Syp Wynia

Waarom Ahmed Marcouch ongeschikt is als burgemeester

Door Syp Wynia - 06 juli 2017

De gemeenteraad van Arnhem draagt gewezen PvdA-kamerlid Ahmed Marcouch voor als nieuwe burgemeester. PVV-leider Geert Wilders is daar boos over en organiseerde onder het motto ‘Wij raken ons land kwijt’ een klein protest in de Gelderse hoofdstad.

Nu is het natuurlijk mooi als een werkloos geworden Kamerlid snel nieuw betaald werk vindt. Misschien is het ook best aardig als allochtone Nederlanders aan burgemeestersbenoemingen kunnen zien dat je in een land als Nederland veel kunt worden, als je maar de handen uit de mouwen steekt.

Toch heb ook ik mijn bedenkingen bij de aanstaande benoeming van Ahmed Marcouch. En wel, omdat de politieke agenda van Ahmed Marcouch hem ongeschikt maakt voor een rol van burgemeester. Marcouch is een ijveraar voor de islamisering van Nederland en deinst er ook niet voor terug om daarbij schouderophalend aan Grondwetsbepalingen voorbij te lopen.

Om dat te illustreren moeten we even terug in de tijd.

Ook ruimte voor de orthodoxe islam in Amsterdam

Ik sprak Ahmed Marcouch voor het eerst in januari 2005. Wij zaten in een panel, op het podium van poptempel Paradiso in Amsterdam bij een manifestatie ‘Ben je bang voor mij’, die vrijwel alleen Marokkaanse jongeren had getrokken – maar dan wel meteen een heel Paradiso vol.

Marcouch was een gemeenteambtenaar en voormalige voormalig politieagent,  die op dat moment tevens ‘woordvoerder’ was van de UMMAO, een federatie van Marokkaanse moskeeën in Amsterdam. Hij had zich kort tevoren ook als lid van de PvdA aangemeld, naar eigen zeggen ten tijde van de moord op Theo van Gogh.

Marcouch maakte een aimabele indruk, in Paradiso. Dat is sowieso een van zijn sterke punten, de aimabele indruk die hij weet te maken. Hij deed ook alleszins redelijke uitspraken, maar had wel steeds één belangrijke stok achter de deur: er diende in Amsterdam ruimte te zijn voor de islam, zeker ook voor de orthodoxe islam zoals hij voortdurend met nadruk stelde.

Altijd open geweest over zijn religieuze agenda

Marcouch’ pleidooi voor ‘ruimte voor de islam’ deed hij begin 2005 als moskeevoorman. Maar als PvdA-coryfee en voorzitter van het stadsdeel Slotervaart vanaf mei 2006 handelde hij er ook naar. Marcouch bevorderde niet alleen de bouw van twee moskeeën, hij was voortdurend bezig met het binnenhalen van de islam in het publieke domein. Marcouch is eigenlijk altijd vrij open geweest over zijn religieuze agenda. Dat hij tersluiks opereerde kan hem nauwelijks worden verweten. Des te opmerkelijker was de politieke steun die hij voortdurend kreeg.

In 2008 was Marcouch enthousiast over de voornemens die binnen de leiding van de Amsterdamse PvdA de ronde deden om het aantal stadsdelen te verminderen. De stadsdeelvoorzitter van Slotervaart pleitte voor een ‘superstadsdeel’ Nieuw-West. ‘Er kan een bloeiende moslimgemeenschap ontstaan,’ aldus Marcouch. ‘De moslimminderheid wordt dan een pluspunt.’ De stadsdeelvoorzitter van Slotervaart zag graag een overwegend mono-cultureel stadsdeel ontstaan, niet zozeer bestaande uit individuele burgers, als wel uit een gemeenschap, gevormd rond een godsdienst, zijn eigen godsdienst.

Voor zijn critici binnen de PvdA in Slotervaart, want die waren er ook, deed Marcouch’ religieuze utopie de deur dicht. De PvdA-fractie in de stadsdeelraad viel uiteen. Uiteindelijk zou er inderdaad een stadsdeel Nieuw West worden gevormd, maar Marcouch werd eind 2009 bij de PvdA-lijsttrekkersverkiezing voor het nieuwgevormde stadsdeel ondanks steun van de PvdA-leiding (lokaal partijleider Lodewijk Asscher, partijvoorzitter Lilianne Ploumen) slechts tweede.

 

Altijd gesteund door Job Cohen

Marcouch koos er voor om naar de Tweede Kamer te gaan, in de PvdA-fractie die zou worden geleid door zijn medestander, Job Cohen. De Amsterdamse burgemeester had Marcouch als stadsdeelvoorzitter nooit laten vallen. Niet toen Marcouch pleitte voor het opheffen van het hoofddoekenverbod bij de politie. Niet toen Marcouch poogde koranonderwijs op de openbare scholen in Slotervaart door te drukken en verlangde dat omwille van de islamitische leerlingen in het openbaar onderwijs niet alleen de evolutietheorie uit de doeken werd gedaan, maar evenzeer het scheppingsverhaal.

Cohen liet Marcouch evenmin vallen, toen die pleitte voor islamitische feestdagen op openbare scholen, niet toen Marcouch boerkadraagsters op openbare scholen de ruimte wilde geven, niet toen Marcouch handenweigeraars onder zogeheten ‘straatcoaches’ in Slotervaart verdedigde onder het motto dat je orthodoxe moslims diende ‘in te sluiten’.

