Jelte Wiersma

Europa als multicultureel rijk betekent instabiliteit

Door Jelte Wiersma - 18 juni 2017

Multiculturele en multi-etnische rijken zijn instabiel en leiden tot oorlogen, zo leert ons de recente Europese geschiedenis. In plaats van die les ter harte te nemen wordt in Europa gewerkt aan het creëren van een nieuw multicultureel en multi-etnisch rijk: de Europese Unie.

De vele successen en fouten van onze voorvaderen zijn een bron van wijsheid. Het is uiteraard mogelijk theoretisch een en ander te bedenken, maar eens zal de theorie in de praktijk moeten worden getoetst. Pas dan blijkt of iets dat op papier logisch is ook werkt. In het verleden heeft men onder meer het communisme geprobeerd. Op papier klopte het, in de praktijk niet. Ook hebben onze voorvaderen multiculturele en multi-etnische rijken als staatsinrichtende en samenlevingsvorm geprobeerd. Met weinig succes. Deze lessen zijn geleerd ten koste van miljoenen mensenlevens. De waarde ervan is dan ook nauwelijks te overschatten.

Meer nieuws, elke dag in je inbox? Meld je aan voor Elseviers nieuwsbrief >>

Toch gaat de Europese Unie de weg op die onze voorvaderen al hebben bewandeld: de creatie van een multicultureel en multi-etnisch rijk. Kan dit wel slagen?

Voor antwoorden is het nodig terug te gaan naar de negentiende eeuw, de eeuw van de Europese rijken: Het Britse, Franse, Duitse, Russische, Spaanse en Oostenrijks-Hongaarse. In deze rijken woonden mensen met verschillende talen, religies en etniciteiten. Ook woonden er soms mensen buiten deze rijken die zich tot een volk binnen de rijken voelden behoren. Zij waren als het ware geboren in een verkeerd (staats-)lichaam.

Drie grote oorlogen verder en twee lessen konden worden getrokken. Een rijk kan alleen een stabiel land worden met een homogene bevolking onder buitenlandse druk of door gedwongen volksverhuizingen.

De creatie van Fransen en Russen

Het eerste gebeurde in Rusland en Frankrijk. Beide rijken werden permanent van verschillende kanten bedreigd. Het militaire apparaat dat de Franse ondergang moest voorkomen, maakte van Basken, Bretons en Normandiërs Fransen. Minder dan de helft van de Fransen sprak ruim honderd jaar geleden Frans. Door de invoering van de dienstplicht, als reactie op de Duitse dreiging en het bewust mengen van de volkeren binnen het Franse rijk ontstonden de hedendaagse Fransen. Hetzelfde gold ongeveer voor Rusland, alleen dan gewelddadiger.

Duitsland probeerde ook van een rijk een homogener land te worden maar had een bijkomend probleem: nogal wat Duitstaligen woonden buiten het Duitse rijk en in het Duitse rijk woonden nogal wat niet-Duitsers. Wat te doen? Alle gebieden met Duitstaligen veroveren, luidde het antwoord van Berlijn. En proberen de binnenlandse niet-Duitsers zoals Slaven tot Duitsers te maken. Beide pogingen faalden.

Drie Duitse expansie-oorlogen leidden uiteindelijk tot verlies van territorium en de huidige grenzen. Wegens een zwakker centraal bestuur dan in Frankrijk en Rusland lukte het ook al niet zo goed om van niet-Duitsers Duitsers te maken. Duitsland werd pas een homogeen land toen bijna alle Duitstaligen uit het oosten door de Sovjets naar het huidige Duitsland werden verjaagd en buitenlandse mogendheden de grenzen hadden getrokken.

De Joegoslavië-oorlogen in de jaren negentig brachten dezelfde lessen. Slechts onder leiding van dictator Tito werden Slovenen, Kroaten, Bosniërs, Serviërs en Montenegrijnen bijeen gehouden. Het bleek tijdelijke stabiliteit. Na zijn dood in 1980 grepen minderheden die zich tekort gedaan voelden door de dominerende Serviërs hun kans. Er brak oorlog uit. Pas na het trekken van grenzen en grootschalige volksverhuizingen ontstond enige rust, vooral in Slovenië en Kroatië. Bosnië en Montenegro zijn met allerlei minderheden zijn nog steeds kruitvaten.

