Gerry van der List

‘Gelukszoekers’ en ‘graaiers’: het gevaar van framing

Door Gerry van der List - 01 mei 2015

Framing kan effectief zijn. Een goed gekozen beeld kan de visie van kiezers beïnvloeden. Maar in sommige gevallen belemmert framing het voeren van een zakelijk debat.

Het was geen slechte vondst van Mark Rutte. In de campagne voor de verkiezingen van de Provinciale Staten beschuldigde de VVD-leider het CDA van het nemen van een ‘verantwoordelijkheidsvakantie’.

De christen-democraten zouden een gebrek aan verantwoordelijkheid ­tonen door te weigeren mee te werken aan de politieke compromissen die Rutte in zijn hoedanigheid van minister-president continu aan het bedenken is. Dit verwijt raakte een snaar bij het CDA, dat zich altijd juist laat voorstaan op zijn bestuurskracht en constructieve opstelling. En zo werd een oppositiepartij als het ware gedwongen om zich te verontschuldigen voor het voeren van oppositie.

Voor de truc van Rutte bestaat een term die de laatste jaren erg in zwang is geraakt: ‘framing’. Het gaat dan om het kiezen van woorden en beelden die de nadruk leggen op positieve of negatieve aspecten van een verschijnsel. Het is een soort vernuftige manipulatie.

Gelukszoekers

Wikipedia geeft als voorbeeld van framing het gebruik van het woord ‘gelukszoekers’ voor vluchtelingen. Om daar meteen aan toe te voegen dat het oneerlijk is om met dit valse beeld te wijzen op het vermeende egoïsme van de betrokkenen. Een vreemd staaltje van linksig moralisme dat natuurlijk helemaal niet past bij een internetencyclopedie waarvan objectieve informatie wordt verwacht. Misschien zou er eens een studie moeten worden verricht naar framing door Wikipedia.

Framing kan effectief zijn. Een goed gekozen beeld kan de visie van kiezers beïnvloeden. Een mooi voorbeeld is de beeldende uitdrukking ‘de puinhopen van Paars’. Pim Fortuyn slaagde er met deze metafoor in om de indruk te wekken dat de kabinetten-Kok louter ellende hadden gebracht.

Wetenschappers als de Amerikanen George Lakoff en Jeffrey Scheuer hebben betoogd dat rechts vaardiger is in de kunst van het framen dan links. De Republikeinen zouden in de politieke strijd slimmer hun slogans en sound­bites kiezen dan de Democraten. De verklaring zou zijn dat rechts een stuk geslepener en simplistischer is en minder idea­listisch en fatsoenlijk.

Deze verklaring getuigt duidelijk van politieke vooringenomenheid. Framing is een praktijk van alle politieke stromingen. In ­Nederland hebben progressieve partijen een voordeel door de connotatie van vaak gebruikte begrippen.

In de Verenigde Staten roept het woord ‘staat’ bijvoorbeeld bij velen associaties op met bedilzucht en inperking van vrijheid. Hier geldt de overheid in de eerste plaats als een schild voor de zwakken waarop bij zowat elk maatschappelijk probleem een beroep kan en moet worden gedaan.

Markt

Over de markt zijn de vaderlandse gevoelens weer minder ­positief. Het streven naar meer marktwerking in de zorg leidt al snel tot gevoelens van huiver. Verstandig is het dan ook om ­liberale maatregelen aan te prijzen onder een andere noemer, zoals het vergroten van de keuzevrijheid voor de consument.

In de politiek spelen emoties een belangrijke rol. Dus hebben politici belang bij het listig plakken van etiketten op mensen en zaken met de bedoeling de gevoelens van kiezers de gewenste richting op te sturen. Maar het bespelen van gevoelens draagt zelden bij aan een verhoging van het niveau van een discussie.

Framing gaat niet zelden gepaard met verdachtmakingen en ernstige overdrijvingen. Zo moet Fortuyn zelf ook wel hebben beseft dat de twee paarse kabinetten niet alleen maar voor kommer en kwel hebben gezorgd.

Bankiers

In de recente discussie over bonussen in het bedrijfsleven waren ook weer volop emotievolle termen te horen. Fors verdienende bankiers werden weggezet als ‘graaiers’ en ‘zakkenvullers’. Wat tegenwoordig framing heet, komt voor een deel neer op ouderwets schelden. Waarbij in dit geval weer eens bleek dat populisme niet het monopolie is van rechts. Volks ongenoegen kan goed aansluiten bij progressieve opvattingen.

De politieke – en journalistieke – advocaten van de grootverdieners in het bedrijfsleven meenden terug te moeten slaan door te schermen met (dis)kwalificaties als ‘jaloezie’. Erg sterk is dit verweer niet.

Kritiek op forse bonussen ontspruit doorgaans aan een, al dan niet goed doordachte, visie op wat een rechtvaardige inkomensverdeling is. Het simpelweg framen – dat wil zeggen: afschilderen – van de linkse critici als afgunstige types belemmert het voeren van een zakelijk debat.

Elsevier nummer 19, 9 mei 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.