Amerikaanse presidenten

James Madison (1809-1817)

Door Rik Kuethe - 13 januari 2016

In de serie ‘Amerikaanse Presidenten’ schrijft buitenlandredacteur Rik Kuethe iedere week een biografie van een van de 45 bewoners van het Witte Huis. Deel 4: James Madison (1809-1817)

In november 1782 was James Madison, de latere ‘Vader van de Constitutie’, 31 jaar oud en hard toe aan een vrouw. In die behoefte leek te worden voorzien door Kitty Floyd, wier vader net als Madison lid was van het Continentale Congres. Dat Kitty, met haar lieftallige verschijning, nog maar vijftien jaar oud was, leek niemand te deren.

Toch trouwde Madison pas twaalf jaar later daadwerkelijk. Zijn bruid, Dolley Payne Todd, was een weduwe van 26 jaar. Ze was wat the toast of the town werd genoemd; vrolijk, een tikje wuft en vaak gewapend met een decolleté om van te watertanden. Madison daarentegen was sociaal onhandig, klein en onaanzienlijk. Tijdens zijn presidentschap (1809-1817), waren de ontvangsten op het Witte Huis toch joyeus, doordat Dolley schitterde waar haar man schutterde.

Heldere denkbeelden

Ten tijde van zijn huwelijk lag Madisons grootste wapenfeit alweer zeven jaar achter hem. Tijdens de Conventie over de Grondwet van 1787 in Philadelphia was de intellectueel Madison, met zijn heldere denkbeelden over de staatsinrichting, het beste voorbereid. En met zijn grote kennis en zijn goede pen was hij ook de belangrijkste auteur. Later zou hij bovendien de Grondrechten formuleren.

Bij zijn voorbereiding op de Conventie, noteerde Madison dat de Confederatie van de Republiek der Verenigde Nederlanden op papier sterk genoeg leek, maar dat de angstvallige manier waarop elke provincie haar soevereiniteit bewaakte ertoe leidde dat de praktijk er een stuk minder fraai uitzag.

The Federalist

Een van de lastigste kwesties voor de Conventie was of de staten allemaal op gelijke voet in het Congres vertegenwoordigd moesten zijn. Als compromis werd besloten dit in de Senaat inderdaad zo te regelen. Elke staat, klein of groot, kreeg twee Senatoren, terwijl het aantal afgevaardigden per staat in het Huis naar rato van de bevolkingsomvang zou worden bepaald. Madison bezwoer de kleinere staten, waarvan de meeste huiverig waren voor een federatie, dat een grotere republiek de beste strategie vormde om de ongemakken die hen bedreigden het hoofd te bieden.

Samen met Alexander Hamilton en John Jay heeft James Madison zich daarna ingezet om de Grondwet door de diverse staten goedgekeurd te krijgen. Met dat doel verscheen in oktober 1787 het eerste nummer van The Federalist, een lange reeks geschriften waarin Madison onder het pseudoniem Publius, afgewisseld door de twee anderen, zijn visie ten beste gaf op de politieke theorie die aan de Grondwet ten grondslag lag.

Klein, ziekelijk en nerveus

James Madison werd op 16 maart 1751 geboren in het huis van zijn grootouders in King George County, Virginia. Spoedig reisde hij met zijn moeder naar Montpelier, het familiehuis op de plantage, dat door Madison bij zijn leven steeds verder werd verfraaid. Madison studeerde geschiedenis aan Princeton en heeft uitsluitend publieke ambten vervuld. Hij bezat zes slaven en vijf paarden. Zijn vader en broer, die trots op hem waren, vulden zijn inkomen aan.

Madison was met zijn lengte van 5 feet en 4 inches (ruim 1 meter 62) de kleinste president aller tijden. Hij had een inkeping in zijn neus als gevolg van een bevriezing. Zijn leven lang zag hij er jonger uit dan hij was. Madison was ziekelijk en nerveus. Hij sprak met een afgeknepen en slecht verstaanbare stem, was verlegen en nooit erg op zijn gemak met vreemdelingen. Van small talk had hij geen kaas gegeten. Hierdoor maakte hij bijna altijd een slechte eerste indruk. ‘Aan de andere kant,’ zo schrijft zijn biograaf, Ralph Ketcham, ‘vond vriend en vijand hem briljant en werd Madison als een uiterst effectieve onderhandelaar gezien.’

Madison’s War

Tijdens het eerste jaar (1809) van Madisons presidentschap, die daarvoor 25.000 dollar kreeg, verbood hij Amerika om handel te voeren met Engeland en Frankrijk, die met elkaar in oorlog waren. In 1810 bepaalde het Congres echter dat de Verenigde Staten wel degelijk handel konden drijven met het land dat Amerika’s visie over rechten van ‘de neutralen’ deelde, wat dan automatisch zou leiden tot een verbod op handel met het andere land. Napoleon leek hiermee in te stemmen. Dit was een van de redenen voor de oorlog tussen de Verenigde Staten en Engeland (1812-1814).

Aanvankelijk was het kleine, ongeoefende Amerikaanse leger geen partij voor de professionele Britten. Het nauwelijks verdedigde Washington werd in de as gelegd. Zowel het Congres als het Witte Huis, waar Dolley zich kranig had geweerd, ging in vlammen op. Doordat generaal Andrew Jackson (die president nummer zeven zou worden) triomfeerde in New Orleans kregen veel Amerikanen toch de indruk dat de oorlog bijzonder succesvol was verlopen.

Dovende kaars

De laatste twintig jaar van zijn leven leidde Madison een vruchtbaar bestaan op Montpelier. Hij ging vaak langs bij Jefferson op Monticello en ontving bezoek van coryfeeën als Andrew Jackson en de markies de Lafayette. Maar langzaam doofde, zoals hij het zelf zei, de kaars van zijn leven uit.

Op de ochtend van 28 juni 1836 bracht zijn bediende, zoals hij dat zeventig jaar had gedaan, zijn meester het ontbijt. Madison had moeite met slikken. Toen een nichtje vroeg wat er aan de hand was, zei hij: ‘Het is niets mijn kind, ik ben alleen van mening veranderd.’ Het waren zijn laatste woorden.

Wilt u wekelijks het laatste nieuws over Amerika ontvangen? Meld u dan aan voor onze nieuwsbrief van American Dreamers!

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.