Amerikaanse ministers

Edmund Muskie (1980-1981): compromisbereide reus

Door Rik Kuethe - 18 mei 2017

In april 1980 trad de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Cyrus Vance af. Hij was het oneens geweest met de mislukte militaire operatie in de Iraanse woestijn, die als doel had het al ruim een jaar gegijzelde personeel van de Amerikaanse ambassade in Teheran te bevrijden. Edmund Muskie werd zijn opvolger.

Menselijk handelen heeft bijna altijd meer dan één drijfveer. Een andere reden waarom Vance opstapte, was zijn steeds slechter geworden verhouding met de Nationale Veiligheidsadviseur Zbigniew Brzezinski.

Als opvolger van Vance benoemde de Democratische president Jimmy Carter zijn partijgenoot Edmund Muskie, die al sinds 1959 de staat Maine in de Senaat vertegenwoordigde. Daar had hij zich voornamelijk bemoeid met binnenlandse aangelegenheden, zoals de ontluikende milieuwetgeving.

Weinig buitenlandse ervaring

Muskie was de 58ste Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken. Hij zou die positie slechts negen maanden bekleden doordat de Republikein Ronald Reagan in november 1980 de verkiezingen won. Met het buitenland was Muskie vóór zijn ministerschap nauwelijks in aanraking gekomen, al had Carter hem vanwege zijn achtergrond benoemd tot zijn speciale vertegenwoordiger voor Polen.

Nadat presidentskandidaat Hubert Humphrey hem in 1968 voor ogen had gehad voor het vicepresidentschap, had Muskie zich in 1972 zelf onder de Democratische kandidaten voor het presidentschap geschaard. Hij kwam niet ver.

Toen een hem vijandig gezinde krant in New Hampshire een artikel vol aantijgingen over zijn vrouw had gepubliceerd, schoot Muskie staande in een sneeuwstorm vol. Tenminste, dat werd algemeen aangenomen. Hij heeft altijd gezegd dat het geen tranen waren die over zijn gezicht rolden, maar gesmolten sneeuw. Een huilebalk als president, dat kon natuurlijk niet.

Afstammeling van Poolse immigranten

450px-edmund_sixtus_muskie_cropped
Edmund Muskie. Foto: Wikimedia

Muskie had een indrukwekkend fysiek. Handen als kolengrijpers en een postuur dat aan oud-president Abraham Lincoln deed denken. Zijn gezicht had wel wat van de blinde kaart van een droog en sterk geaccidenteerd gebied.

Als een goede zoon van Maine was Muskie vrij zwijgzaam. ‘Als je niets te zeggen hebt, probeer het zwijgen dan niet te overtreffen,’ zei hij weleens.

Edmund Sixtus Muskie werd geboren op 28 maart 1914 in Rumford, Maine. Als tweede van zes kinderen, stamde hij van zowel vaders- als moederszijde af van Poolse immigranten. Hij studeerde op een beurs aan Cornell University in Ithaca, New York, en begon in 1940 met de advocatuur in Waterville, Maine. Twee jaar later nam Muskie dienst bij de marine. Hij was betrokken bij gevechtshandelingen op de wateren van beide oceanen die de Verenigde Staten omarmen.

Gouverneur weggejaagd uit ambtswoning

Muskies politieke loopbaan begon in 1946 toen hij voor de Democraten in het Huis van Afgevaardigden van de staat Maine werd gekozen. Die carrière kwam pas goed op stoom toen Muskie in 1954 – en dat was nog nooit vertoond – de zittende gouverneur uit diens ambtswoning verdreef.

Het deelstaatparlement was overwegend Republikeins, maar doordat hij uitstekend met hen overweg kon, lukte het de nieuwe gouverneur toch om belangrijke wetgevende arbeid te verrichten.

In 1958 daagde Muskie een zittende Senator uit. Hij won en zou de volgende 21 jaar actief zijn in de Senaat in Washington D.C. Eind jaren zestig werd hij nationaal bekend, hij had aan de wieg gestaan van wetgeving over schone lucht en helder water – activiteiten die Muskie de bijnaam ‘Mister Clean’ bezorgden. In 1968 vroeg Hubert Humphrey hem om zijn running mate te worden. Het tweetal verloor met klein verschil van het duo Richard Nixon en Spiro Agnew.

Nooit een echte diplomaat

1980-11-02 12:00:00 De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Edmund Muskie (hier in gesprek met zijn voorganger Henry Kissinger) heeft in een televisieprogramma van de ABC verklaard dat er nog geen besluit is genomen over de vier voorwaarden van Iran voor de vrijlating van de gijzelaars.
Muskie in gesprek met voorganger Henry Kissinger. Foto: ANP

Eenmaal minister, twaalf jaar later, bleek deze nieuweling in de buitenlandse politiek een stuk beter overweg te kunnen met Veiligheidsadviseur Brzezinski dan zijn voorganger Cyrus Vance. Hun opvattingen over de dreiging van de Sovjets liepen vrijwel parallel.

