Syp Wynia

Wordt Pasen vieren de volgende verzetsdaad?

Door Syp Wynia - 30 maart 2017

Pasen is een christelijk feest, met voorchristelijke (joodse, ‘Germaanse’) wortels dat in Nederland als een algemeen erkend feest wordt gevierd. Ook niet onbelangrijk: de Paasmaandag na Paaszondag is voor de meeste mensen een vrije dag.

Tegenwoordig is Pasen veel meer dan het christelijke voorjaarsfeest, waarbij de zondagse opstanding van Jezus Christus uit de dood wordt gevierd, nadat hij op Witte Donderdag door zijn leerling Judas was verraden aan vijandige landgenoten die hem uitleverden aan de Romeinse stadhouder die hem op Goede Vrijdag liet kruisigen.

Pasen als nieuwe Sinterklaas

Pasen is ook de Paashaas, die iets met eieren doet – een fenomeen dat in die vorm in Nederland hooguit twee eeuwen geleden vanuit de Duitse landen kwam aanwaaien. Pasen is paaseten, naar de woonboulevard op Tweede Paasdag. Pasen is iets met paastakken. Pasen is sinds enkele jaren ook The Passion, waarin het Bijbelse lijdensverhaal voor een miljoenenpubliek in een soort plastic musicalversie is gegoten, met veel Engelse taal. Voor de notabelen en would-be notabelen van Nederland is er als tegenwicht gelukkig ook de – Duitstalige – Matthäus Passion van Johann Sebastian Bach.

Pasen is een diepgeworteld Nederlands feest, waarbij iedereen zo’n beetje zijn eigen versie kan beleven. Als christen, als consument, als tv-kijker, in het Engels voor het volk en in het Duits voor de hoger geplaatsten.

Maar Pasen heeft ook alles in zich om een nieuwe frontlijn te worden: Pasen als het nieuwe Sinterklaas en Zwarte Piet, Pasen als het nieuwe Kerst. Pasen bedreigd door moslim-fluisteraars, cultuur-relativisten, identity-politici, importeurs van Angelsaksische commercie en multiculturaliteit. Zoals Allerheiligen en Sint Maarten worden bedreigd door Halloween, Sinterklaas her en der zijn kruis al kwijt is, Zwarte Piet in de grote steden nog zelden zwart is, de kerstboom er steeds abstracter uitziet en Kerst een Winterfeest aan het worden is.

Identity politics

Op de laatste Prinsjesdag heette het dat ‘identiteit’ hét grote thema zou worden, ook bij de Tweede Kamerverkiezingen. Of dat helemaal uit de verf kwam valt te bezien, maar het staat vast dat immigratie en het hanteren van de gevolgen daarvan door de jaren heen het belangrijkste thema is. Waarbij het overgrote deel van de Nederlandse steevast van mening is dat immigranten zich moeten aanpassen.

In de praktijk is dat vaak niet het geval. De minderheid van Nederland die van mening is dat Nederland zich (ook) moet aanpassen aan immigranten krijgt in de praktijk zijn zin – waarbij niet vast staat of de immigranten dat hebben geëist of dat autoriteiten al buigen voor druk die er nog niet eens is.

Dat neemt niet weg dat er ook assertieve migrantengroepen zijn, die op hun strepen staan, gelijkberechtiging van hun cultuur eisen of juist voorgetrokken willen worden omdat ze eerder groepsgewijs benadeeld zouden zijn. Tot die eisende groepen behoren zowel islamitische organisaties als nakomelingen van Surinaamse slaven, die naar Amerikaans voorbeeld hier identity politics willen introduceren, waarbij ‘witten’ te boek staan als schuldigen en ‘zwarten’ als slachtoffer.

Het handelsmerk van de aanhangers van identity politics – zoals de kersverse politicus Sylvana Simons – bestaat er uit dat mensen niet worden beoordeeld worden op wat ze doen, maar op hun huidskleur (of op hun geaardheid of handicap, of dat alles tegelijk) en het daarop gestoelde slachtofferschap dan wel daderschap.

Wie is de baas in Nederland?

Minderheidsgroepen kunnen in een land als Nederland op basis van hun vermeende kwetsbaarheid veel gedaan krijgen, inclusief het ingrijpen in feestdagen. Nederlandse autoriteiten hebben sowieso een onevenredig neiging mee te gaan in aanpassing van Nederland aan immigrantengroepen, zelfs als die daar niet eens om vragen.

Het raakt aan wat de socioloog Paul Schnabel als kernvraag formuleerde: ‘Wie is er eigenlijk de baas in dit land?’ En dat raakt weer aan de kwestie of de binnenkomer zich moet aanpassen aan het ontvangende land, of dat het ontvangende land zich moet aanpassen aan de binnenkomer. Vast staat dat de meerderheid van de Nederlanders het eerste wil, maar dat het tweede vaak het geval is. Dat is munitie voor een veenbrand, en die is er dan ook.

Zo kon het gebeuren dat het Paasfeest zelfs in zijn vercommercialiseerde versie met paastakken, paaseieren en een Engelstalige Jezus een bolwerk van Nederlandse identiteit kon worden, onder het motto dat ‘ze’ dat niet ook nog eens van ‘ons’ gaan afpakken. Steek even de vinger in de Nederlandse identiteit en het borrelt al. Ik kom mensen tegen die niet weten waar Pasen voor staat, nog nooit een kerk van binnen hebben gezien, maar pal staat voor de paashaas en de paaseieren. ‘Dat gaan ze niet ook nog van ons afpakken’.

‘Onze westerse cultuur is uniek. Dat moeten we goed beseffen

Kwetsbare frontlinie

Halbe Zijlstra, een beetje uit beeld geraakt als tweede man van de VVD, heeft een gevoelige antenne voor de sluipende ondermijning van de Nederlandse identiteit. Eind vorig jaar stond hij net als zijn partijleider, premier Mark Rutte, nog pal voor Zwarte Piet die zwart hoort te zijn en niet gestreept. Even later schafte het kabinet Rutte-Asscher Zwarte Piet alsnog af.

Dezelfde Halbe Zijlstra stond een jaar geleden al pal voor Pasen, toen omdat de winkelketen Hema het woord ‘Pasen’ had vervangen door ‘voorjaar’ en paaseitjes tot ‘verstopeitjes’. Het winkelbedrijf zag het naar eigen zeggen als een middel om het paasei-seizoen te verlengen, maar Zijlstra zag er een glijdende schaal in. Dit jaar heeft de Hema een levensgrote paashazenfamilie, die als ware fotomodellen kleding van de Hema showt.

Misschien is het niet eens Pasen, dat de kwetsbaarste frontlinie van de Nederlandse identiteit vormt als het om feestdagen gaat. Dan zijn Hemelvaart en Pinksteren nog eerder aan de beurt. Niet alleen weet echt bijna niemand wat er die dagen precies aan de hand is, maar ook als familiefeest, eetfeest en detailhandelfeest staan ze veel lager in rang dan Kerst en Pasen. Het is wachten tot Kuzu, Özturk en Azarkan met het voorstel komen om Pinksteren te vervangen door het Suikerfeest. En dan kijken wat Jesse Klaver er van vindt.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.