Roberta N. Haar

De havik is terug: hoe zal John Bolton het Amerikaanse buitenlandbeleid beïnvloeden?

Door Roberta N. Haar - 01 juni 2018

In een gesprek met verscheidene journalisten na de American Dreamers-filmpremière van The Last Son in Amsterdam kwam onder meer de situatie in Syrië ter sprake. Daarbij kwam ook de vraag naar voren welke rol gaat John Bolton spelen.

(For English version press here)

Eén journalist merkte op dat Bolton, die alweer de derde Nationaal Veiligheidsadviseur is van president Donald Trump, waarschijnlijk zal adviseren om zo snel mogelijk Syrië te verlaten. Hoewel ik niet weet hoelang John Bolton zijn functie zal behouden, weet ik wel dat Bolton geen man is die pleit voor terugtrekking uit een conflict. Integendeel zelfs.

AmericanDreamersMeld je hier gratis aan voor de Amerika Update, de wekelijkse nieuwsbrief met de laatste ontwikkelingen over de Verenigde Staten. Elke vrijdag in je mailbox.

In de afgelopen twintig jaar heeft hij altijd het tegenovergestelde betoogd. Bolton is een man die preventieve oorlog en regimewisseling als zijn favoriete instrumenten voor buitenlands beleid beschouwt. Zo wilde Bolton juist een ‘volwaardige’ aanval op de Syrische president Bashar al-Assad, in tegenstelling tot wat minister van Defensie James Mattis bepleitte.

Gezien de recente terugtrekking van de Verenigde Staten uit het nucleaire akkoord met Iran is het interessant meer te weten over Trumps nieuwe war hawk.

Boltons vormende jaren

De Republikeinse wortels van havik Bolton gaan diep. Hij werkte in 1964 als studentenorganisator voor de presidentiële campagne van de conservatieve Barry Goldwater. Nadat hij zijn rechtenstudie had voltooid, werd Bolton protegé van Senator Jesse Helms uit North Carolina. Helms mag worden beschouwd als een van de leiders van de conservatieve beweging en is grotendeels verantwoordelijk voor de sancties tegen Cuba (waarvan de doeltreffendheid twijfelachtig was).


Roberta Haar in actualiteitenprogramma EenVandaag

Tijdens het presidentschap van Ronald Reagan (1981-1989) werkte Bolton op het ministerie van Justitie, waar hij onder meer de benoeming van Antonin Scalia tot rechter van het Hooggerechtshof faciliteerde. Onder president George H.W. Bush werkte Bolton op het ministerie van Buitenlandse Zaken. In 2001 benoemde Bush’ zoon, president George W. Bush, hem tot onderminister voor Wapenbeheersing en Internationale Veiligheid, waar hij al snel een reputatie kreeg van een felle onderhandelaar.

Het was ook Bolton die het verzet van de regering-Bush tegen Amerikaanse deelname aan het Internationaal Strafhof in Den Haag leidde. In 2005 wilde Bush Bolton benoemen tot ambassadeur bij de Verenigde Naties, een positie de Senaat doorgaans moet goedkeuren. Door Bolton tijdens het reces van het Congres ‘tijdelijk’ aan te stellen, omzeilde Bush de mede-Republikeinen in de Senaatscommissie Buitenlandse Betrekkingen die Bolton te controversieel vonden. Een jaar later stapte Bolton alsnog uit zichzelf op.

In de periodes zonder een Republikeinse regering deed Bolton wat de meeste beleidsmakers in Washington in zo’n geval doen: zijn tijd afwachten bij een denktank. Boltons ‘onderkomen’ werd het neoconservatieve American Enterprise Institute (AEI). Desondanks werd hij bij het Amerikaanse publiek (en president Trump) vooral bekend als commentator op Fox News.

Is Bolton een ‘neocon’?

Ondanks dat hij bij een prominente neoconservatieve denktank heeft gewerkt, heeft Bolton een uniek wereldbeeld dat in sommige opzichten overlapt met het America First-perspectief van Trump. Dit wil zeggen dat mainstream-Republikeinen weinig ophebben met Boltons opvatting van ‘Amerikaans nationalisme’. Tijdens de regering van George W. Bush pleitte Bolton samen met vicepresident Dick Cheney en neoconservatieven voor de invasie van Irak in 2003. In 2010 schreef ik een artikel waarin ik analyseerde dat vooral een neoconservatieve agenda – ontstaan in de jaren negentig van de twintigste eeuw – leidde tot de beslissing van de Bush-regering om Irak binnen te vallen. Boltons handtekening stond ook onder een open brief aan president Bill Clinton waarin  een preventieve Amerikaanse aanval tegen Irak in 1998 werd gesteund. Hoewel veel neoconservatieven inmiddels juistheid van de invasie in 2003 in twijfel trekken, blijft Bolton beweren dat het een goede beslissing is geweest.

Opvattingen over Iran

Boltons agressieve beleid ten aanzien van Iran is bekend. Toen minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice in 2007 een poging deed tot een meer pragmatische en multilaterale benadering van Iran, kritiseerde Bolton haar publiekelijk. Hoewel Boltons fervente steun aan Israël hierin zeker een rol speelt, is het veelzeggender dat hij denkt dat de Verenigde Staten een militair conflict met Iran kunnen winnen. Bolton hoopt dat het opnieuw opleggen van sancties óf de islamitische republiek omver zal werpen, óf hardliners zal aanzetten tot het hervatten van het Iraanse nucleaire verrijkingsprogramma, zodat er een voorwendsel wordt geboden voor een preventieve oorlog.

Het is duidelijk dat het standpunt van Bolton over Iran niet nieuw is. Wel nieuw is Boltons positie als Nationaal Veiligheidsadviseur in het hart van de machine die het Amerikaanse buitenlands beleid bepaalt.

‘The good, the bad and the very bad’

Er zijn drie manieren waarop Bolton de toekomst van het Amerikaanse buitenlandse beleid kan gaan bepalen. Enerzijds zouden zijn vaardigheden als fel wapenonderhandelaar in het voordeel van de Verenigde Staten kunnen werken tijdens ontmoetingen met Noord-Korea. Als Bolton deze vaardigheden combineert met gematigde diplomatie, zou het Koreaanse schiereiland hiervan de vruchten kunnen plukken. Diplomatie in combinatie met dreiging van geweld werkte in het verleden ook. Zo kon onderminister van Buitenlandse Zaken en onderhandelaar Richard Holbrooke in 1995 met de Servische president Slobodan Milošević het vredesverdrag van Dayton sluiten, dat een einde maakte aan de Bosnische oorlog.

Anderzijds zijn Bolton en Trump het samen eens over een agressiever buitenlands beleid. Beiden zijn wars van multilaterale diplomatie, of dat nu samenwerken met de Verenigde Naties of de Europese Unie is. Het is ook duidelijk dat Bolton met minister van Buitenlandse Zaken – en geestverwant – Mike Pompeo een overwicht heeft in het nationale veiligheidsteam van Trump, terwijl minister van Defensie Mattis aan invloed inboet. Mattis, die zich actief verzette tegen de benoeming van Bolton als Nationaal Veiligheidsadviseur, was ook tegenstander van een terugtrekking uit het nucleaire akkoord met Iran.

Het meest verontrustende is misschien wel dat Trump en Bolton allebei weinig op hebben met de waarheid. Tijdens zijn werk in de regering van George W. Bush verzon Bolton argumenten om zijn agressieve veiligheidsbeleid te ondersteunen. Koppel dit aan een president die, om uiteenlopende redenen, liberaal omgaat met feiten en de potentie voor rampzalig buitenlands beleid is groot.