Amerikaanse ministers

William Rogers (1969-1973): vernederd en vrijwel onzichtbaar

Door Rik Kuethe - 18 mei 2017

Het meestal zo glorierijke ministerschap van Buitenlandse Zaken is voor William Rogers zeker geen pretje geweest. Gedurende zijn vier-en-een-halfjarige ambtsperiode (1969-1973) werd hij volkomen weggespeeld door Henry Kissinger. Rogers kon voornamelijk worden overvleugeld omdat hij geen enkele ervaring had in de internationale politiek. Dit was precies de reden waarom Nixon hem op deze positie benoemde.

Rogers was een goede advocaat en een oude vriend van president Richard Nixon, uit de tijd dat deze vicepresident onder Dwight Eisenhower was. Kissinger is een briljante strategische denker, maar onzeker, jaloers en immens ambitieus. Nixon had hem als Nationaal Veiligheidsadviseur aangesteld, formeel een minder verheven positie dan het ministerschap.

Nixon, zelf ook goed geverseerd in het buitenlands beleid, bewonderde Kissingers creatieve geest en liet de kruimels op het aanrecht van de internationale betrekkingen steeds meer voor Rogers liggen.

Spionagezaak

William Pierce Rogers werd geboren op 23 juni 1913 in Norfolk, een stadje in de staat New York. Toen hij dertien jaar oud was, stierf zijn moeder. Hij werd verder opgevoed door zijn grootouders. In 1937 behaalde een graad in de rechten aan de prestigieuze Cornell University. Zijn eerste serieuze baan was als hulpofficier van justitie onder Thomas Dewey, die het later als Republikeinse kandidaat voor het presidentschap zou opnemen tegen Harry Truman. Zonder succes overigens.

William Rogers. Foto: Wikimedia
William Rogers. Foto: Wikimedia

In 1947 verhuisde Rogers naar Washington D.C. om de voornaamste adviseur van de Permanente Commissie van Onderzoek van het Congres te worden. In de geruchtmakende spionagezaak tegen Alger Hiss (een ambtenaar van Buitenlandse Zaken die voor de communisten bleek te werken) trokken hij en de jonge afgevaardigde Richard Nixon samen op. Toen Hiss wegens meineed werd veroordeeld, was de naam van Nixon als patriot gemaakt.

In 1950 keerde Rogers terug naar New York, waar hij in dienst trad bij het advocatenkantoor dat later Clifford, Chance, Rogers & Wells zou heten. Daar bleef hij, met enkele uitstapjes naar het overheidsapparaat, tot zijn dood werken. Zo was hij onder meer de huisadvocaat van de krant The Washington Post. Een andere belangrijke cliënt was Dr. Martin Luther King junior, voor wie Rogers voor het Hooggerechtshof een geruchtmakende zaak over stemrecht voor zwarten won.

Eeuwige concurrentie met Kissinger

Zijn nauwe band met Nixon bleef bestaan. Toen de laatste als kandidaat voor het vicepresidentschap onder Dwight Eisenhower in zwaar weer terechtkwam – en president Eisenhower sterk twijfelde of hij hem voor die post zou handhaven – hielp Rogers ‘Tricky Dickie’ uit de brand. Hij schreef een speech voor hem waarmee Nixon de verdenking van het accepteren van smeergelden voldoende naar de achtergrond wist te dringen.

Nadat Rogers in 1953 onderminister van Justitie was geworden, spande hij zich in voor de integratie van verschillende bevolkingsgroepen. Over het arrest ‘Brown vs. Board of Education of Topeka’ (1954) dat gescheiden onderwijs naar ras verbiedt, was de bewindsman dan ook zeer te spreken.

Dat Rogers in de tijd dat hij minister van Buitenlandse Zaken was zo door Kissinger werd overvleugeld, had niets van doen met een mogelijk gebrek aan kwaliteiten. Daarvan was namelijk niets gebleken. Nee, de reden dat Rogers vrijwel onzichtbaar werd, lag in de pathologische eerzucht van Kissinger, gekoppeld aan zijn ontegenzeggelijke brille. Rogers kreeg als troostprijs het runnen van het ministerie en de buitenlandse dienst toegewezen, een gezelschap waar Nixon zich toch nooit erg op zijn gemak voelde.

