Amerikaanse ministers

George Marshall (1947-1949): Generaal en wederopbouwer

Door Rik Kuethe - 17 mei 2017

Van alle naoorlogse Amerikaanse ministers van Buitenlandse Zaken leeft de naam van George Marshall nog het meest in Nederland voort.

Zijn naam is gelieerd aan de ingenieuze economische steun waarmee de Verenigde Staten na de Tweede Wereldoorlog Europa weer op de been probeerden te helpen. En met succes. Dat steunprogramma werd bekend onder de naam ‘Marshallplan’.

George Catlett Marshall werd geboren op 31 december 1880 in Uniontown, Pennsylvania. Zijn vader was een welvarende producent van cokes (een grondstof voor de chemische industrie) die zijn zoon al vroeg inwijdde in de geheimen van de jacht – een bezigheid waar George zijn hele leven plezier in bleef hebben.

De jonge George had een nauwe band met zijn moeder, van wie hij, een man van weinig woorden, de optimistische kijk op het leven had overgenomen alsook het episcopale, bisschoppelijke, geloof. Toen in het begin van de jaren negentig van de negentiende eeuw landspeculaties in Virginia slecht uitpakten voor zijn vader, verkeerde het gezin plotseling in de financiële zorgen.

Sluwe vos in de Filippijnen

Marshall jr. schreef zich in september 1897 in op het Virginia Military Institute, waar het hem zeer beviel. Vier jaar later studeerde hij af in civiele techniek. Hij had er niet alleen veel kennis opgedaan, maar ook zijn toekomstige echtgenote Elizabeth Carter Coles ontmoet.

President Theodore Roosevelt zond Marshall in 1901 als tweede luitenant der infanterie naar de Filippijnen, die kort daarvoor door de Verenigde Staten waren veroverd. Op het eiland Mindoro fungeerde hij negen maanden lang feitelijk als gouverneur. Dit was de eerste keer van vele dat Marshall een functie bekleedde die in verantwoordelijkheid ver boven zijn rang uitsteeg.

Nadat hij met uitstekend gevolg de infanterieschool in Fort Leavenworth, Kansas had doorlopen, werd hij in 1913 nogmaals naar de Filippijnen uitgezonden. Daar was een opstand gaande. Met een strijdmacht van bijna vijfduizend man werd Marshall de verdediging van Manilla de baas. Marshall was inmiddels behendig geworden in het interpreteren van de wensen van zijn commandanten, zonder zijn eigen belangen te vergeten. Een kwaliteit die hem nog zeer van pas zou komen.

Franse jaren

Toen de Verenigde Staten zich in 1917 in de Eerste Wereldoorlog begaven, was Marshall als hoofd planning van de Eerste Divisie de tweede Amerikaan die op 26 juni 1917 voet aan Franse wal zette.

De Amerikaanse opperbevelhebber in Frankrijk, generaal John Pershing, plaatste Marshall – die bij de Eerste Divisie niet erg gelukkig was omdat hij vond dat de legerleiding hem verwaarloosde – over naar het hoofdkwartier.

Daar leerde hij inzien hoe belangrijk het ‘hele plaatje’ was en dat het hoofdkwartier zich niet 24 uur per dag kan bezighouden met de sores van één enkele divisie.

Verder voorbereiding op militaire carrière

Van 1924 tot 1927 was Marshall in China gestationeerd. Vanuit de havenplaats Tientsin, het huidige Tianjin, moest hij de aanvoerlijnen naar de buitenlandse missies in Peking openhouden. Hij zag hoe warlords elkaar bestreden en hoe de nationalisten probeerden om China te unificeren.

In 1927 werd hij aangewezen om te doceren aan het Army War College in Carlisle, Pennsylvania. Zijn vrouw Elizabeth stierf kort na de start van de eerste colleges.

Aan het hoofd van de academische sectie van de infanterieschool in Fort Benning, van 1928 tot 1932, maakte hij die instelling tot een bron van vernieuwing in het leger. Zonder daar veel ruchtbaarheid aan te geven, rekruteerde Marshall voor zijn faculteit veelbelovende officieren als Omar Bradley en Joseph Stilwell.

