Inside Hollywood

Interview met Willem Dafoe: ‘Ik ben voor alles in’

Door  Diederik van Hoogstraten - 13 februari 2018

‘Het gaat me niet om geld en roem, maar om nieuwe ervaringen,’ zegt de karakteracteur, die kans maakt op een Oscar.

AmericanDreamersMeld je hier gratis aan voor de Amerika Update, de wekelijkse nieuwsbrief met de laatste ontwikkelingen over de Verenigde Staten. Elke vrijdag in je mailbox.

Het zou een vraag kunnen worden in Triviant: wie speelde Jezus Christus, een tropische vis en een Vietnam-veteraan voordat hij eindelijk een welverdiende Oscar kreeg voor zijn prestaties? Het antwoord is Willem Dafoe, de 62-jarige karakteracteur. Begin maart kan hij worden gelauwerd voor zijn ontroerende en inspirerende rol als Bobby, de goedhartige opzichter van een vervallen flatgebouw, in The Florida Project (2017).

Doe wat je graag doet

Maar ook als Dafoe onverhoopt geen prijs krijgt voor zijn aangrijpende spel, dan nog verdient hij een ereplaats in de annalen van het amusement. Veel acteurs werken onophoudelijk en hard, maar ze verbleken naast Dafoe. Hij maakt drie tot vier films per jaar en speelde meer dan honderd filmrollen.

Onvermoeibaar doet hij grote drama’s (Jezus in The Last Temptation of Christ), stemmen in kinderfilms (Gill in Finding Nemo), oorlogsfilms (sergeant Elias in Platoon), voice-overs voor documentaires (zoals Fukushima: A Nuclear Story) en historische drama’s (Vincent van Gogh in At Eternity’s Gate, die later dit jaar uitkomt). Twee keer werd hij genomineerd voor een Oscar, twee keer voor een Golden Globe.

Doe wat je graag doet en je hoeft geen dag te werken. Dat motto past Dafoe, legt hij uit tijdens een gesprek in Los Angeles. ‘Ik ben geen carrièreman. Ik zoek naar mooie scripts, nieuwe mogelijkheden om dingen te proberen. Het gaat me niet om geld en roem, maar om nieuwe ervaringen.’

Inside HollywoodDiederik van Hoogstraten (1969) is lid van de Hollywood Foreign Press Association in Hollywood en stemt voor de Golden Globes. Hij bespreekt op deze plek elke week nieuwe films en series.

Diederik van Hoogstraten met Willem Dafoe
Diederik van Hoogstraten met Willem Dafoe

Ik ben voor alles in

De regisseurs en castingbureaus die dit beseffen, benaderen Dafoe voor alle mogelijke rollen. Van dure megaproducties zoals John Wick (met Keanu Reeves) tot en met The Florida Project: een prachtig portret van in armoede ploeterende gezinnen aan de rafelranden van het zonnige Florida. Het budget was 2 miljoen dollar, een schijntje, en de kindacteurs hadden nog nooit geacteerd.

Regisseur Sean Baker ‘was verbaasd toen ik ja zei,’ zegt Dafoe. ‘Ja, het scenario is sterk, maar toch, dat ik zin had in een marginaal project met kinderen in een nogal grimmige, vuile werkomgeving met een minuscuul budget.’ Dafoe haalt zijn schouders op. ‘I’m always game,’ zo verklaart hij kortweg zijn filosofie: ik ben voor alles in.

Succesvolle bijdrage

Dafoe is vriendelijk en bescheiden, zoals geen andere Hollywood-acteur met zijn staat van dienst. Hij lijkt niet te zijn besmet, of zelfs geraakt, door de effecten van roem en isolatie in de Hollywood-bubbel. ‘Als je in de jaren vijftig bent opgegroeid in een conservatief arbeidersplaatsje leer je wel respect te hebben voor ouderen, minderbedeelden, kerk en gezin,’ legt hij uit. Dafoe had twee broers en vijf zussen. Beide ouders werkten hard. Het gezin was niet arm, maar had het ook niet ruim. De bekrompenheid van zijn geboortestreek in Wisconsin, midden in Amerika, dreef hem uiteindelijk weg. ‘Je wist dat er een grotere wereld moest zijn.’

Nadat hij naam had gemaakt als theateracteur ontdekten filmregisseurs dat zijn karakteristieke kop het uitstekend deed op camera. Met kwaliteitsfilms als To Live and Die in L.A. en Platoon brak hij door bij het grote publiek. Honderd films later is hij in de positie dat hij een kleine alternatieve film als The Florida Project kan dragen. Zonder zijn medewerking zou deze parel waarschijnlijk nooit een hit in het filmhuiscircuit zijn geworden.

The Florida Project

Rauwe armoede wordt maar zelden zo eerlijk en direct getoond als in deze film, en wordt zeker niet gezien door de ogen van een groepje zwervende, spelende, streken uithalende kinderen. Met een beklemmend soort hyper-realisme en ‘echte’ bewoners in plaats van professionele acteurs lijkt The Florida Project soms op een documentaire. De film voelt hybride, ergens tussen drama en docu.

Toen hij het scenario las, besloot Dafoe direct om mee te doen, óók omdat hij aandacht wilde voor het lot van ‘minder gelukkigen’ zoals de kinderen en hun meestal alleenstaande, vaak werkloze of verslaafde ouders. ‘Ik ben erbij gehaald als degene met ervaring. Mijn enige ambitie was om op te gaan in de groep.’

Hij denkt even na, grijnst dan met zijn hele gezicht. ‘Eigenlijk is dat altijd mijn ambitie. Om er zo in op te gaan dat je vergeet dat je acteur bent. Ik wilde per se geen linkse film maken, zo van “oh, kijk nou toch, die arme mensen!” Nee, het is een eerlijke mix van realiteit en spel, want de echte bewoners hielpen ons, ze waren erbij, ze keken toe terwijl we een film over hen maakten. Dat houdt je scherp: je kunt dan de waarheid niet uit het oog verliezen.’

The Florida Project draait sinds kort in de bioscoop.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.