Over Elsevier Weekblad

Elsevier Weekblad is een opinieblad dat orde wil scheppen in de informatiechaos. En dat vooral met betrekking tot de interessevelden economie, politiek, financiën, wetenschap en cultuur. Daarbinnen wordt geselecteerd op relevantie voor de lezers. Elsevier Weekblad levert een bijdrage aan opinievorming en discussie over actuele onderwerpen.

Meer dan een weekblad

In het boek ‘Meer dan een weekblad’ (Gerry van der List) kunt u meer lezen over de geschiedenis van Elsevier Weekblad. Het boekt telt 292 pagina’s en bevat foto’s, een verantwoording, een bronnenlijst en een register.

Elsevier Weekblad: in 2015 70 jaar oud

  • Geheim
  • Vijand
  • Cultuur
  • Signatuur
  • Lezerskring

Een journal d’opinion moest het worden een stijlvol opinieblad, een ordenend orgaan dat overzicht schept in de chaotische werkelijkheid. En dat werd Elsevier Weekblad, opgericht in 1945, en zeventig jaar later verreweg het meest gelezen opinieblad van Nederland. Een beknopte geschiedenis.

door Gerry van der List

Zelden is een tijdschrift zo flitsend van start gegaan als Elseviers Weekblad. Het eerste nummer verscheen op 27 oktober 1945 en vier jaar later had het blad al een oplage van 120.000 exemplaren.

Het periodiek op krantenformaat maakte op de naar leesvoer hongerende Nederlandse bevolking indruk door zijn allure, zijn fraaie papier en zijn grote variëteit aan reportages, verhalen en illustraties.

De redacteuren genoten bijna allemaal aanzien in literaire en journalistieke kring. Zoals de bekende schrijvers Godfried Bomans, Anton van Duinkerken, J.W.F Werumeus Buning en Piet Bakker. Zij werden ‘het gouden knapenkoor’ genoemd.

Grote man achter Elseviers Weekblad was H.A. Lunshof (lees het ook het biografisch artikel dat Gerry van der List schreef over H.A. Lunshof). De redacteur van De Telegraaf liep al in 1940 rond met de gedachte aan een nieuw weekblad, ‘gansch anders dan de tot dusver bestaande’. In J.P. Klautz vond hij een geestverwant.

De directeur van de vooraanstaande, maar financieel allesbehalve florerende, uitgeverij Elsevier voelde wel iets voor het idee om na de oorlog een blad te lanceren dat niet zo gezapig en kleurloos was als de bestaande tijdschriften. Het moest, ook al was dat volgens Lunshof in Nederland een hachelijke zaak, een uitgesproken mening bezitten en de dingen bij hun naam durven noemen.

Geheim

In het diepste geheim werkte het ambitieuze duo tijdens de oorlog aan de oprichting. Zij kregen assistentie van een andere oud-medewerker van De Telegraaf. Mr. G.B.J. Hiltermann schreef een doorwrochte opzet die gebaseerd was op de gedachte dat grote behoefte bestond aan een journal d’opinion, een stijlvol opinieblad, een ordenend orgaan dat overzicht schept in de chaotische werkelijkheid.

Elseviers Weekblad omhelsde de podiumgedachte. Het moest ruimte bieden aan verschillende denkbeelden en wilde niet gebonden zijn aan enige partij of stroming. Maar de politieke breedheid die de stichters voor ogen stond, was van korte duur.

Hieraan was onder meer de Indonesische kwestie debet, een uiterst polariserende aangelegenheid waarin het blad een geharnast standpunt innam tegen de Indonesische Republiek. Onder leiding van de vurige pamflettist en patriot Lunshof verzette het zich tot het laatst tegen de onafhankelijkheidsoverdracht.

De standpuntbepaling inzake ‘Indonesië’ droeg bij aan de vorming van een politieke identiteit met maatschappelijk conservatieve en economisch liberale trekken, een soort nationaal-christelijke signatuur die Elseviers Weekblad ideëel en machtspolitiek dicht bij zowel de liberalen van de VVD als de katholieken van de KVP bracht.

Vijand

Later namen de communisten de rol van de vijand van EW over. Hoofdredacteur Lunshof waarschuwde zowat wekelijks voor de komst van de Russen. Deze eenzijdigheid en het steeds ouderwetsere imago van het tijdschrift deden de behoefte groeien aan een nieuwe leiding en een nieuwe formule.

