Witte Huis

Ongewenst bezoek: indringers in het Witte Huis

Door Tomasz Blom - 16 mei 2017

Het Witte Huis een onneembaar fort? Bepaald niet. Een overzicht van de opmerkelijkste indringers en incidenten.

Kort nadat veiligheidsagenten op 24 mei 1995 een man hebben overmeesterd die met een ongeladen pistool over het hek van het Witte Huis is geklommen, grapt president Bill Clinton: ‘Ach, slechts een doorsneedag in het Witte Huis.’ Zijn laconieke reactie onderstreept het beeld dat de Amerikaanse ambtswoning een onneembaar fort is.

Het is een imago dat niet zomaar uit de lucht komt vallen. Sinds de ingebruikname van het Witte Huis, begin negentiende eeuw, hebben het gebouw en zijn beveiligers voldoende gelegenheid gekregen om hun onfeilbaarheid te bewijzen.

Herhaaldelijk kregen presidenten te maken met ongewenste bezoekers. Van tientallen fence jumpers – personen die over de omheining klimmen – tot aan mensen die rijdend of zelfs vliegend probeerden binnen te dringen.

Praktisch onneembaar fort

Een ijzeren hek rondom het Witte Huis-complex van zo’n 2 meter hoogte vormt de eerste veiligheidsbarrière. Een linie bollards – lage stalen verkeerszuilen – voorkomt daarbij dat voertuigen door deze omheining heen kunnen breken. Achter het hekwerk lopen teams van gewapende Secret Service-agenten die elk een eigen zone bewaken. Een ondergronds alarmsysteem en bovengrondse infraroodsensoren zorgen voor technische ondersteuning. Het luchtruim boven het Witte Huis – bij de veiligheidsdiensten bekend als P-56 – is een no-flyzone en wordt bewaakt door radar- en lasersystemen. Het permanent op het dak gestationeerde team van sluipschutters is in staat om doelen op een kleine kilometer afstand te raken. De 147 ramen met kogelwerend glas bieden bescherming tegen vijandige schutters en een indoor luchtfiltersysteem houdt luchtbesmettingen buiten de deur. Daarnaast staan er – naar verluidt – luchtdoelraketsystemen van Noorse makelij verspreid door Washington om vijandelijke objecten uit de lucht te schieten.

Ook goedgemutste indringers

Uitgebreide veiligheidsmaatregelen zorgden er telkens voor dat geen van deze incidenten de Witte Huisbewoners daadwerkelijk fataal werd. Het is misschien veelzeggend dat géén van de vermoorde presidenten – Abraham Lincoln, James Garfield, William McKinley en John F. Kennedy – ‘thuis’ werd gedood.

Overigens heeft lang niet iedere indringer kwaad in de zin. Zo loopt Robert Latta, een 44-jarige loodgieter uit Denver, tijdens de tweede inauguratie van president Ronald Reagan in 1985 louter uit nieuwsgierigheid achter de United States Marine Band aan het Witte Huis in. Pas na een klein kwartier ronddwalen, wordt hij in de kraag gevat. Hoewel de brutale actie Latta vijf dagen achter de tralies kost, noemt hij zijn avontuur later het hoogtepunt van zijn bezoek aan hoofdstad Washington. Blijkbaar oefenen de hekken van het Witte Huis zo’n grote aantrekkingskracht uit, dat velen Latta voorgingen, en velen hem volgden.

3 APRIL 1956

‘Niet Helder’

Halverwege die dinsdagochtend ontdekken beveiligers een brandje in de Red Room, een van de ontvangstkamers van het Witte Huis. President Dwight Eisenhower zit op dat moment nog geen 100 meter verderop in zijn kantoor te werken. In de uren daarna worden in de Old Executive Office Building (OEOB), het kantoorgebouw naast het Witte Huis, nog eens drie kleine branden ontdekt.