Muskie mocht dan een nieuweling zijn, een nieuwlichter was hij allerminst. Met minister Harold Brown van Defensie raakte hij in conflict over de nieuwe richtlijnen met betrekking tot de nucleaire strategie. Muskie beklaagde zich openlijk dat hij bepaalde presidentiële decreten via de pers had moeten vernemen. Dit maakte zijn positie in Washington er niet beter op.

Zijn invloed binnen de regering is nooit erg groot geworden in de korte periode dat Muskie minister was. ‘Ik zal nooit een echte diplomaat worden,’ zei Muskie tegen de Christian Science Monitor. Hij voegde daaraan toe dat hij vond dat de diplomatie niet voorbehouden moest blijven aan leden van een ‘mysterieuze sekte’ die op veilige afstand van het volk blijft.

Gijzelaars in Teheran

Hij zag het als zijn taak om het vaak in isolement opererende State Department – het ministerie van Buitenlandse Zaken – weer te laten meedraaien met de rest van het regeringsapparaat. Muskie kon krediet claimen voor het oplossen van de crisis met de gijzelaars in Teheran, al kwamen die pas vrij in de eerste uren van het tijdperk-Reagan.

In de relatie met de andere supermacht, de Sovjet-Unie, bracht hij verbetering aan door de communicatiekanalen die na de Sovjet-inval in Afghanistan vrijwel volledig waren dichtgeslibd, weer bevaarbaar te maken. Muskie ijverde onvermoeibaar voor de ratificatie van het SALT II-verdrag over de beperking van de strategische atoomwapens.

In zijn korte ambtsperiode ontmoette Muskie zijn Nederlandse collega eenmaal in NAVO-verband. Op 25 en 26 juni 1980 kwamen de ministers van Buitenlandse Zaken van de deelnemende landen in Ankara bijeen voor de halfjaarlijkse conferentie. Op de agenda stond een veroordeling van de daden van Iran, dat op dat moment al ruim een half jaar Amerikaanse gijzelaars vasthield. Ook de Russische inval in Afghanistan kwam aan de orde. De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Chris van der Klaauw (VVD) stelde voor om vaker bijeen komen op ministerieel niveau, wanneer gebeurtenissen als de Iraanse gijzeling en de Russische inval hierom vroegen. Hij kreeg bijval van zijn Amerikaanse collega.

Na ministerschap: Sovjet-alarm

president_ronald_reagan_receives_the_tower_commission_report_with_john_tower_and_edmund_muskie
President Reagan (midden) ontvangt van Muskie (rechts) het rapport over de Iran-Contra-affaire. Foto: Wikimedia

Na zijn ministerschap keerde Muskie niet terug in de actieve politiek. Een jaar later trad hij toe tot het advocatenkantoor Chadbourne & Parke, waaraan hij tot zijn dood verbonden zou blijven. Een enkele keer begaf hij zich op het terrein van het buitenlandse beleid, zoals toen hij zitting nam in de onderzoekscommissie naar de Iran-Contra-affaire.

In 1996 deed het dagblad The Los Angeles Times uit de doeken dat Muskie de belangrijkste rol heeft gespeeld bij de herrijzenis van een oude tegenstander, Richard Nixon. In de eerste maanden van de regering-Reagan waren veel buitenlanddeskundigen bezorgd dat de president hard bezig was om met zijn felle anti-Sovjet-retoriek de met veel moeite tussen Washington en Moskou geslagen bruggen af te breken.

In 1983 was die zorg omgeslagen in alarm. Specialisten van beide grote partijen onderzochten in het geheim mogelijkheden om gezamenlijk de president te adviseren zijn toon jegens Moskou aanzienlijk te matigen. Toen de vraag rees wie hem dit advies zou moeten brengen, was men het er wel over eens dat dit niemand minder kon zijn dan Richard Nixon.

Rehabilitatie van Nixon

Maar Nixon was toen nog een bijna onaanraakbare. De kring rond Reagan bezag hem met gemengde gevoelens. Muskie bedacht dat als hij Nixon zou vergezellen, de kans om de aandacht van Reagan te krijgen veel groter zou zijn. Nixon toonde belangstelling. De twee ontmoetten elkaar in het appartement van Tricia Cox, Nixons dochter in New York. De vroegere wederzijdse aversie was onmiddellijk verdwenen.

De opzet werkte en het tweetal werkte tal van adviezen uit voor de president. Nixon was opgewekt en toonde nog altijd een fabelachtige beheersing van de Oost-West-betrekkingen. Zijn paranoia was verdwenen.

Beide mannen voelden zich prettig in elkaars gezelschap en op een avond in zijn huis in New Jersey ontkurkte Nixon een fles wijn uit het jaar 1914: het geboortejaar van zijn gast. Hun samenwerking rehabiliteerde Nixon als het ware en maakte dat hij weer met andere belangrijke opdrachten werd belast.

Muskie stierf op 26 maart 1996 in Washington D.C., twee dagen voor zijn 82ste verjaardag, aan de gevolgen van een hartaanval. Om de dood van deze hartelijke, compromisgezinde reus werd links en rechts oprecht getreurd.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.