Coronacrisis

Versnelt Amerikaans beleid de opmars van wereldmacht China?

07 mei 2020

De regering van Donald Trump lijkt weinig interesse te hebben in een internationale aanpak tegen het coronavirus. Roberta N. Haar over de vraag: profiteert China?

Read the English version here>

De afgelopen dagen werd in tal van artikelen gespeculeerd over de vraag of China’s opkomst als wereldmacht wordt versneld door president Donald Trumps gebrek aan interesse in mondiaal leiderschap tijdens de COVID-19 pandemie. Veel van deze artikelen verschenen nadat nerveuze volgers van het Amerikaanse buitenlandbeleid alarm hadden geslagen. Ze beweren dat de pandemie en wereldwijde recessie een nieuwe wereldorde kunnen teweegbrengen, met China als winnaar.

Ongetwijfeld wil China de verantwoordelijkheden van een wereldmacht, waaronder de leiding tijdens een wereldwijde gezondheidscrisis, maar is het Westen klaar voor een Chinese voortrekkersrol? En wat zouden we kwijtraken als de Verenigde Staten de rol als wereldwijde leider in tijden van crisis opgeven?

China vijzelt imago op

Na de langzame en zwakke Amerikaanse reactie op het virus en het overduidelijke gebrek aan interesse van Trumps regering om een internationale aanpak te sturen – zoals Amerika deed in voorgaande pandemieën, ziet China de mogelijkheid om het imago als wereldleider op te vijzelen.

Vanuit Chinees oogpunt, kijkend naar hoe Trump bekvecht met gouverneurs over medische middelen, wordt Amerika benadeeld door systematische zwakheden, waardoor het niet effectief kan reageren op het virus binnen de eigen grenzen. Dat wekt niet echt de suggestie dat het de crisis beter kan aanpakken buiten die grenzen. Tegelijkertijd wijst China naar hun gigantische afname van het aantal COVID-19 patiënten als bewijs dat het bewind van de communistische partij superieur is aan een democratie.

Om die zienswijze kracht bij te zetten, bood China advies aan over de beste manieren om het virus te bestrijden en zond het vliegtuigen met medische middelen, met daarin onder meer beschermende kleding, tests en ventilatoren, naar de zwaarst getroffen landen in Europa.

Onbewust steunde Trump het verhaal van China toen hij op 14 april de geldstromen naar de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), een tak van de Verenigde Naties, tijdelijk bevroor. Trump beweerde dat de WHO niet kritisch genoeg omging met de Chinese claim dat de kans op mens-op-mens besmetting zeer klein was. China’s reactie op Trump was voorspelbaar: het beloofde 30 miljoen dollar extra steun aan de WHO om het gat te vullen en steunde nieuwe maatregelen tegen het virus, waaraan al meer dan 200.000 mensen zijn overleden.

Tanende macht

Experts in internationale betrekkingen voorspellen al een tijdje dat de Verenigde Staten haar rol als exceptionele macht uiteindelijk zullen opgeven – de staat waar anderen naar kijken tijdens een crisis, omdat die de unieke gave heeft de wereld bijeen te brengen. Het bekendste werk over de afname van Amerika’s macht is Paul Kennedy’s ‘The Rise and Fall of the Great Powers’.

Kennedy beschrijft hoe een combinatie van economische en militaire macht noodzakelijke onderdelen zijn voor een staat om de wereld te kunnen beïnvloeden – een argumentatie die de aandacht van velen trok die azen op de ondergang van Amerika. Kennedy’s boek kwam uit in 1987, voor het einde van de Koude Oorlog en voor China’s economische opkomst, maar toch wist hij de groeiende macht van China te voorspellen.

Chinese officials bereidden zich al sinds 2006 voor op de uitdaging, nadat het de tweede economie van de wereld werd. De ambities namen enkel toe na de financiële crisis van 2008, toen de Verenigde Staten de grootste schuldenaar werden van de wereld en China een belangrijk deel van de Amerikaanse schuld op zich nam.

Mislukte ‘maskerdiplomatie’

China lijkt dus te hunkeren naar een nieuwe wereldorde – en om het land te worden waar andere landen naar kijken tijdens een crisis. Maar er zijn verschillende redenen waarom China’s structurele componenten niet zo aantrekkelijk zijn als de Amerikaanse. Zelfs op vlakken waar China een strategisch voordeel heeft, zoals de ‘maskerdiplomatie’ als grootste fabrikant van medische middelen, faalde China. In tegenstelling tot de feestelijke berichten op de staatstelevisie over China’s vrijgevigheid, stuurde het in werkelijkheid gebrekkige testkits en verdiende het enorm aan de verkoop van medische producten.

Ook China’s argument dat de reactie op het virus snel en superieur was, kan averechts werken. De meeste westerse hoofdsteden twijfelen over de officiële aantallen die uit China komen en maken zich zorgen om China’s ‘waarheidsmanagement’.    

Europa kiest niet voor China

In tegenstelling tot vergrote invloed op de wereld, kan COVID-19 er uiteindelijk juist voor zorgen dat China’s macht op het wereldtoneel afneemt.  Europese landen die in eerste instantie niet openlijk kritisch waren uit angst voor represailles, beginnen nu zorgen te uiten over de verhalen die Beijing verspreidt over de crisisbestrijding. Ze beginnen zelfs met het verminderen van hun afhankelijkheid van Chinese fabrieken en distributieketens. In een tijdperk waarin een virus economieën tot stilstand brengt, uitstekende zorgsystemen overweldigt en tienduizenden van hun burgers doodt, lijken leiders in West-Europa zich te realiseren dat ze niet kunnen bouwen op een autocratisch China.

Misschien blijkt uiteindelijk dat China’s interpretatie van Kennedy’s analyse net zo fout is als die van Osama Bin Laden, die hoopte dat Amerika moe zou raken van zijn rol als wereldmacht. Kennedy’s argumentatie bevat de observatie dat Amerika een atypische macht is die zichzelf kan revitaliseren, afhankelijk van de kwaliteit van toekomstige keuzes. Kennedy onderstreept daarbij één essentiële keus voor als Amerika prominent wil blijven als wereldmacht: protectionisme of isolationisme voorkomen. 

Terechte kritiek of niet, de WHO is nodig

Toen in 1945 de Verenigde Staten met een reeks andere landen de Verenigde Naties stichtten, vond het een wereldgezondheidscomponent onmisbaar. De WHO kreeg als taak compassie te tonen voor alle mensen ter wereld en duurzame gezondheidsaanpakken aan te prijzen op mondiaal niveau.

Het klopt dat de WHO hervormingen nodig heeft, zoals de meeste internationale organisaties na verloop van tijd. Tegelijkertijd is het ook waar dat het de enige organisatie is die tientallen landen kan coördineren. De WHO blijft essentiële missies uitvoeren die niet kunnen worden vervangen door een individueel land. Zonder een wereldwijde organisatie voor gezondheid worden alle landen minder veilig.

Het is logisch dat machtige landen anderen helpen met hun volksgezondheid en de wereld proberen te verenigen in crisistijden. Daar is de WHO voor opgericht, ondanks dat het momenteel onmogelijk lijkt voor de organisatie om te ontsnappen aan de propagandastorm tussen de Verenigde Staten en China.

Geen geld meer overmaken naar de WHO maken de Verenigde Staten en de wereld minder veilig. Hopelijk is er iemand binnen de regering van Trump die de president ervan kan overtuigen dat de wereld blijven leiden op het vlak van volksgezondheid niet alleen van belang is voor de wereld, maar ook voor Amerika.