In 1965 werd het blad gesplitst in een algemeen deel op magazineformaat, geschikt voor fullcolour advertenties, en een financieel-economische krant die fungeerde als medium voor personeelsadvertenties.

De jeugdige politieke verslaggever Ferry Hoogendijk, die in 1967 tot de hoofdredactie toetrad, ontpopte zich steeds meer als de grote roerganger van het magazine. Met zijn felle aanvallen op het kabinet-Den Uyl (1973-1977), meestal te vinden in het befaamde gele katern middenin het blad, trok hij veel aandacht.

Elseviers Magazine groeide flink dankzij de polarisatie. Maar in de jaren tachtig riep de autoritaire leiding van Hoogendijk steeds meer weerzin op bij de redactie, waardoor de directie zich uiteindelijk genoodzaakt zag hem in 1985 een andere functie binnen het bedrijf te geven.

Cultuur

Opvolger André Spoor, voormalig hoofdredacteur van NRC Handelsblad, gooide het over een heel andere boeg. Hij vernieuwde de redactie ingrijpend, paste de lay-out aan, vergrootte de aandacht voor cultuur en veranderde de naam van Elseviers Magazine in Elsevier.

Ziekte, gevoegd bij een vervaarlijke oplagedaling, maakte na ruim twee jaar een eind aan Spoors hoofdredacteurschap. Hij werd vervangen door Johan van den Bossche, afkomstig van de financieel-economische krant EW die in 1988 werd geïntegreerd in het magazine.

Van den Bossche maakte in 1993 plaats voor Hendrik Jan Schoo, adjunct-hoofdredacteur sinds 1991 (daarvoor hoofdredacteur van achtereenvolgens Psychologie en Intermagazine), die op zijn beurt per 1 januari 2000 werd opgevolgd door Arendo Joustra, voordien plaatsvervangend hoofdredacteur.

Signatuur

Journalistiek-inhoudelijk is Elsevier Weekblad permanent geëvolueerd. In de direct naoorlogse jaren had het, afgezien van een uitgesproken politieke signatuur, nog een sterke literaire inslag. Bij dit auteursblad ging het om de goede, soepele pen.

In de jaren als magazine tussen 1965 en 1985 verloor het, ondanks de kenmerkende aanwezigheid van een schrijver als Michel van der Plas, zijn literaire karakter en ontpopte het zich tot een overwegend journalistiek medium. Het opinieweekblad annex auteursblad werd een verslaggeversblad.

Sindsdien heeft het, na de ontzuiling, aan politieke signatuur ingeboet, en is de inhoud zowel veelzijdiger als feitelijker geworden, met meer informatie en minder ideologische bevestiging dan voorheen. De scherpe opiniëring is gebleven, doch niet primair langs ideologische lijnen.

Lezerskring

De positie van Elsevier Weekblad kan niet los worden gezien van zijn verleden en lezerskring. De natuurlijke omgeving van het blad is die van de marktsector (financieel, commercieel, technisch kader, vrije beroepsbeoefenaren, ondernemers, middenstand), hoewel het in het verleden uitgebreide culturele supplementen maakte en jarenlang de eerste boekenbijlage van Nederland verzorgde.

Zonder wie of welk belang ook naar de mond te praten, worden de oriëntaties en voorkeuren van deze groepen, de werkende ruggengraat van Nederland, in het redactionele denken en doen betrokken. Getracht wordt deze groepen ook te helpen bij allerlei keuzeproblemen bij studie, werk, persoonlijke financiën, vrije tijd.

De lezer van Elsevier Weekblad heeft het doorgaans druk. Daarom is het van belang het nieuws scherp te selecteren en compact samen te vatten (‘de wereld in je handpalm’). Verder probeert het blad aan de hand van een eigen agenda over die thema’s te berichten waarover de kranten vaak zwijgen, en scherp positie te kiezen in tal van aangelegenheden.

Zo neemt Elsevier Weekblad op milieu- en immigratiegebied – nauwelijks op de klassieke links/rechts-as te positioneren kwesties – krachtige standpunten in. Dat gebeurde ook bij de optieregelingen voor Nederlandse topbestuurders, een kwestie die het blad als eerste stevig aan de orde stelde.

In al deze en vergelijkbare gevallen gaat het niet zozeer om ideologie, maar om sceptisch onderzoek van feiten en gangbare argumenten, gecombineerd met argwaan tegenover massaal aangehangen standpunten en de bereidheid om, althans enige tijd, alleen te staan. Edge without ideology heet dit in de Amerikaanse journalistiek: scherpte zonder ideologie.