Privédiners met Nixon

Omgekeerd kregen de big shots in het corps diplomatique meestal rechtstreeks met Kissinger te maken. Zo ontmoette de Sovjet-ambassadeur Anatoly Dobrynin minister Rogers van tijd tot tijd, maar bij vitale of spoedeisende zaken ging Dobrynin diens bureau vrijwel altijd voorbij.

In zijn dagboek schrijft H.R. ‘Bob’ Haldeman, de toenmalige kabinetschef van Nixon, dat hij aan het uit elkaar houden van Kissinger en Rogers bijna een dagtaak had. En dat het altijd Kissinger was die begon.

De pijn werd voor Rogers niet verzacht als de president hem, als oude vriend, weleens meenam voor het avondeten in zijn privévertrekken in het Witte Huis. Dat was een eer die Kissinger – Nixon was behoorlijk antisemitisch – nooit ten deel zou vallen. Tijdens die maaltijden greep Nixon graag terug op verhalen uit de oude doos. Staatszaken werden niet besproken.

Geen bommen op Laos

De enige andere kluif die Rogers kreeg toegeworpen, was het Midden-Oosten. Nixon meende dat de jood Kissinger daarvoor minder geschikt was. Maar ook hier ondermijnde het Witte Huis de initiatieven waarmee Rogers op de proppen kwam. Kissinger communiceerde schaamteloos rechtstreeks met de Israëlische premier Golda Meir. Eind 1970 werd Rogers het Midden-Oosten als chasse privée alweer afgenomen.

Een jaar eerder had hij zich tevergeefs verzet tegen het bombarderen van Cambodja, een operatie waarvan Rogers pas wist toen de bommenwerpers al in de lucht waren. Begin 1970 boekte hij wel een klein succes. Nadat de Noord-Vietnamezen een offensief waren begonnen vanuit Centraal Laos, overwoog Nixon om ook dat land te bombarderen. Doordat Rogers ernstig bezwaar maakte, werd dat plan terzijde gelegd.

Nederlanders voelen zich gepasseerd

In januari 1969, toen William Rogers aantrad als minister, stonden de Amerikaans-Nederlandse betrekkingen onder hoge spanning. Aanleiding was de kennismakingsreis naar Europa van de nieuwe president Richard Nixon in februari 1969. Tot grote verontwaardiging van minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns (KVP) was Nederland niet opgenomen in het reisschema. Door tussenkomst van Henry Kissinger probeerde Washington Nederland tegemoet te komen en nodigde Luns uit om in mei van dat jaar naar het Witte Huis te komen. Nederland ging in op de uitnodiging, maar hiermee was voor Luns de zaak nog niet afgedaan. Toen hij op 31 maart in Washington was voor de begrafenis van oud-president Dwight Eisenhower, ontmoette hij zijn nieuwe ambtgenoot Rogers. Luns greep de gelegenheid aan om te uiten wat hem zo stoorde. In zijn verslag noemde hij Rogers een groentje – typerend voor hoe Luns de verhoudingen op dat moment zag.

Rogers zou het voorval niet vergeten. Toen bekend werd dat de nieuwe Nederlandse minister-president Barend Biesheuvel (ARP) Suriname en de Antillen zou bezoeken in januari 1972, adviseerde Rogers president Nixon om Biesheuvel uit te nodigen. Hij plaatste daarbij de kanttekening: The Dutch particularly feel left out. Vooral de Nederlanders voelen zich buitengesloten. Het bezoek zou op 26 januari 1972 zijn en als hoofdonderwerp de Nederlandse steun voor de NAVO hebben. De ontmoeting werd gepresenteerd als low-key – dit om de andere NAVO-landen niet voor het hoofd te stoten. Rogers en Nixon bleken een goede verhouding met Nederland belangrijk te vinden, maar niet ten koste van de andere bondgenoten. Het doel van Rogers werd niettemin bereikt: Biesheuvel voelde zich serieus genomen door de Amerikanen.