Na een zoekactie door de OEOB treft de politie uiteindelijk pas om drie uur in de middag op een toilet Julia Chase aan. De 55-jarige vrouw uit de naburige staat Maryland is dan bezig haar vijfde brandje van de dag te stichten. Nota bene tijdens de ondervraging probeert Chase tweemaal nog een vuurtje aan te steken. Ze verklaart dat ze ‘slechts haar afval wil verbranden’. De Secret Service stelt vast dat Chase als deelnemer aan de openbare rondleidingen op reguliere wijze het Witte Huis is binnengekomen. Waarschijnlijk is ze vervolgens op eigen houtje verdergegaan. De woordvoerder van de president ziet het voorval niet als serieuze poging om het Witte Huis af te branden en omschrijft Chase als ‘not quite lucid’ – niet geheel helder. De enige reden waarom wordt besloten om het nieuws toch naar buiten te brengen, is om ‘een vloedgolf aan alarmerende geruchten’ te voorkomen.

17 februari 1974

Gefrustreerde soldaat

uh-1_being_removed_from_white_house_lawn
Preston hing tijdens zijn dolle vlucht zes minuten boven het gazon van het Witte Huis. Foto: Wikimedia

De kalme handelwijze van de jaren vijftig is in de jaren zeventig ver te zoeken. Iets na middernacht stijgt Robert Preston in een gestolen Bell UH-1 Iroquois-helikopter op van legerbasis Fort George G. Meade in Maryland. Preston heeft als reisdoel het Witte Huis, dat ruim 40 kilometer verderop in zuidwestelijke richting ligt. De twintigjarige luchtmachttechnicus is gefrustreerd omdat hij zijn opleiding tot helikopterpiloot wegens onvoldoende ‘voertuigbeheersing’ heeft moeten staken. Wellicht veronderstelt Preston dat een joyride met de ‘Huey’ alsnog bewijst wat hij in huis heeft.

Als hij aankomt bij het Witte Huis, cirkelt hij ongestoord zes minuten boven het zuidelijke gazon. Maar als Preston wegvliegt, krijgt hij gezelschap van twee helikopters van de Maryland State Police. Door handig te manoeuvreren dwingt hij één van de toestellen tot landen. De gelegenheidspiloot vliegt daarop terug naar het Witte Huis, waar hij ditmaal door veiligheidsagenten wordt beschoten. Preston raakt lichtgewond en landt noodgedwongen op het gazon. De stunt kost Preston zes maanden voorarrest, een boete van 2.400 dollar en twee maanden dwangarbeid. Bovendien wordt hij ongeschikt verklaard voor het leger. President Richard Nixon ondervindt geen hinder van het incident. Tijdens het voorval is hij op reis in Florida. 

25 december 1974

Door de poort

Op de ochtend van Eerste Kerstdag ramt Marshall Hill Fields met een Chevrolet Impala door het toegangshek naar het Witte Huis. Hij komt tot stilstand tegen het noordelijke portaal van de ambtswoning, maar de Secret Service kan hem niet meteen inrekenen. Fields, een 25-jarige man uit Maryland, draagt Arabische kledij en zegt de Messias te zijn. Hij dreigt een bomvest tot ontploffing te brengen.

Na vier uur onderhandelen geeft Fields zich over. De bom blijkt slechts uit vuurwerkfakkels te bestaan. President Gerald Ford is op het moment van de ophef in Colorado aan het skiën. Een woordvoerder van de Secret Service geeft na afloop toe dat veiligheidsagenten hierdoor meer barmhartigheid hebben getoond. Zou Ford thuis zijn geweest, dan was Fields wellicht direct ‘onschadelijk’ gemaakt. In plaats daarvan zit Fields na zijn arrestatie een straf van achttien maanden uit voor het vernielen van overheidsbezit.

25 juli 1976

Eerste dode

Met een loden pijp van ongeveer 1 meter in zijn hand klimt Chester Plummer over het hek van het Witte Huis. De 31-jarige taxichauffeur rent vervolgens af op de ambtswoning van Ford, die op dat moment thuis is. Behalve dat Plummer getroebleerd is door een recente echtscheiding, is er weinig bekend over zijn motieven.

