Interview

‘Trump is zeker geen radicale breuk met het Amerikaanse verleden’

Door Tomasz Blom - 03 november 2017

Hoogleraar Justin Hart (43) is gespecialiseerd in de geschiedenis van de Amerikaanse buitenlandse betrekkingen en is auteur van Empire of Ideas, dat gaat over het ontstaan van de Amerikaanse publieke diplomatie en de transformatie van het Amerikaanse buitenlandbeleid. Elsevier Weekblad sprak met hem over de Rooseveltian Century, Donald Trump en de (nabije) toekomst van de Verenigde Staten.

Normaal doceert Hart aan de Texas Tech University in Lubbock, een stad in de noordwestelijke panhandle van Texas die voornamelijk bekendstaat als geboorteplaats van rock-’n-roll-legende Buddy Holly. Dit najaar staat zijn bureau tijdelijk in Middelburg. Hart verblijft daar tot half december als gasthoogleraar aan het Roosevelt Institute for American Studies (RIAS). ‘De overgang van Texas naar de Zeeuwse hoofdstad viel mee,’ zegt Hart in zijn kantoor in de middeleeuwse abdij waar het RIAS zetelt. ‘De mensen zijn aardig. Het bevalt hier.’

Kunt u wat meer vertellen over uw boek Empire of Ideas?
‘Het gaat over de Amerikaanse publieke diplomatie tussen 1936 en 1953, dat als doel had het Amerikaanse imago in de wereld positief te beïnvloeden. Dat gebeurde met traditionele propaganda, inclusief culturele en educatieve uitwisselingen als het Fullbright-programma. De Amerikaanse overheid besloot in de jaren dertig van de vorige eeuw daarmee te beginnen. Dat was later dan de meeste Europese landen, die al een propaganda-apparaat hadden om hun koloniën te bereiken. Het boek heet Empire of Ideas omdat ik bepleit dat publieke diplomatie een imperialistische strategie moet zijn. Het is een middel om Amerikaanse invloed in de wereld uit te oefenen.’

Hoe staat het op dit moment met die beeldvorming?
‘President Donald Trump schaadt de reputatie van Amerika in de wereld aanzienlijk. Dat neemt niet weg dat er vaker momenten in de Amerikaanse geschiedenis zijn geweest waarin de trans-Atlantische betrekkingen gespannen waren. Denk aan de oorlog in Vietnam en de meest recente oorlog in Irak. Ik beschouw Trump daarom nog niet als een radicale breuk met het Amerikaanse verleden.

Dr. Justin Hart
* Opgegroeid in Emporia, Kansas
* Bachelor geschiedenis aan de Southern Methodist University in Dallas, Texas
* PhD in geschiedenis aan de Rutgers University
* Doceert sinds 2005 aan Texas Tech University
* Meerdere publicaties, waaronder Empire of Ideas (2013).

‘In zijn retorische stijl wijkt hij zeker af. Trump liet zich herhaaldelijk negatief uit over de NAVO, de Duitse bondskanselier Angela Merkel, de Franse president Emmanuel Macron, de Australische premier Malcolm Turnbull – noem maar op. Maar voorlopig heeft hij de financiering van de NAVO niet stopgezet. Een aantal gezamenlijke NAVO-oefeningen is zelfs uitgebreid. Trumps retoriek komt dus niet overeen met de realiteit. Bovendien komen zijn drie belangrijkste adviseurs – de drie generaals: Herbert McMaster, Nationale Veiligheidsadviseur, John Kelly, stafchef van het Witte Huis, en James Mattis, minister van Defensie – allemaal uit de Koude Oorlog-tijd. Alle drie geloven ze in sterke banden met West-Europa en staan ze vijandig tegenover Rusland.’

En hoe zit het met TPP, het Klimaatakkoord van Parijs en NAFTA?
‘De Verenigde Staten hebben zich de afgelopen 75 jaar altijd sterk gericht op vrijhandel. Het buitenlands beleid is grotendeels ingegeven door de wens dat de Amerikaanse handel zo weinig mogelijk wordt belemmerd. Zich terugtrekken uit de onderhandelingen over het Trans-Pacifisch Partnerschap (TPP) is een van de weinige concrete afwijkingen van eerder beleid.

Kún je wel een welwillende imperialist zijn?

