Rik Kuethe

Inauguratie Obama: hoe hij president werd – en bleef

Door Rik Kuethe - 17 januari 2013

Maandag 21 januari wordt Barack Obama ingezworen voor zijn tweede termijn. Het leek er nog om te gaan spannen, maar op 6 november 2012 stelde Barack Obama de prolongatie van zijn presidentschap veilig door een duidelijke overwinning op zijn Republikeinse uitdager Mitt Romney.

Vier jaar eerder had Obama’s overwinning op good old John McCain voor een golf van opwinding in de Verenigde Staten en de rest van de wereld gezorgd. Voor het eerst was een zwarte (in feite: een halfzwarte) man tot het hoogste ambt geroepen. Martin Luther King, Robert Kennedy en talloze naamloze slachtoffers van lynchpartijen waren niet voor niets gestorven. De rassendiscriminatie was overwonnen, zo leek het wel.

Triomftocht

In de ogen van velen in Europa belichaamde Obama’s voorganger, George W. Bush, het slechte Amerika. Met de verkiezing van de zwarte Senator uit Illinois tot president hadden de Verenigde Staten zich als het ware schoongewassen, en kwam het goede Amerika weer bovendrijven. Bovendien is Obama een bevlogen spreker. Met zijn oratorische talent zou hij de natie kunnen meeslepen op haar triomftocht door de geschiedenis.

Die verwachting is niet bewaarheid geworden.

El Muzungu, ‘de blanke man’, noemen ze Barack Hussein Obama in Nyangoma-Kogelo, het dorp in Kenia waar zijn vader vandaan komt. Barack betekent ‘de gezegende’, Obama ‘gloeiende speer’. Het feit dat de Luo, de stam waarin Obama zijn wortels heeft, hem El Muzungu noemt, geeft aan dat hij een bijzonder soort zwarte is. Dat klopt, want zijn vader mag dan zo zwart als steenkool zijn geweest, zijn moeder kwam uit de staat Kansas en was zo blank als het melkmeisje van Vermeer.

Rancune

Obama, de derde zwarte Amerikaan sinds de Burgeroorlog die het tot Senator bracht, beschrijft zichzelf in zijn in 2006 verschenen boek The Audacity of Hope (de vermetelheid van de hoop) als een helende kracht, een man die de Verenigde Staten met zichzelf kan verzoenen en die zichzelf duidelijk als zwarte afficheert. Hij verdonkeremaant zelfs enigszins de melkwitte achtergrond van zijn moeder.

Maar in zijn publieke optredens presenteert hij zichzelf juist niet als de traditionele ‘jammerneger’, die overloopt van rancune over wat zijn voorvaderen is aangedaan en die daar alsnog compensatie voor eist. Met die laatste houding zou hij het overigens nooit tot president en wellicht niet eens tot Senator hebben geschopt.

Barack Obama werd op 4 augustus 1961 geboren in Honolulu op Hawaï. Hij groeide voornamelijk op in het appartement van zijn grootouders van moeders zijde. Obama’s vader vertrok spoedig na de geboorte van zijn zoon naar de Harvard University. Vader en zoon zouden elkaar slechts eenmaal een week terugzien.

Buitenstaander

Obama’s moeder Ann Dunham, een idealistische antropoloog, ging op in de beweging voor de burgerrechten; de platen van Mahalia Jackson en Joan Baez draaide ze grijs. Van haar zou je, met een buiging naar de roman van Arthur Japin, kunnen zeggen dat zij een blanke met een zwart hart was. Toen zij bij haar tweede man Lolo Soetoro in Jakarta, Indonesië, ging wonen, nam zij haar zoon mee. Maar een crypto-moslim, zoals veertig jaar later wel malicieus werd beweerd, werd Barack Obama daar niet.

In 1971 ging Obama in zijn eentje terug naar zijn grootouders in Honolulu. Hij werd toegelaten tot de elitaire Punahou-school. In zijn eerste week daar vroeg een klasgenoot hem of zijn vader een menseneter was. Hoewel zijn grootouders – ‘Tut’ en ‘Gramps’ – goed voor hem zorgden, was Obama een eenzaam kind. Zelf zou hij daar later over schrijven: ‘Ik werd geteisterd door de voortdurende en verlammende vrees dat ik er op de een of andere manier niet bij hoorde en dat ik, behalve als ik wegdook en deed alsof ik iemand anders was, altijd een buitenstaander zou blijven, terwijl de rest van de wereld, blank en zwart, mij voortdurend monsterde.’

