#Academisch

Europese integratie en de Atlantische Gemeenschap tijdens de Koude Oorlog, 1947-1963

20 januari 2018

Dit promotieonderzoek bestudeert de relatie tussen Europese integratie en de Atlantische Gemeenschap tijdens de beginjaren van de Koude Oorlog.

Lennaert van Heumen MA – Radboud Universiteit, Nijmegen

De geschiedenis van de Koude Oorlog en de geschiedenis van de Europese integratie zijn door historici vaak afzonderlijk bestudeerd, waardoor de sterke interactie en wisselwerking die er zeker aan het begin van de Koude Oorlog was, vaak onderbelicht bleef. Vanwege de Koude Oorlog was het voor de Verenigde Staten van groot belang om een sterke samenwerking tussen de VS en West-Europa te creëren. Dit werd gedaan via de Atlantische Gemeenschap, waarvan de NAVO de belangrijkste institutionele uiting was. De Koude Oorlog zorgde er niet alleen voor dat de VS belang gingen hechten aan deze trans-Atlantische samenwerking, het was voor de Verenigde Staten ook een belangrijke reden om het proces van Europese integratie te stimuleren. Bovendien gingen veel Amerikaanse politici uit van het principe dat Europese integratie zou resulteren in sterkere trans-Atlantische banden, omdat Europese integratie de nationale belangen niet alleen binnen Europa, maar ook tussen Europa en de Verenigde Staten, zou laten convergeren. Voor sommige Europeanen echter, was Europese integratie juist een manier om een onafhankelijkere positie ten opzichte van de VS te bewerkstelligen.

Dit onderzoek gaat in op deze spanning tussen Europese integratie en de Atlantische Gemeenschap tijdens het begin van de Koude Oorlog. Het laat zien hoe de ‘Atlantici’ en ‘Europeanisten’ in zowel de Verenigde Staten als in Europa verdeeld waren over de beste vorm, methode en regio voor politieke samenwerking en hoe zij verschillende ideeën hadden over de relatie tussen een verenigd West-Europa en de Verenigde Staten. Door diverse Amerikaanse en trans-Atlantische netwerken te onderzoeken geeft dit onderzoek inzicht in de verschillende concepten over politieke integratie van zowel Europa als de Atlantische Gemeenschap. Niet alleen de nationale overheden en hun diplomatieke relaties worden onderzocht, maar nadrukkelijk ook verschillende niet-statelijke organisaties en informele netwerken, die in eerdere onderzoeken vaak buiten beschouwing bleven. Hierdoor wordt meer inzicht verkregen in het ontstaan, de ontwikkeling en verspreiding van verschillende ideeën over de toekomst van Europese integratie alsmede hoe de relatie tussen een verenigd Europa en de Verenigde Staten vorm gegeven zou moeten worden. Bovendien benadrukt deze aanpak dat de trans-Atlantische relatie niet alleen bestond uit formele diplomatieke contacten tussen nationale overheden, maar dat ook persoonlijke contacten en netwerken een wederzijds begrip, vertrouwen en ideologische convergentie creëerden die samen een belangrijke basis vormden voor de trans-Atlantische relatie.

Zeker nu de Amerikaanse steun voor beide samenwerkingsvormen minder vanzelfsprekend is en de trans-Atlantische relatie aan herdefiniëring onderhevig is, is deze historische kennis van belang om de huidige relatie tussen de Europese Unie en de trans-Atlantische samenwerking, bijvoorbeeld via de NAVO, beter te begrijpen.

English:

European integration and the early Cold War Atlantic Community, 1947-1963

This PhD research focusses on various American blueprints for the political integration of Europe as well as the Atlantic Community during the early Cold War period, when both communities were in their crucial formative phase. At that time, a part of the political and intellectual elite of Western Europe and the United States considered supranational cooperation the best way to organize interstate relations. This group was, however, divided in so-called Atlanticists and Europeanists who disagreed on the best method and region for cooperation and had different views on the best way to strengthen the deemed crucial relationship between Western Europe and the United States during the early Cold War years. The American anticipation that closer European integration would automatically result in closer Atlantic assimilation and a strengthened trans-Atlantic relationship (which was a crucial argument for the US government to support the European integration movement), quickly turned out to be incorrect and caused a reconsideration on the relationship between the new European Community, the United States and the wider Atlantic Community. Also for Western European countries, and certainly the Netherlands, there was a constant need to find a balance between an Atlantic and European foreign policy outlook. This made the interplay between the European and Atlantic Community an important yet complicated question for contemporaries.

This PhD research incorporates the important yet often overlooked connections between the Cold War Atlantic Community and European integration, arguing that the trans-Atlantic context was of crucial importance to understand the development of the European Community. Moreover, by studying not only national governments and their formal diplomatic relations, but also including numerous private actors and their informal trans-Atlantic networks, this research aims to study various blueprints on Atlantic and European integration that have remained understudied. Including such networks and organizations extends our knowledge of the activities and debates in the public sphere on the crucial questions about the future of postwar Europe and the trans-Atlantic alliance. It also reminds us that the Atlantic Community is not solely about the formal trans-Atlantic relationship of national governments. It is underpinned by a community in which personal contacts and networks fostered and defined the ideology of Atlanticism, which provided the basis for the formal trans-Atlantic alliance. Yet, Atlanticism was not a monolithic ideology. The position of an integrated Europe within the Atlantic Community remained contested.