms zet iemand iets online wat kijkers trekt. Een filmpje dat je raakt. Een video waarin heel mooi wordt gezongen. Een grappige parodie.

Die filmpjes gaan dan viral – het hele internet over. Of je komt een filmpje tegen van iemand met wie je een klik voelt. Als die persoon meer filmpjes maakt, bestaat er een kans dat je vaker gaat kijken. En voor je het weet, heeft die YouTuber er nog een fan bij. Jou.

‘Eens gingen we de straat op in onze zoektocht naar plezier en avontuur, maar nu keren we ons met precies die doelen tot de online-wereld,’ schrijft een Engelse journalist in een essay over de impact van internet op onze cultuur. En zo is het.

Het feit dat YouTube zo massaal wordt gebruikt, heeft ervoor gezorgd dat het een plek is geworden voor specifieke interesses. Je vindt er beautyfilmpjes, fashionkanalen, muziekvideo’s, gamerecensies, automotive-filmpjes, kookvideo’s en dan nog een categorie die heel breed ‘lifestyle’ wordt genoemd. Voor meisjes van 9 jaar die zijn geïnteresseerd in Katy Perry is YouTube een heel ander landschap dan voor een moslimfundamentalist. Maar ze vinden er allebei waarschijnlijk precies wat ze zoeken.

Er is nog een andere verklaring voor de populariteit van vloggers. Ze passen, als bron van kennis heel goed in het computertijdperk, waarin het idee van wat kennis is, steeds verder versmalt. De Amerikaanse filosoof en schrijver David Weinberger spreekt zelfs van ‘knowledge anorexia‘.

In Small Pieces Loosely Joined: A Unified Theory of the Web (2002) ontvouwt Weinberger de theorie dat de mensheid sinds de oudheid een steeds magerder opvatting van kennis is gaan aanhangen, leeft ‘op een steeds strikter dieet van kennis’, zoals hij het uitdrukt.

‘Kennis begon ooit dik en taai. Het begon met het besef dat de wereld niet altijd is wat hij lijkt,’ schrijft hij. Sindsdien is alles wat naar ambiguïteit neigde, of niet kon worden bewezen, juist geëlimineerd uit onze opvattingen van kennis.

Dit proces begon bij Plato en heeft in het computertijdperk – het tijdperk immers van de kale ‘data’ – zijn magerste stadium bereikt, aldus Weinberger. We leven nu in een tijd van cijfers, objectiviteit en meetbaarheid. Die vormen onze ‘kennis’. Kennis transformeerde zo van een gezellige dikkerd in een paspop, van een Rubensachtige schoonheid in een magere ‘Kate Moss’. Alleen het geraamte van kennis is nog over, aldus Weinberger. Anorectisch, vindt hij.

Weinberger schreef zijn boek voordat de vloggerscultuur groot werd, maar het werpt toch wel een interessant licht op hun populariteit. Waarom vertrouwen we vloggers? Vloggers hebben, hoe verschillend ze verder ook zijn, één ding gemeen.

Ze zijn voor anderen een autoriteit – een bron van kennis – die op een heel persoonlijke manier toegang biedt tot een complexe wereld van kale, ongezellige data. Het mogen dan autoriteiten zonder diploma’s zijn, het zijn wel autoriteiten van vlees en bloed. En blijkbaar is daar behoefte aan.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.