Roestige Honda

Net als zijn halfzuster Maya verlangde Obama ernaar om het vasteland van de Verenigde Staten te leren kennen. Die kans kreeg hij toen hij aan het Occidental College in Los Angeles ging studeren. In 1981 schreef hij zich in aan de Columbia University te New York.

In 1985, twee jaar na zijn afstuderen aan Columbia, reed Obama in een roestige Honda naar Chicago om daar maatschappelijk werk te doen. ‘Babyface Obama’ was destijds geliefd in de Roseland-buurt. ‘Ik heb nooit een betere opleiding gekregen dan daar,’ zei hij toen hij zich in 2007 kandidaat stelde voor het presidentschap. Obama woonde in een eenvoudige kamer in de wijk Hyde Park. Hij had zijn boeken, zijn kat Max en voor een tijdje een vriendinnetje dat bij hem inwoonde.

Na drie jaar ging Obama terug naar de Oostkust om aan Harvard zijn rechtenstudie voort te zetten. Hij werd daar de eerste zwarte hoofdredacteur van de prestigieuze Harvard Law Review. Eenmaal afgestudeerd begon hij in Chicago bij Miner, Barnhill & Galland, een advocatenkantoor gespecialiseerd in sociale advocatuur. In 1989 had hij zijn vrouw Michelle Robinson, ook advocaat, leren kennen. Anders dan Obama was Robinson een klassieke Afro-Amerikaanse.

Wapentuig

Obama maakte zijn entree in de politiek door in 1996 een zetel in het parlement van de staat Illinois te veroveren. Acht jaar later stapte hij over naar de landelijke arena.

Op de Democratische Conventie van 2004 in Boston, waar John Kerry op het schild werd gehesen als presidentskandidaat, mocht Obama de belangrijkste rede houden. Hij deed dat zo goed dat een vrouw met wie hij de volgende dag toevallig in de lift stond, zei dat ze niet kon wachten totdat hij president zou zijn.

Vijf maanden later werd hij met 70 procent van de stemmen gekozen tot Senator van Illinois. Samen met de ervaren Republikein Richard Lugar reisde de jonge Democratische Senator geregeld naar Rusland om de ontmanteling van nucleair wapentuig te inspecteren.

Bij de Democratische voorverkiezingen voor het presidentschap in 2008 moest Obama het onder anderen opnemen tegen Hillary Clinton. Voor het eerst kon een vrouw of een zwarte president worden. Hillary Clinton was veruit favoriet en had in het begin zelfs de steun van de meeste zwarten.

Maar met een uitgekiende campagne, waarin fondsenwerving via internet een grote rol speelde, wist Obama toch het pleit te winnen. In het krijt tegen Senator John McCain uit Arizona prikkelde Obama met zijn roep om verandering de fantasie van de kiezer uiteindelijk meer dan de vroegere marinevlieger, die ooit vijf jaar in Hanoi, Vietnam, gevangen had gezeten.

Oratorisch vuurwerk

Toen Barack en Michelle Obama met hun twee dochters op 20 januari 2009 hun intrede deden in het Witte Huis, zinderden de natie en het buitenland van de hooggespannen verwachtingen. Zelf heeft Obama altijd gewaarschuwd tegen die heilsprog­noses.

In beide Kamers van het Congres beschikten de Democraten aanvankelijk over de meerderheid, na acht jaar Bush likten de Republikeinen hun wonden. Zij kozen voor de harde lijn en waren nauwelijks tot enige vorm van samenwerking met de nieuwe president te bewegen. Deze liet geen oratorisch vuurwerk meer zien; van Amerika inspiratie inblazen, zoals Ronald Reagan had gedaan, was geen sprake. Obama was een verstandelijke en afstandelijke leidsman die het regeren op een haast wetenschappelijke manier benaderde.

Bij Obama’s aantreden verkeerden de Verenigde Staten volop in crisis. Er waren al meer dan twee miljoen banen verdwenen, de banken schudden op hun grondvesten en de huizenmarkt verkeerde in een vrije val. Om het tij te keren, kwam Obama met een stimuleringsprogramma van 800 miljard dollar en ging hij over tot de feitelijke nationalisering van autoproducent General Motors.