Als hij driemaal een stopbevel negeert, wordt Plummer neergeschoten. Korte tijd daarna bezwijkt hij aan zijn verwondingen. De onfortuinlijke fence jumper heeft daarmee de twijfelachtige eer de eerste doodgeschoten indringer van het Witte Huis-complex te zijn.

1 december 1976

Stalen versterking

Naar aanleiding van het incident met Marshall Fields worden de negentiende-eeuwse smeedijzeren poorten van het Witte Huis in 1976 vervangen door constructies van verhard staal. Het nut hiervan wordt datzelfde jaar direct bewezen als Steven Williams met een pick-uptruck vergeefs door het toegangshek probeert te rijden. Het ijzer geeft nauwelijks mee en zijn wagen komt tegen de spijlen tot stilstand. Williams draait de gevangenis in voor het beschadigen van overheidsbezit.

11 september 1994

Cessna in de tuin

Beneveld door drugs en alcohol, stijgt Frank Eugene Corder enkele minuten voor middernacht op van Aldino Airport in Maryland in een gestolen Cessna P150. Financiële zorgen en huwelijksproblemen hebben de 38-jarige vrachtwagenchauffeur uit Maryland in een diepe depressie gedrukt. Vrienden verklaren later dat Corder heeft aangegeven ‘op grootse wijze’ zijn leven te willen beëindigen.

Na anderhalf uur rondvliegen stort de gelegenheidspiloot met het tweepersoonstoestel neer op het zuidelijke gazon van het Witte Huis. Het vliegtuig komt tegen de zuidwand van de ambtswoning tot stilstand. Op de piloot na vallen er geen (dodelijke) slachtoffers. Onderzoekers concluderen dat Corder het waarschijnlijk niet op president Bill Clinton had gemunt. Was dit wel het geval geweest, dan had Clinton overigens weinig gevaar gelopen. Wegens renovatiewerkzaamheden aan het Witte Huis verblijft de presidentiële familie tijdens de crash tijdelijk in Blair House – het officiële gastenverblijf van het Witte Huis, zo’n 250 meter verderop.

29 oktober 1994

Kogelgaten in de muur

secret_service_on_white_house_roof
Snipers houden het terrein rondom het Witte Huis nauwlettend in de gaten. Foto: Wikimedia

Kort na de mislukte landing van Corder schiet de 26-jarige Francisco Duran van achter de noordelijke omheining 29 keer met een semiautomatisch SKS-geweer op het Witte Huis. Clinton zit op dat moment binnen – weliswaar aan de andere kant van het gebouw – een American footballwedstrijd te kijken.

Voorbijgangers overmeesteren Duran met hulp van toegesnelde veiligheidsagenten. Hoewel sommige kogels het Witte Huis raken, ziet het beveiligingshoofd van de Secret Service het voorval niet als een serieuze poging om de president te doden. Voor de rechter beweert de schutter ontoerekeningsvatbaar te zijn. Niettemin wordt hij door een jury schuldig geacht aan een poging tot het doden van de president. Duran draait voor veertig jaar de gevangenis in.

26 januari 2015

Moderne invasie

Begin 2015 stort een drone neer op het gazon van het Witte Huiscomplex. In mei volgt een tweede. In beide gevallen is president Barack Obama afwezig. Bovendien lijkt er geen sprake van kwade opzet. Toch leggen de incidenten een nieuwe vorm van kwetsbaarheid bloot. De ‘speelgoedvliegtuigjes’ zijn eenvoudig verkrijgbaar en komen zonder moeite over het hek van het Witte Huis. Naar aanleiding van de voorvallen stelt FAA, de Amerikaanse luchtvaartautoriteit, een No Drone Zone boven Washington D.C. in.

De ‘luchtaanvallen’ zijn overigens niet het enige probleem waarmee Obama te kampen krijgt. Het aantal fence jumpers neemt tijdens zijn regeerperiode flink toe. In april 2016 wordt bekend dat de Secret Service daarom van plan is de hekken rondom het gehele terrein te verhogen. In plaats van 2 meter, wordt de omheining vanaf 2018 ruim 3 meter hoog.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.