‘Het Klimaatakkoord van Parijs was vooral belangrijk voor Trumps voorganger Barack Obama. Ook voor Obama’s voorganger, George W. Bush, is het nooit een prioriteit geweest. Er bestaat bovendien veel scepsis in de Verenigde Staten over klimaatverandering. In dit geval spreekt Trump dus een opvatting uit die de Republikeinse Partij in meerderheid steunt. Bij het handelsakkoord NAFTA waren vooral veel dreigementen, maar hebben de Verenigde Staten zich niet teruggetrokken uit het verdrag. Nogmaals: veel woorden, weinig actie.’

Is deze inconsistentie een tactiek?
‘De gunstigste interpretatie is dat er een plan zit achter de ogenschijnlijke chaos – dat chaos een middel is. Over vijftig jaar zal dat een van de kernvragen zijn waarmee historici worstelen. Hoeveel van Trumps retoriek was strategie, hoeveel Trumps mond die op hol sloeg? Zijn uitspraken zijn in veel gevallen gewoon absurd. Zelf denk ik dat Trump geen duidelijke strategie heeft. In het Witte Huis vechten mensen met elkaar over wat het echte beleid zal zijn. Trump zegt intussen veel en spreekt zichzelf vooral tegen. Ik denk dat hij dat zelf vaak niet eens beseft. Maar goed, we weten natuurlijk niet wat er achter gesloten deuren gebeurt.’

Heeft het ontslag van een aantal ‘stokebranden’, zoals Steve Bannon, niet wat rust gebracht in het Witte Huis?
‘Ik denk dat Trump instinctief neigt naar dit soort onruststokers. We weten niet echt of Steve Bannon en Sebastian Gorka nog steeds telefonisch contact hebben met Trump. Neem Trumps tweet over Rex Tillersons gesprekken met Noord-Korea, waarin hij zegt dat zijn minister van Buitenlandse Zaken zijn tijd verspilt.

Dat klinkt meer als Bannon of Steven Miller. Terwijl Tillerson intussen een serieuze staatsman probeert te spelen.’

In een recente lezing sprak u over de mate waarin Trump past in de Rooseveltian Century. Kunt u eerst iets uitleggen over dat concept?
‘De twintigste eeuw wordt door veel historici beschouwd als de ‘Wilsoniaanse Eeuw’ – naar het collectieve veiligheidsideaal van president Woodrow Wilson. Het idee van de Rooseveltian Century is een relatief nieuw concept dat voor een groot deel is bedacht door het RIAS. Het idee gaat ervan uit dat beide Roosevelt-presidenten – ze zien continuïteit tussen Theodore en Franklin – karakterbepalend zijn geweest voor het Amerikaanse buitenlands beleid in de twintigste eeuw.

‘Persoonlijk zie ik vooral Franklin Roosevelt – en de wereld die hij probeerde te creëren tijdens de Tweede Wereldoorlog – als de grondlegger van de wereld waarin we nog steeds leven. We zien dagelijks de resultaten nog van de initiatieven die hij bedacht: de Verenigde Naties, de Wereldbank, het IMF, tot aan de NAVO en het Marshall-plan toe.’

En welke plaats neemt Trump in dit ‘model’ in?
‘De Rooseveltian Century kent enorme successen, vooral in Europa. De trans-Atlantische alliantie is de basis van dit alles. Roosevelt zag in dat de Verenigde Staten, in hun eigen belang, niet langer konden negeren wat er in Europa gebeurde. Maar in het concept van de Rooseveltian Century ligt ook de wens opgesloten van een Amerikaans imperium, met enkele zeer negatieve gevolgen. Het meest beruchte gevolg is waarschijnlijk de Vietnamoorlog. Maar er zijn meer voorbeelden te noemen waar de Verenigde Staten hun eigen moraal schonden en zich mengden in lokale verkiezingen en corrupte en autoritaire regeringen aanstelden. Dat is óók onderdeel van de Rooseveltian Century.

Justin Hart: In het Witte Huis vechten mensen met elkaar over wat het echte beleid zal zijn.

‘Trump ligt in mijn optiek in lijn met deze negatieve kanten van de Rooseveltian Century. Hij is zeker niet zonder precedent in de Amerikaanse geschiedenis en heeft eigenlijk veel voorgangers. Ik zou liever zien dat Amerikanen zich meer zouden richten op de goede aspecten van de Rooseveltian Century.’