Cohen liet Marcouch al evenmin vallen, toen die een ambtenaar aanstelde die met ‘radicaliserende jongeren’ moest praten over hun geloof en ook niet toen Marcouch ambtenaren, leerkrachten en welzijnswerkers liet bijscholen in het steunen van jongeren en hun ouders bij hun ‘religieuze vorming’.

Marcouch’ inspiratie kwam van de Moslimbroederschap

Steeds voerde Marcouch op dat er een schone taak was voor de gemeente om de islam in te zetten tegen misdadig gedrag en om de oorzaken van islamitische radicalisering weg te nemen, door zelf de islam – en dus ook orthodoxe versies daarvan – aan de hand te nemen.

Nogmaals: Marcouch kan moeilijk worden verweten dat hij heimelijk was over waar hij zijn inspiratie vandaan haalde, want die haalde hij naar eigen zeggen bij zulke lieden als wijlen Said Qutb (de oprichter van de fundamentalistische Moslimbroederschap) en Yusuf al-Qaradawi, de huidige internationale leider van de Moslimbroederschap.Marcouch had al-Qaradawi, een notoir antisemiet,  in 2005 nog met een subsidie van 150.000 euro van de gemeente Amsterdam naar de hoofdstad willen halen.

‘Een boegbeeld in de islamitische samenleving,’ vond Marcouch van de religieuze leider uit Qatar. Al-Qaradawi, zo stelde Marouch instemmend, wendde ‘zijn autoriteit aan om in Europa de westerse islam van de grond te tillen.’ En de Moslimbroederschap, dat was naar zijn idee ‘een in ideologisch opzicht politieke, evenwichtige stroming van de islamitische wereld.’

‘Geestelijk leider van de moslims’

Het lijdt geen twijfel dat Marcouch zich als stadsdeelvoorzitter een bekwame discipel van al-Qaradawi betoonde. Hij liet weinig onbenut om in Amsterdam-West de islam vaste voet te geven binnen het stadsdeel. Of dat werkelijk een westerse islam – wat dat ook moge betekenen – zou zijn, is twijfelachtig.

Marcouch verkreeg met steun voor de homo-emancipatie en andere gestes die goed vielen binnen progressief Amsterdam brede politieke steun, maar er is weinig waaruit blijkt dat hij niet ook bezig was van overheidswege systematisch steun te geven aan de vestiging van de soennitische islam in Amsterdam-West, waarbij zeer orthodoxe versies bepaald niet werden geschuwd.

Marcouch ging als stadsdeelbestuurder trouwens ook publiekelijk in debat over de juiste interpretatie van de islam en begaf zich aldus, zoals Het Parool schreef, ‘op het aalgladde pad van de theologie’. Marcouch was toen, in het voorjaar van 2008, nog maar twee jaar stadsdeelvoorzitter, maar hij had zijn stempel al gezet. ‘Marcouch ontpopt zich als geestelijk leider van de moslims,’ aldus Parool-verslaggever Addie Schulte. ‘Van scheiding tussen kerk en stadsdeelkantoor is nog amper sprake.’ Marcouch ging dus ver, heel ver. En altijd was daar weer die affiliatie met de Moslimbroederschap.

Een budget voor islamitische boeken

Na Marcouch’ mislukte gooi naar het leiderschap van het nieuwe, grote stadsdeel Nieuw-West dat hij een islamitisch stempel had willen geven bevestigde hij dat hij eerder – als stadsdeelvoorzitter van Slotervaart – allerlei ‘creatieve’ manieren had gevonden om religieuze instellingen met stadsdeelgeld te financieren. Of om openbare instellingen aan islamitische taken te zetten. Toen zijn pleidooi om het wijkfiliaal van de Openbare Bibliotheek van aparte deuren voor mannen en vrouwen bakzeil haalde, wist hij ter compensatie nog een budget voor islamitische boeken binnen te halen.

Tijdens zijn Kamerlidmaatschap viel de affiliatie van Ahmed Marcouch met de politieke islam minder op. Wel vond hij dat problemen met moslims (misdaad, terreur) vrijwel altijd (mede) opgelost dienden te worden met de islam. De juiste islam van Marcouch zou het antwoord zijn op de foute interpretaties van de foute islam die tot problemen leidden.

De foute islam was in de ogen van Marcouch nooit de Moslimbroederschap, wel tekende hij een Kamermotie voor het verbieden van het salafisme, het belangrijkste rivaliserende genootschap van de Moslimbroederschap binnen de soennitische islam.

Gebedsruimte voor moslims bij de HvA

Tussen de bedrijven door bleef Marcouch ook ijveren voor zulke zaken als een gebedsruimte voor moslims in de Hogeschool van Amsterdam. Dat daar bezwaren tegen waren, noemde Kamerlid Marcouch honend ‘seculier vermijdingsgedrag’.

En daarom moet ik helaas van mening zijn dat Ahmed Marcouch geen burgemeester moet worden. Niet van Arnhem – van geen enkele gemeente. Niet omdat hij onaardig is, want dat is hij niet. Niet omdat hij geen capaciteiten heeft, want die heeft hij wel. Maar voor de rol van burgemeester, een ‘bindende’ burgemeester nog wel, van een Nederlandse gemeente is Ahmed Marcouch ongeschikt.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.