Milos Labovic

EU is vlees noch vis: dat heeft kwalijke gevolgen

Door Milos Labovic - 14 september 2017

Het bouwwerk van de Europese Unie heeft één gigantische weeffout. Het heeft zowel de kenmerken van een democratische staat als van een internationale organisatie, schrijft lobbyist Milos Labovic.

Woensdag sprak Europese Commissie-voorzitter Jean-Claude Juncker zijn Staat van de Unie uit. Hij schetste verschillende scenario’s en opties voor de toekomst van Europa. Maar eigenlijk zijn er maar twee scenario’s voor de Europese Unie (EU) mogelijk. Zij wordt of een democratische staat of een samenwerkingsverband. Alle andere opties leiden tot een disfunctionele Unie die door haar lidstaten onder druk van boze burgers zal worden opgeheven.

Valse indruk bij burger

De Europese Unie is vlees noch vis, staat noch samenwerkingsverband. Dit heeft twee kwalijke gevolgen. Ten eerste wordt bij de burger de valse indruk gewekt dat hij door zijn stem uit te brengen invloed kan uitoefenen op het beleid van de EU. Maar doordat er geen klassieke regering-oppositie bestaat, is het onmogelijk om beleid te beïnvloeden via het stembiljet. Dit wordt ook wel het democratisch tekort van de EU genoemd. Om zijn recht toch te doen gelden, grijpt de kiezer naar referenda of stemt hij op eurosceptische of zelfs anti-EU-partijen.

Maar er is nog een ander kwalijk gevolg van het feit dat de Unie een hybride monster is: de Unie is niet in staat om haar problemen op te lossen. In een democratische staat krijgt de regering een mandaat van het door het volk gekozen parlement om een koers uit te zetten. De regering kan hierdoor daadkrachtig opereren. Als de kiezer ontevreden is, straft hij de regeringspartijen af bij de eerstvolgende verkiezingen.

Coalities in achterkamertjes

Bij de EU gaat dat allemaal niet op. Als de Europese Commissie een voorstel doet, is zij afhankelijk van een parlement waarin zij geen meerderheid heeft, omdat de Commissie wordt samengesteld door de lidstaten, niet door het parlement. Dit geldt ook voor de Europese Raad, die is samengesteld uit de ministers van  de lidstaten. Om wetgeving door het Europees Parlement te krijgen, moet de Commissie in achterkamertjes coalities sluiten met een breed scala aan europarlementariërs, lidstaten en zelfs lobbyisten.

De Commissie legt geen directe verantwoording af aan het parlement. Zo wordt besturen en verantwoording afleggen aan de kiezer onmogelijk. Bovendien is het zorgwekkend dat letterlijk alle besluiten van de EU in achterkamertjes worden genomen. De verdragen moeten structureel worden gewijzigd voor dit systeem een parlementair stelsel kan worden, waarin wordt geregeerd op basis van politiek-ideologische meerderheden. Hierdoor blijven de problemen van de EU onopgelost.

Kiezer zadelt leiders op met absurde tegenstrijdigheid

De kiezer gaat ook niet vrijuit. Die zadelt de regeringsleiders op met een absurde tegenstrijdigheid. Iedereen wil namelijk democratische controle op Europees beleid, maar niemand wil een Europese regering. Democratische controle heeft alleen zin als er ook daadwerkelijk een regering is om te controleren. Maar omdat niemand een Europese regering wil, hebben wij een ongekozen Europese Commissie, een Europees Parlement zonder meerderheid of oppositie, en een  wirwar aan Europese presidenten. Wie de uiteindelijke verantwoordelijkheid draagt, weet niemand.

Uiteraard is er ook nog die andere optie: dat de Europese Unie een internationaal samenwerkingsverband wordt. In dat geval is er geen Europees Parlement meer nodig en controleren de nationale parlementen het beleid. Heel veel beleid kan worden afgeschaft omdat er geen gezamenlijk Europees belang kan worden gedefinieerd. De Europese Unie houdt zich dan waarschijnlijk alleen nog bezig met technische standaarden en het oplossen van crises.

Niemand offert zich op voor groter EU-belang

Maar hebben wij die keuze eigenlijk nog wel? Om in de toekomst uitdagingen aan te kunnen en überhaupt relevant te zijn, moet de EU economische en internationaal-politieke massa kweken. In 1980 was Europa goed voor 25 procent van de wereldeconomie. Nu is dat nog maar 15 procent en dat zal in de toekomst nog minder worden. Bovendien kampt Europa met een krimpende bevolking. Zelfs de economisch sterkste lidstaat van de EU, Duitsland, speelt nog maar een kleine rol op het wereldtoneel. Het is dus de vraag of je massa kunt creëren met een internationale organisatie.

Telkens stuiten we op het eigenbelang van individuele lidstaten. Niemand offert zich op voor het grotere Europese belang. Even problematisch is dat de kiezer niet meer tolereert dat er besluiten worden genomen waarover nauwelijks verantwoording wordt afgelegd. Maar als die kiezer zo graag betrokken wil zijn bij besluitvorming, dan is de tijd van een houtje-touwtje-EU voorbij. Het is vlees of vis: een democratische staat of een samenwerkingsverband.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.