algemeen

Waarom toch weet Bach zo veel luisteraars in het hart te raken?

Door Gerry van der List - 10 maart 2015

Veel is al geschreven over het mysterie van Bachs Matthäuspassion. Theoloog Ad de Keyzer kijkt naar de liturgische kant.

Hoeveel mensen zouden er stiekem een beetje tegenop zien? Voor een groeiend deel van de vaderlandse elite is een bezoek aan de Matthäuspassion in de weken voor Pasen min of meer een culturele verplichting geworden, waarbij de opvoeringen in de Grote Kerk in Naarden en de Pieterskerk in Leiden zijn uitgegroeid tot een soort society event.

Maar het is en blijft natuurlijk wel een lange zit, zeker op harde kerkbanken. En het oratorium van Johann Sebastian Bach heeft niet voortdurend het niveau van de hits Erbarme dich en O Haupt voll Blut und Wunden.

Maar misschien is deze opmerking al een vorm van heiligschennis. Want in deze seculiere tijd heeft de Matthäus­passion een uniek sacraal karakter. Het meesterwerk is een blijk van goddelijke inspiratie van een diepgelovige componist die zijn cantates ondertekende met S.D.G. (Soli Deo Gloria, Alleen aan God de eer).

De bijzondere betekenis die de Matthäus­passion voor mensen kan hebben, komt naar voren in Erbarme Dich. De filmdocumentaire van Ramón Gieling, die nu in filmhuizen draait, brengt in beeld welke emoties de muzikale bewerking van het lijdensverhaal van Christus losmaakt.

Vrome praatjes

Aan de Matthäuspassion zijn ook al vele boeken gewijd. Zo publiceerde wijlen Martin van Amerongen in 1997 Zijn bliksem, zijn donder (uitgeverij Ambo), waarin de journalist het – vooral in Nederland erg geliefde – muziekstuk zo veel mogelijk van zijn religieuze kanten probeerde te ontdoen.

Theologen, schreef Van Amerongen op een hem typerende polemische en stellige wijze, hebben helemaal niets bijgedragen aan een beter begrip van Bach en zijn werk: ‘Het is een en al gefleem en vrome praatjes.’

Met deze constatering is Ad de Keyzer het volstrekt oneens. De theoloog, die als wetenschappelijk medewerker is verbonden aan het Titus Brandsma Instituut in Nijmegen, meent dat het muziekstuk van Bach juist beter kan worden begrepen door wat hij ‘een spiritueel-liturgische benadering’ noemt.

In zijn zojuist verschenen boek Bachs grote passie (uitgeverij Adveniat) analyseert hij grondig 27 fragmenten uit de Matthäuspassion, met de nadruk op hun geestelijke betekenis. Het passieverhaal heeft met God te maken, zegt De Keyzer, of je dat leuk vindt of niet.

Gelijk heeft hij. Atheïsten en agnosten kunnen wel beweren dat Bach heel goed kan worden geapprecieerd door ongelovigen, maar zijn beroemdste compositie handelt toch echt over het sterven van de zoon van God en was bedoeld voor de kerkdienst van Goede Vrijdag.

Mysterie

Interessant is de vraag waarom Bach zo veel luisteraars in het hart weet te raken, kerkelijken en onkerkelijken, gelovigen en ongelovigen. Dit is het mysterie van de Matthäuspassion. Ad de Keyzer geeft toe dit mysterie niet te kunnen doorgronden.

Wel denkt hij dat een deel kan worden verklaard door de universele thematiek. De Matthäuspassion drukt ons met de neus op het menselijk tekort, op de nietigheid van stervelingen.

In Erbarme Dich wordt ook gefilosofeerd over de geheimzinnige aantrekkingskracht van het werk van Bach. Een componist die in elk geval liet horen dat er schoonheid in verdriet kan schuilen.

De Matthäuspassion biedt troost, zegt operaregisseur Peter Sellars in de film, ‘omdat ze laat voelen dat er iemand nog droeviger is dan jij’.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.