Deze tweeslachtigheid doet denken aan de roman The Ugly American, waarin zowel welwillende als kwaadwillende Amerikaanse imperialisten worden opgevoerd.
‘Absoluut, ik heb vaak lesgegeven aan de hand van dat boek. The Ugly American was in feite een reactie op The Quiet American van Graham Greene uit 1955. Dat boek voorspelde alles wat in Vietnam gebeurde. De Amerikaanse hoofdpersoon heeft allerlei sociaal-wetenschappelijke theorieën over hoe een land zich moet ontwikkelen, precies zoals de Verenigde Staten dat later ook in Vietnam probeerden. De roman portretteert “de Amerikaan” als stil, maar dodelijk, en schetst een zeer negatief beeld van het Amerikaanse buitenlandse beleid.

‘Eugene William Lederer en Eugene Burdick zetten daar The Ugly American tegenover. Hun roman bevat enkele kwaadwillende, arrogante personages, maar geeft uiteindelijk ook veel hoop. Het draait om het schizofrene aspect van het Amerikaanse beleid. Ze suggereren dat we het goed kunnen doen in de wereld als we het maar op de juiste manier doen. Zelf worstel ik met die vraag. Zijn deze twee aspecten wel te scheiden? Of zijn ze onlosmakelijk met elkaar verbonden? Kún je wel een welwillende imperialist zijn? Daar heb ik eerlijk gezegd geen goed antwoord op. Het is niet alsof de slechte episodes slechts uitzonderingen zijn. Beide kanten zie je in de Amerikaanse geschiedenis in overvloed.’

Wisselen deze beide uitersten elkaar af, als een soort golfbeweging?
‘Dat denk ik wel. Ik ben altijd gefascineerd geweest door de wisselwerking tussen binnen- en buitenlands beleid. Veel beleidswisselingen zijn niet zozeer een reactie op wat er in de wereld gaande is, maar vooral op wat er thuis gebeurt. Denk terug aan de periode vlak na Vietnam, toen de Verenigde Staten zich wat van het wereldtoneel terugtrokken. Dat was niet het gevolg van veranderende mondiale omstandigheden. Natuurlijk had de oliecrisis invloed, maar de hoofdreden was het massale protest op straat. De Amerikaanse samenleving leek uiteen te vallen.

‘Aan het einde van de jaren veertig zag je juist de drang om de Verenigde Staten de wereld in te sturen, wat een reactie was op de isolationistische neigingen na de Grote Depressie. Nu zien we weer een reactie op het einde van de Koude Oorlog, dat samenviel met de-industrialisatie en de uitbesteding van banen aan het buitenland. Veel Amerikanen hebben hun baan en inkomen verloren. Dat verandert hun houding ten opzichte van het buitenlands beleid. Trump boort nu een isolationistisch sentiment aan dat je sinds 1941 niet echt meer zag in de Verenigde Staten. Heel precies indachtig aan de Amerikaanse uitdrukking: “All politcs are local”.’

Hoe gaat dit zich de komende tijd ontwikkelen?
‘Hoewel de meeste mensen het wel weten, raakt buiten Amerika weleens wat ondergesneeuwd dat Hillary Clinton drie miljoen stemmen meer kreeg dan Trump. Dus doorgaan zoals Obama, die Clinton vertegenwoordigde, was eigenlijk populairder. Alleen niet op de juiste plekken, door het eigenaardige Amerikaanse kiessysteem. Als de Democratische kandidaat in 2020 een paar extra stemmen weet te winnen in Michigan, Ohio, Pennsylvania en Wisconsin dan walsen de Democraten zo weer het Witte Huis binnen.

‘Trump was een reactie, een terugslag, op Obama. Maar wie weet volgt er op de terugslag een nieuwe terugslag. Het zou zo interessant zijn geweest als Bernie Sanders het namens de Democraten tegen Trump had opgenomen in 2016. Hij had kunnen profiteren van dezelfde woede onder arbeiders die hun baan zijn kwijtgeraakt. Ook Sanders zou zich waarschijnlijk hebben teruggetrokken uit TPP, maar hij zou zeker niet uit het Klimaatakkoord van Parijs zijn gestapt. Hij zou diplomatie serieus hebben genomen. Er is dus zeker ruimte voor een Democraat die de arbeidsklasse aanspreekt, maar die niet zo vijandig staat tegenover de rest van de wereld. Maar daar is wel de juiste Democraat voor nodig.’

Wilt u wekelijks het laatste nieuws over Amerika ontvangen? Meld u dan aan voor onze nieuwsbrief van American Dreamers!

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.