Vriend van het Congres

Zijn tijd in Georgia was een gelukkige periode voor Marshall. In oktober 1930 hertrouwde hij met de levendige weduwe Katherine Tupper Brown, die drie jonge kinderen had. Zes jaar later kreeg Marshall zijn generaalsster.

George Marshall. Foto: Wikimedia
Marshall als generaal. Foto: Wikimedia

Op 1 september 1939, de dag waarop de Duitsers Polen binnenvielen, legde hij de eed af als chef-staf van het leger. Marshall kon zich goed vinden in het aanvankelijk voorzichtige buitenlandse beleid van president Franklin Delano Roosevelt. De Amerikaanse bevolking stond allerminst te trappelen om zich weer in een oorlog te storten. En het leger was sterk verwaarloosd.

Tot aan de Japanse aanval op Pearl Harbor, 7 december 1941, breidde Marshall de sterkte van de grondtroepen daarom uit met een factor zeven. Marshall zag het belang in van goede contacten met het parlement. In het Congres vertrouwden zij hem meer dan ‘die man in het Witte Huis’. Roosevelt werd door veel Republikeinen gewantrouwd. Marshall – zelf Democraat, maar politiek weinig uitgesproken – verscheen 48 keer voor het Congres.

Onmisbaar voor Roosevelt

Bij zijn reizen door het land gebruikte Marshall vaak een gewone personenauto, die hij zelf bestuurde. Hij placht dan liftende militairen mee te nemen, die hij uithoorde zonder zich bekend te maken.

Marshalls strategische denkbeelden (zoals zijn voorkeur om tijdens de Tweede Wereldoorlog in Europa niet naar Berlijn of Tsjechoslowakije door te stoten) beïnvloedden wel degelijk het buitenlandse beleid van de Verenigde Staten, maar op dat gebied liep hij Roosevelt niet met ongevraagd advies voor de voeten.

Marshall was graag opperbevelhebber van de geallieerde strijdkrachten in Europa geworden, maar Roosevelt (‘Ik doe geen oog dicht als ik weet dat u niet in het land bent’) wilde hem niet laten gaan. De baan ging naar generaal Dwight Eisenhower.

Benoeming tot minister van Buitenlandse Zaken

Marshall was teleurgesteld, maar aanvaardde het nieuws zoals altijd zonder te klagen. Edward Milhalkanin schrijft in zijn boek American Statesmen dat Marshall er een eer in stelde goede ondergeschikten aan te wijzen, die hij dan zoveel mogelijk hield uit de wind van de bemoeizucht die vanuit Washington waaide, maar snel verving als ze toch niet bevielen.

747px-president_truman_sees_off_secretary_of_state_george_marshall_and_two_delegates_at_national_airport_in_washington_d-_-_nara_-_199695
Op het vliegveld in Washington. In het midden Truman, rechts van hem Marshall en Senator Vandenberg. Foto: Wikimedia

Na 44 jaar actieve dienst ging Marshall met pensioen. Nog geen 24 uur later belde president Harry Truman hem op met het verzoek te bemiddelen tussen de nationalisten en de communisten in China. Een ondankbare taak. Door zijn kritiek op de nationalisten zou Senator Joe McCarthy Marshall er later van beschuldigen een cryptocommunist te zijn.

Bij de tussentijdse verkiezingen van 1946 was de Democratische partij van de president ingemaakt, de Republikeinen hadden nu de meerderheid in beide kamers van het Congres. Voor de post van minister van Buitenlandse Zaken had Truman iemand van formaat nodig die goed met het Congres overweg kon. De benoeming van Marshall werd bekendgemaakt op 7 januari 1947.

Nederlandse terugbetaling

Kort daarna tekende hij met de Nederlandse ambassadeur dr. Alexander Loudon een overeenkomst ter afwikkeling van de leningen, veelal in natura (Leen- en Pachtwet), die Amerika tijdens de Tweede Wereldoorlog aan Nederland had verstrekt.

Ook tijdens zijn ministerschap legde Marshall een soort zelfverzekerde nederigheid aan de dag. Toen Truman hem eens met George aansprak, antwoordde hij: ‘Het is generaal Marshall, meneer de president’.

