Arthur van Leeuwen

Dokters horen wél transparant te zijn

Door Arthur van Leeuwen - 17 juni 2017

Artsenorganisatie KNMG wil een einde aan ‘naming and shaming’ door openbare uitspraken van het Medisch Tuchtcollege. Dat is de klok terugdraaien en de patiënt niet serieus nemen.

Na jaren waarin artsen steeds meer prijsgaven over de kwaliteit van hun werk, stelt de beroepsgroep zich op als een ouderwets gilde. Voorzitter René Héman van artsenorganisatie KNMG keert zich tegen openbaar maken van tuchtrechtelijke uitspraken. Ze wil patiënten dus niets meer zeggen over verkeerde diagnoses, mislukte ingrepen of medische fouten.

‘Shaming’ in BIG-register

Sinds 2012 zijn uitspraken van het Tuchtcollege en bevelen van de Inspectie (IGZ) te vinden in het openbare BIG-register. Maatregelen variëren van ‘berisping’ tot ‘doorhaling’ – van een arts die een keer ‘verwijtbaar’ handelde en bevoegd blijft, tot iemand die uit het beroep is gezet.

‘Tuchtmaatregelen zijn bedoeld om de zorg te verbeteren. Ook artsen maken soms fouten en daar moeten zij van kunnen leren, maar een publieke schandpaal leidt eerder tot een defensieve houding van artsen, wat de zorg niet beter maakt,’ schrijft Héman in een column. Inderdaad, lastig dilemma, en onderzoek wijst uit dat artsen ook flink last kunnen hebben van dit ‘shamen’.

Keuze-informatie

Maar moet de patiënt dan in het ongewisse blijven en vertrouwen op KNMG en IGZ als hoeders van hun veiligheid – zelfs al gaat een dokter bij herhaling in de fout? Nee, natuurlijk niet. Bij keuze-informatie, waaraan ook de KNMG hecht, hoort: naar een dokter stappen die je meer vertrouwt.

Meer opinie, elke dag in je inbox? Meld je aan voor onze nieuwsbrief >>

Het lijkt veel op de discussie over bekendmaken van sterftecijfers in ziekenhuizen. Dat zou ziekenhuizen en dokters schaden, patiënten afschrikken, en ze konden niet beoordelen wat die cijfers betekenden. Wat na openbaarmaking gebeurde was prompt: daling van de sterftecijfers. Zo hoort dat, dokters. Eerlijk zeggen, daar worden we allemaal beter van.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.