In december 1972 zou Rogers, in combinatie met een NAVO-bijeenkomst, een bezoek brengen aan Nederland. Rogers was zich maar al te zeer bewust van de Nederlandse gevoeligheden. The Dutch seem obsessed with the notion that we never schedule high-level visits there. Alle goede bedoelingen van Rogers ten spijt, werd het bezoek afgeblazen. Door een breuk in het kabinet van Biesheuvel in de zomer van 1972, zouden op 29 november dat jaar nieuwe verkiezingen worden gehouden. Het State Department vond contact van Rogers met een mogelijk nieuw kabinet – dat zomaar links en anti-Amerikaans kon worden – te risicovol.

Rogers de barmhartige

Het werd inderdaad een links kabinet-Den Uyl met een socialistische minister van Buitenlandse Zaken Max van der Stoel. Dat veranderde de Nederlands-Amerikaanse betrekkingen aanzienlijk. Rogers en Van der Stoel hadden echter een verrassend goed gesprek tijdens de ministeriële NAVO-bijeenkomst in juni in Kopenhagen. Rogers ging daarom in op het initiatief van Van der Stoel om in september een Nederlands bezoek aan Washington te arrangeren. Een bezoek dat Rogers zelf uiteindelijk niet meer zou ontvangen. Hij is dan vervangen door zijn opvolger Henry Kissinger.

Binnen Nixons regering drong Rogers altijd aan op behoedzaamheid. Toen de Noord-Koreanen een Amerikaans spionagevliegtuig hadden neergeschoten en het ministerie van Defensie die daad wilde vergelden, verzette Rogers zich daar heftig tegen. ‘In internationale betrekkingen kunnen de zwakkeren onbesuisd zijn, maar de grote mogendheden moeten zelfbeheersing aan de dag leggen.’

Voordat Amerika op 1 mei 1970 met grondtroepen Cambodja binnenviel, had Rogers sterk gewaarschuwd tegen dit plan, onder meer omdat het overal in de Verenigde Staten tot protesten zou leiden. Die prognose bleek juist. Op Rogers eigen departement tekenden 250 leden van de buitenlandse dienst zo’n protest. Toen het Witte Huis hun namen wilde zien, weigerde de minister dat.

Schandalige behandeling door Nixon

1973-02-26 00:00:00 Opening of International Conference on Vietnam. The international conference on Vietnam, attended by delegations from twelve governments and one from the United Nations, got underway this morning in Paris. Ops: Arriving at the conference U.S. Delegate William Rogers.
Rogers (links) arriveert bij de internationale conferentie over Vietnam. Parijs, 1973. Foto: EPA

Bij de besprekingen in Parijs, met het doel om een regeling voor het conflict in Vietnam te treffen, zat Rogers zo nu en dan aan de onderhandelingstafel. Maar het echte werk werd in het geheim gedaan door Kissinger en de Noord-Vietnamese onderhandelaar Le Duc Tho. Kissinger (en niet Rogers) kreeg er samen met zijn tegenspeler de Nobelprijs voor.

Rogers, die tijdens zijn bewindsperiode nooit iets met de Watergate-affaire te maken heeft gehad, kreeg in 1973 geen nieuwe ambtstermijn van Nixon aangeboden. ‘Ik heb nooit een andere vriend gehad die niet helemaal een vriend bleek te zijn,’ zei Rogers vier jaar later daarover in een interview.

Toen Nixon hem eerder had gevraagd aanwezig te zijn op de dag dat hij zijn twee naaste assistenten, Bob Haldeman en John Ehrlichman, moest ontslaan, weigerde Rogers dat. Het zijn jouw mensen, zei Rogers, die inmiddels zijn advocatenpraktijk had hervat. In het boek Nixon in Winter, dat vier jaar na zijn dood in 1994 werd gepubliceerd, erkent Nixon dat hij Rogers schandalig heeft behandeld.

Nog éénmaal in de schijnwerpers

In zijn ouderdom wijdde Rogers zich naar hartenlust aan zijn liefhebberij: het schrijnwerken. Hij kwam nog eenmaal in het schijnwerperlicht te staan toen hij de Commissie van Onderzoek naar de ramp met de spaceshuttle Challenger in 1986 mocht voorzitten.

Rogers bleef wonen in Bethesda, Maryland. Daar stierf hij op 2 januari 2001 aan de gevolgen van hartproblemen. Hij werd 87 jaar. Tot het einde van zijn leven is hij als advocaat werkzaam gebleven.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.