Marshalls eerste prioriteit was het voorbereiden van de conferentie van de ministers van Buitenlandse Zaken van de Grote Vier – de Verenigde Staten, Sovjet-Unie, Groot-Brittannië en Frankrijk – die in maart 1947 in Moskou werd gehouden en voornamelijk ging over de status van Duitsland. Marshall vertrok uit Moskou in de vaste overtuiging dat de Sovjet-Unie niet uit was op spoedig herstel van de orde in Duitsland.

Marshallplan

Nadat hij met eigen ogen had gezien hoe slecht Europa eraan toe was, gaf hij George Kennan, hoofd van het Bureau Planning op het State Department, de opdracht een grootscheeps economisch en militair hulpprogramma op te zetten. Hiervan zou zowel West- als Oost-Europa kunnen profiteren.

De communistisch bestuurde landen hapten onder druk van Moskou uiteindelijk niet toe. Tijdens een rede op Harvard University op 5 juni 1947 ontvouwde Marshall de grote lijnen van zijn plan. Hij begon zo: ‘Ik hoef u niet te vertellen, mijne heren, dat de toestand in de wereld zeer ernstig is. Dat moet ieder intelligent mens duidelijk zijn.’

6548276067_f5603cd892_o
Marshallplan-postzegel, uitgegeven door Joh. Enschedé in 1997 ter ere van 50 jaar Marshallplan.

De begunstigde Europese landen dienden zelf ook de handen uit de mouwen te steken en onderling samen te werken. De benaming Marshallplan kwam van president Harry Truman, Marshall zelf noemde het nooit zo. Het werd een groot succes.

De mythe over het mariakaakje van Drees

‘Zonder Marshall-hulp konden we machines en de wederopbouw wel stoppen en de kousen niet meer,’ stond jolig in een brochure van het Nederlandse ministerie van Economische Zaken uit 1948. Maar goed, je een slag in de rondte werken was het parool.

Tussen 1948 en 1952 kregen zestien West-Europese landen in totaal 12,8 miljard dollar, waarvan Nederland 7 procent ontving. Daarmee kwam het op de vijfde plaats.

Een beroemde anekdote wil dat de omvang van de hulp die Nederland kreeg op het laatste moment nog aanzienlijk toenam doordat in 1947 de Amerikaanse gezanten Paul Hoffman en William Averell Harriman zo onder de indruk zouden zijn geraakt van de extreme eenvoud waarmee premier Willem Drees (PvdA) hen op een zondag in zijn woning aan de Haagse Beeklaan had ontvangen – met niet meer dan een mariakaakje bij de thee – dat zij het voor Nederland bestemde percentage op de valreep zouden hebben verhoogd. Dat alles echter is legende. Ernst van der Beugel, een hoge ambtenaar op Economische Zaken, zat voor in de auto met het hoge Amerikaanse duo en vertelde dat de Amerikanen opgetogen waren over de eenvoud van Drees en dat hun hulpdollars niet beter konden worden besteed.

Dank van Juliana

In november 1947 treffen prinses-regentes Juliana en prins Bernhard per toeval de Amerikaanse minister Marshall op het Engelse vliegveld Northolt. Bernard en Juliana komen terug van het huwelijk van prinses Elizabeth en prins Philip in Londen, terwijl Marshall zojuist is geland. De regentes maakt gebruik van de gelegenheid om de minister te bedanken voor de hulp die Nederland had ontvangen.

Tijdens de tien maanden (eind juni 1948 tot en met 12 mei 1949) dat de Berlijnse luchtbrug duurde, zag Marshall het als zijn voornaamste taak de geallieerden bijeen te houden en niet toe te geven aan de Sovjets. Ondertussen vertoonde hij de bereidheid om de zaak binnen het kader van de Verenigde Naties tot een oplossing te brengen. Hij maakte zich geen illusies over de Sovjet-Unie, maar zag het nut van eindeloze tirades tegen Moskou ook niet in.

Toen Truman de verkiezingen van 1948 had gewonnen, voelde de politiek neutrale Marshall dat de president hem niet langer nodig had om het buitenlandse beleid door het Congres te loodsen. Op 20 januari 1949 diende hij zijn ontslag in. Vier jaar later kreeg deze eminente staatsman de Nobelprijs voor de Vrede. George Marshall stierf op 16 oktober 1959 in Washington D.C.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.