Pronkstuk

Dat was iets waarvan Mitt Romney niets wilde weten; zijn vader had deze autofabrikant weer groot gemaakt. Obama’s stimulus voedde de opkomst van de Tea Party, een beweging met weinig samenhang die gekant is tegen bijna elke vorm van overheidsingrijpen. De Tea Party nestelde zich voornamelijk onder de rechtervleugel van de Republikeinen.

Obama slaagde erin het bankwezen, dat zonder overheidsingrijpen te gronde was gegaan, te reguleren. Jammer genoeg liet hij na om Wall Street zo in te tomen dat excessen in de toekomst niet meer kunnen voorkomen.

Het grote pronkstuk van deze president is ongetwijfeld de Affordable Care Act, de wet die de ziektekostenverzekering en tal van andere medische voorzieningen op een nieuwe leest schoeit. Veertig miljoen onverzekerde Amerikanen krijgen nu wel ziektekosten vergoed.

De wet heeft grote voordelen voor mensen die met een reeds bestaande kwaal bij een verzekeraar aankloppen; zij mogen niet langer de deur worden gewezen. Zij die al sinds jaar en dag een ziektekostenverzekering hebben, het merendeel van de Amerikanen, voelen niets voor afgedwongen solidariteit. Zij zien Obamacare, zoals de tamelijk impopulaire wet is gaan heten, als een vorm van dwingelandij van de overheid. Verrassend en verheugend voor de regering keurde het Hooggerechtshof de wet op betaalbare zorg goed, met een kleine uitzondering. De Republikeinen lieten weten dat zij dit toonbeeld van overheidsbemoeienis zo gauw mogelijk zullen terugdraaien.

Drones

Obama maakte een einde aan de Amerikaanse militaire bemoeienis met Irak, maar het eindspel rond de Tigris en de voortdurende strijd in Afghanistan kostten de schatkist zo veel geld dat Obama het begrotingstekort niet halveerde, zoals hij had beloofd, maar verdubbelde.

Na de traumatische oorlogservaringen in Azië werd de president uiterst terughoudend om opnieuw Amerikaanse soldaten ‘de weg van het kwaad’ op te sturen. Dit kwam goed tot uiting in Libië. Obama verliet zich steeds meer op het gebruik van zogenoemde drones, onbemande vliegtuigjes met een dodelijke lading. Hij stelde eigenhandig de doelenlijst vast.

Een eclatant succes was het uitschakelen van Osama bin Laden in Pakistan, een doelwit waarop de speciale eenheden al sinds 2001 aasden. Vicepresident Joe Biden drukte het zo uit: ‘Bin Laden is dood en General Motors leeft.’ Het zou een aardige slogan in de verkiezingscampagne zijn geweest.

Obama rekende definitief af met het don’t-ask-don’t-tell-beleid ten aanzien van homoseksuelen in de krijgsmacht. Dit onder Bill Clinton geformuleerde compromis had altijd een besmuikt karakter gehouden. Daartoe gedwongen door een verspreking van Joe Biden verklaarde Obama zich aan het einde van zijn termijn voorstander van het homohuwelijk.

Matheid

Waarin de president ernstig tekortschoot, was het uitleggen van zijn plannen aan de mensen in het land, om met Hans Wiegel te spreken. De grote redenaar was stilgevallen. Er kwam een zekere matheid over het Witte Huis. Obama straalde vaak een zekere hooghartigheid uit. En dat terwijl de macht van zijn politieke tegenstanders aanzwol. Bij de tussentijdse verkiezingen van 2010 veroverden de Republikeinen met overmacht het Huis van Afgevaardigden, terwijl de Democratische meerderheid in de Senaat slonk.

Het proces van wetgeving stokte steeds meer, nu, anders dan vroeger, onder de Republikeinen vrijwel geen Congreslid met de Democratische president meestemde. De Republikeinse weerzin tegen vier jaar Obama was zo groot, dat zij luidkeels verkondigden er alles aan te zullen doen om Obamacare en de regulering van Wall Street ongedaan te maken – ook in Obama’s tweede termijn.

Dat tekende de verscherping van de verhoudingen: het terugdraaien van de grote werken van de vorige regering is hoogst ongebruikelijk. Van Atlantic City tot Santa Monica klonk het geluid van messen die geslepen werden.

 

Deze biografie is verschenen in het boek Alle 44 Amerikaanse presidenten, waarvan onlangs een zesde en herziene druk is uitgebracht. In het boek biedt Amerika-kenner Rik Kuethe met zijn speelse pen een inzicht in leven en werk van de 44 presidenten. Bestel hier

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.