07-12-2018

Jolande Withuis in 47ste Huizinga-lezing: ‘Identiteitspolitiek is gevaar voor goede biografie’

Door Webredactie - 07 december 2018

Mensen zijn veel te interessant om te reduceren tot representanten van een sociale categorie. Een goede biograaf onderzoekt juist de spanning tussen het worden gerekend tot een groep en het zichzelf daar al dan niet toe rekenen.

Bestel het boek

LEVE HET LEVEN

Jolande Withuis hield op 7 december in Leiden de Huizinga-lezing 2018 over het vak van de biograaf. Bestel op shop.elsevierweekblad.nl of bel 085-8888151

Dit betoogde Jolande Withuis vrijdagavond in de Pieterskerk in Leiden, waar ze de 47ste Huizinga-lezing hield. De socioloog, schrijver en biograaf zei verontrust te zijn door alle nadruk die tegenwoordig wordt gelegd op iemands identiteit. Aanhangers van identiteitspolitiek vormen volgens haar ‘het nieuwe totalitarisme’.

Withuis: ‘De bloei van de echte, door een onafhankelijk auteur geschreven biografie is te danken aan individualisering, secularisering, ontzuiling en ontideologisering. Die bloei stemt vrolijk, maar zonder zorgen ben ik niet. Mij verontrust het enthousiaste onthaal van de identity politics, die ik zie als een nieuwe vorm van ideologische groepsdwang. ‘Identiteitspolitiek gaat niet uit van zelfbestemming maar van een gegeven identiteit. Mensen worden ongevraagd en desnoods tegen hun zin ondergebracht in een collectief. Wie blank is wordt geacht “wit” te denken en te voelen, hetzelfde geldt voor wie zwart is of vrouw of man of homo.’

‘Leve het leven. Over vrijheid en de biografie’

In haar lezing nam Withuis het vak van biograaf onder de loep. Titel van haar lezing, waarvan de uitgebreide en geannoteerde versie vrijdag in boekvorm verscheen, is ‘Leve het leven. Over vrijheid en de biografie’. Ze illustreerde haar betoog met voorbeelden uit oude en nieuwe biografieën en haar eigen boeken over verzetsheld Pim Boellaard en koningin Juliana. Ze inventariseerde in haar lezing ook de in haar ogen voornaamste verdiensten, valkuilen en dilemma’s van het genre. Zoals: wat kan een biograaf met psychologie; wat is een feministische biografie; zijn biografen (en hun publiek) voyeurs?

De lezing is genoemd naar de historicus en cultuurfilosoof Johan Huizinga (1872-1945) en wordt sinds 1972 jaarlijks georganiseerd door de Faculteit der Geesteswetenschappen van de Universiteit Leiden, de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, en, sinds 2014, de redactie van Elsevier Weekblad. Co-referent bij de 47ste lezing was Elisabeth Leijnse, hoogleraar letterkunde aan de Universiteit van Namen.

Withuis verklaart de huidige populariteit van de biografie uit het proces van individualisering, secularisering en ontideologisering dat zich de afgelopen decennia heeft voorgedaan: ‘Bevrijd van zuilen en ideologieën kunnen we onze volle aandacht richten op het wedervaren van losse mensen. De biografie onderstreept de waarde van een individueel leven. Zoals totalitarisme, of dat nu politiek of religieus van inhoud is, mensen perst in een dwingende eenheidsmal, zo gaat het de biograaf juist om de unieke ervaringen en emoties van een individu dat altijd van die mal zal afwijken.’

‘Een goede biograaf baant zich onbevangen een weg door het leven van zijn hoofdpersoon’

Withuis, zelf opgegroeid in een communistisch gezin: ‘Ideologie maakt blind. Ideologie maakt waarnemers blind voor de feiten omdat zij hun ervaringen en observaties interpreteren binnen een vooraf vaststaand denkkader. De teloorgang van geloofsdwang en marxisme maakte de weg vrij voor vrijmoedige aandacht voor individuele levens. Een goede biograaf baant zich onbevangen een weg door het leven van zijn hoofdpersoon.’

Geen betere studie van de mens dan de mens, aldus Withuis. ‘Een biografie biedt zowel de auteur als de lezer het genoegen van een ontdekkingsreis naar een onbekend continent. Biografieën tonen de veelvormigheid van menselijke ervaringen en gevoelens, terwijl ze tegelijk de universaliteit daarvan laten zien. Dat is wat biografieën zo boeiend maakt. Andermans levens zijn tegelijk herkenbaar én anders.

‘Het vermogen tot zelfstandig denken en handelen, en de vrijheid je los te maken van een dergelijke indeling worden ontkend. Zoals vroeger vaststond hoe gereformeerden of arbeiders dachten, zo staat dat voor de aanjagers van dit nieuwe totalitarisme vast voor die nieuw-ontworpen groepen.

‘Identiteitspolitiek doet alsof het vanzelf spreekt dat iemands huidskleur, geloof, sekse of seksuele smaak zijn wezen vormt. Maar identiteiten zijn fluïde en kunnen door de tijd heen veranderen. Mensen zijn veel te interessant om te reduceren tot representanten van een sociale categorie. Een goede biograaf onderzoekt juist de spanning tussen het worden gerekend tot een groep en het zichzelf daar al dan niet toe rekenen.’

Een goede biograaf pint zijn hoofdpersoon ook niet vast op één kenmerk, aldus Withuis. ‘Mensen zijn “van alles”: ze zijn zwart, vrouw, directeur, lesbisch, dik, bejaard, kankerpatiënt en weduwe. Wat van dat al zij ervaren als hun essentie, staat niet vast en zal in de loop van hun leven variëren. Welke van alle mogelijke identiteiten het meeste geluk of ongeluk brengt, verschilt per persoon. Goede biografen geven ruimte aan ontwikkeling, verandering, inconsistentie en raadsels. Ongedetermineerd als ze zijn, laten individuen zich nooit helemaal ontraadselen. Een mens is meer dan de optelsom van afkomst en invloeden.’