Philip van Tijn

De lafheid van de politiek is 2 miljard waard

Door Philip van Tijn - 24 september 2017

Als je zaken uit handen geeft, kun je er niet meer op worden aangesproken. Maar als de consequenties daarvan de voorpagina halen, begint het ach en wee roepen, schrijft Philip van Tijn naar aanleiding van het nieuws dat de Kamer niet doorhad dat er 2,1 miljard extra naar verpleeghuizen ging.

Op 1 januari 1989 werd het Staatsbedrijf der PTT verzelfstandigd tot Koninklijke PTT Nederland, later afgekort tot KPN. Dat betekende dat het bedrijf niet meer onder de overheid viel, al moest over veel zaken worden overlegd met de overheid. Maar de bedrijfsbeslissingen werden voortaan genomen door de Raad van Bestuur, gecontroleerd door de Raad van Commissarissen. Zoals in elk bedrijf.
Deze verzelfstandiging was bij uitzondering onontkoombaar, vooral als gevolg van de mondiale technologische ontwikkelingen op het gebied van telecommunicatie.

Dat hadden ze wel even mogen vertellen!

Bij de eerste behandeling van de begroting van Verkeer en Waterstaat na deze verzelfstandiging kreeg minister Hanja Maij-Weggen uit de Tweede Kamer 119 vragen over de voormalige PTT. Toen Maij de Kamer -eigenlijk de fractiespecialisten van Verkeer en Waterstaat- vertelde dat zij daarover niets meer kon, mocht en wilde vertellen, waren de volksvertegenwoordigers compleet uit het veld geslagen. Was dát de consequentie van het besluit tot verzelfstandiging, dat de Kamer in 1988 met grote meerderheid had genomen? Dat hadden ze wel even mogen vertellen!

Ik dacht hieraan toen de Tweede Kamer dezer dagen verbijsterd was (de Kamer is óf “geschokt” óf “verbijsterd”!), toen tot de dames en heren doordrong dat er € 2,1 miljard extra naar verpleeghuizen ging, zonder dat de Tweede Kamer daarover een woord had gewisseld. Dat zat zo. Het Zorginstituut Nederland (ZIN) had een Verbeterplan verpleeghuizen opgesteld en dat opgenomen in het zogeheten ‘kwaliteitsregister’.

Stokpaardjes honoreren

Daarmee was het wet geworden, zonder dat iets bekend was over de kosten. Die bleken dus het niet kinderachtige bedrag van € 2,1 miljard te bedragen – tienmaal het bedrag waarmee de kunstensector bijna is kapotbezuinigd. Je kunt ook zeggen dat met dat bedrag het aantal aan te kopen JSF’s bijna tweemaal zo groot zou kunnen zijn.

Bij de kabinetsformatie die nu al meer dan een half jaar voortkabbelt, zou je met dit bedrag heel wat wensen kunnen vervullen en stokpaardjes honoreren, ook al heb je er niet zo veel aan bij het ongeboren kind of de al of niet bejaarde met een doodswens.

Thorbecke draait zich om in zijn graf

Maar dat terzijde: het is natuurlijk zorgwekkend dat in een volwaardige, geoliede democratie zoiets voorkomt. Het heeft alles te maken met de wijze waarop het oliën is gebeurd! ‘De politiek’ (weerzinwekkend begrip, maar ja, het bestaat) heeft in de afgelopen decennia een heleboel ‘op afstand gezet’. Zo is op heel wat gebieden het beslissen uit handen gegeven.

Dat gaf ‘de politiek’ de gelegenheid alleen te discussiëren op hoofdlijnen — althans in theorie, want in de praktijk is het geneuzel op de vierkante centimeter alleen maar toegenomen. Er worden dus heel wat fundamentele besluiten genomen, mét prijskaartje, waarover het Parlement geen seconde heeft gesproken.

Dat mag menigeen een zegen vinden, maar het heeft weinig te maken met parlementaire controle. En het gaat verder dan het instellen van een studiecommissie bij elk thema waar het Parlement niet uit komt. Met één gemeenschappelijk kenmerk: het komt beide voort uit de lafheid van ‘de politiek’. Als je zaken uit handen geeft, kun je er niet meer op worden aangesproken. Maar als de consequenties daarvan de voorpagina halen, begint het ach en wee roepen.

Thorbecke, de aartsvader van onze parlementaire democratie en een dapper man, draait zich in zijn graf om. Maar daarvoor is vaker reden.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.