Amerika

Vrijheid van meningsuiting op campus in geding: staten slaan terug

Door Matthijs van Schie - 26 maart 2018

Nergens ter wereld is de vrijheid van meningsuiting zo groot als in de Verenigde Staten. Zij is verankerd in het eerste amendement van de Grondwet, die vooral onder Republikeinen een bijna heilige status geniet. Maar steeds vaker gaan onder studenten en medewerkers stemmen op om die vrijheid op universiteiten te beperken. Amerikaanse staten komen daartegen in het geweer en introduceren free speech laws.

Het afgelopen jaar probeerden studenten op allerlei Amerikaanse universiteiten sprekers het zwijgen op te leggen. Zo brachten de aangekondigde komst van onder anderen Milo Yiannopoulos, een Trump-aanhanger die te boek staat als ‘provocateur’, en Ben Shapiro, een oerconservatieve orthodox-joodse opiniemaker, felle protesten en incidenten teweeg op de Universiteit van Berkeley in Californië. Ze werden ervan beschuldigd fascisten, nazi’s en racisten te zijn. Bij de komst van Yiannopoulous vernielden gewelddadige demonstranten, die gelieerd waren aan het extreem-linkse Antifa, zelfs winkels en auto’s in de omgeving.

Berkeley berucht om censuur

Studenten van Berkeley, dat in de jaren zestig nota bene bekend werd als de bakermat van de free speech movement, zijn de laatste jaren berucht om hun weerstand tegen (vaak rechts-conservatieve) sprekers. Vorig jaar overwoog de Amerikaanse president Donald Trump zelfs om de geldstroom naar de onderwijsinstelling af te knijpen.

Ook opiniemakers en wetenschappers die niet aan de rechterkant van het politieke spectrum staan, krijgen het soms zwaar te verduren. Begin deze maand werd Christina Hoff Sommers, een Democraat die een lezing zou houden over politieke correctheid en ‘slachtoffercultuur’ en die zichzelf ‘feitelijk feminist’ noemt, het spreken onmogelijk gemaakt door activistische studenten in Portland, Oregon. Ze werd afgeschilderd als fascist en mannenhater, die rape culture (verkrachtingscultuur) zou voorstaan en zou pleiten voor ‘mannelijke superioriteit’. Activisten schreeuwden tijdens de lezing en toonden spandoeken en protestborden.

Censuur op het vrije woord? Amerikaanse universiteiten onder vuur

Het komt ook geregeld voor dat activisten van buitenaf een lezing willen verstoren door op de ramen of het dak te slaan. De Engelse term voor zulke acties is no-platforming, de poging meningen te verbannen die als haatdragend worden gezien. Een ruime meerderheid van de studenten is het oneens met deze praktijken, en staat een open uitwisseling van ideeën voor, juist als die controversieel zijn.

Dat blijkt uit recent onderzoek van opiniepeiler Gallup, die vorig jaar een enquête hield onder ruim drieduizend studenten door heel de Verenigde Staten. 72 procent van de ondervraagden is tegen het afzeggen van sprekers als sommige studenten dat willen. Tegelijkertijd is 69 procent er voorstander van een toespraak te annuleren als er gewelddadige protesten dreigen. Die zijn er ook geregeld, bijvoorbeeld bij Shapiro en Yiannopoulos, maar ook bij een uitgesproken atheïst als Richard Dawkins (een Britse evolutiebioloog) en de linkse opiniemaker Bill Maher. Allen zijn kritisch over de islam, feminisme en politieke correctheid en hebben weinig boodschap aan toehoorders die zich gekwetst of beledigd voelen.

Andere opvallende uitkomsten van de Gallup-enquête

‘Diversiteit en inclusiviteit belangrijker dan vrijheid van meningsuiting’

Bron: Screenshot The New York Times / Gallup.

 

24 staten hebben of willen wetgeving voor de vrijheid van meningsuiting op campussen

En zo kan het gebeuren dat een kleine groep activisten in staat is de komst van een spreker tegen te houden. Maar Amerikaanse staten komen tegen die trend in het geweer om de vrijheid van meningsuiting op hun universiteiten te beschermen: in acht staten zijn zogeheten free speech laws aangenomen, in zestien andere staten zijn vergelijkbare wetsvoorstellen gedaan. Dat meldt de conservatieve Amerikaanse website Campus Reform, die bericht over hoger onderwijs. De site is ook kritisch op vermeende linkse vooroordelen en politieke correctheid op universitaire campussen.

De wetten, bijvoorbeeld in de zuidoostelijke kuststaat Florida, zijn onder meer bedoeld om zogenoemde free speech zones te verbieden. Die zones zijn in de jaren zestig en zeventig ingevoerd op openbare universiteiten om door de overheid verboden protesten, zoals bijvoorbeeld tegen de oorlog in Vietnam, mogelijk te maken. Maar tegenwoordig worden die zones door tientallen universiteiten juist vaak aangegrepen om de vrijheid van meningsuiting op de rest van het terrein te kunnen inperken: wie buiten de kleine zones een controversiële uiting doet, kan worden berispt.

Een vergelijkbare wet werd aangenomen in de westelijke staat Utah, waar de Republikeinse Senator Orrin Hatch een verontrustende trend signaleerde: studenten door het hele land hebben een ‘opvallende vooringenomenheid tegen conservatieve ideeën teweeggebracht’ in het hoger onderwijs, schreef hij in het tijdschrift National Review. Maar Hatch is geenszins bereid om daaraan toe te geven: ‘Sprekers het zwijgen opleggen uit angst voor de gevolgen betekent een laffe overgave van onze meest basale constitutionele rechten.’

Wilt u wekelijks het laatste nieuws over Amerika ontvangen? Meld u dan aan voor onze nieuwsbrief van American Dreamers!

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.