Een stabiel land ontstaat als een homogene bevolking samenwoont binnen duidelijke grenzen zonder minderheden die zich miskend voelen of inwoners die fundamenteel andere opvattingen huldigen. Waar dat niet zo is, ontstaan conflicten. Hongarije ziet de vijf miljoen Hongaren in omliggende landen als onderdanen, Zweden heeft via een Zweedse minderheid voet aan de grond in Finland. Servië aast op Kosovo waar een Servische minderheid woont. Noord-Ierland kent een gewapende vrede. In Spanje is het nooit gelukt Basken en Catalanen tot Spanjaarden te maken. Het rijke Catalonië dreigt met afscheiding. Het ook al rijke Vlaanderen probeert stapsgewijs België te ontmantelen. Zuid-Tirol en Sicilië kunnen slechts door belastingvrijstelling en enorme subsidies bij Italië worden gehouden.

Rijk in wording

Met de steeds machtiger Europese Unie is Europa stapje bij beetje een rijk aan het worden. Multicultureel en multi-etnisch. Dit wordt nog eens versterkt door grootschalige immigratie uit vooral islamitische landen. Zo gaat Europa lijken op de Europese rijken van de negentiende eeuw en het eerste deel van de twintigste eeuw en het Joegoslavië onder Tito. Verschillende volkeren met verschillende religies en talen wonen in één huis.

Om hen tot één volk te smeden dat dit één gemaakte Europa kan en wil dragen heeft, zo leren onze voorvaderen ons: Europa een buitenlandse vijand nodig. Of het sterkste Europese volk moet de andere volkeren langdurig overheersen en hen tot een nieuwe identiteit dwingen. Deze laatste optie lijkt kansloos. Alleen Duitsland komt daarvoor in aanmerking. Duits is de meest gesproken taal, het is het volkrijkste land en heeft de sterkste economie. Maar Frankrijk is te groot om te overheersen en de Duitse pogingen om Zuid-Europa (hervormingen voor de euro) en Oost-Europa (opname van immigranten) tot Duitse opvattingen te dwingen hapert. Het Verenigd Koninkrijk heeft zich afgescheiden van het Duitse Europa, Turkije eigenlijk ook.

Buitenlandse vijand

Blijft over: een buitenlandse vijand. De Sovjet-Unie speelde deze rol maar is weggevallen. Bondskanselier Angela Merkel en president Emmanuel Macron grepen de afgelopen weken hun kans door zich af te zetten tegen Donald Trump. Ook voeren zij de druk op Rusland op. Russische hacks zullen beantwoord worden met extra sancties, zo is het voorstel. Ook met Turkije zijn de relaties getroebleerd. Maar al met al lijkt de buitenlandse druk te beperkt om Europa te mobiliseren en via bijvoorbeeld de dienstplicht Europeanen te creëren. Een grootschalige Russische inval is onwaarschijnlijk.

Het dichtst in de buurt van buitenlandse druk is de massale immigratie vanuit Afrika en Azië – ook een soort inval. Deze immigratie leidt dan ook tot verdere Europese integratie. Het zijn stapjes naar de bouw van een Europese superstaat, een Europees rijk. Dit rijk expandeert, zoals Duitsland dat ooit deed. Ditmaal door Europeanen die buiten de EU woonden en wonen (Midden en Oost-Europa) binnen het Europese rijk te trekken. Deze route werd Duitsland destijds bijna fataal.

Voor het multiculturele en multi-etnische Europese rijk dreigt zo’n scenario niet meteen maar het zal instabieler zijn dan de natiestaten die het deels vervangt. Net zoals de negentiende-eeuwse rijken instabiel waren. Bijna alle volkeren binnen het Europese rijk, behalve misschien Duitsland, voelen zich nu al miskend. Het is dan ook maar zeer de vraag of het Europees rijk in aanbouw stand kan houden. Onze voorvaderen hebben het geprobeerd en dit bleek op lange termijn niet houdbaar.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.