Box 3

Meer spaargeld vrij van belasting in box 3

Door Richard van Boven - 10 oktober 2017

Het nieuwe kabinet wil het vrijgestelde deel van het vermogen verhogen tot 30.000 euro. Dit komt bij de eerder al bekend geworden veranderingen in de heffing in box 3. Wat gaat er precies veranderen?

In deze kabinetsperiode wordt een heffing naar het werkelijk behaalde rendement op vermogen uitgewerkt, beloven de nieuwe coalitiepartners. Er wordt tot die tijd volstaan met een aanpassing van de huidige fictieve heffing op vermogen. Voor het fictief rendement op spaargeld wordt voortaan meer aangesloten bij de daadwerkelijke spaarrente.

Het rendementspercentage voor spaargeld in 2018 is inmiddels bekend, en wordt besproken in de update Belasting spaargeld in 2018 nog meer omlaag.

Heffingvrij vermogen

Nieuw!
Meld u hier gratis aan voor de Elsevier Weekblad Belasting Update, de gratis wekelijkse nieuwsbrief met het laatste fiscale nieuws, analyses, achtergronden en commentaren. Elke vrijdag in uw digitale brievenbus.

Op dit moment hoeft er over de eerste 25.000 euro van het vermogen geen box 3-heffing te worden betaald. Dit ‘heffingvrij vermogen’ is voor 2018 verhoogd naar 30.000 euro om de mensen met een kleiner vermogen te ontzien. Daardoor valt een vermogen tot en met 105.000 euro nog onder het laagste fictieve rendement.

Rendementspercentages

In box 3 worden er voor spaargeld en beleggingen verschillende rendementspercentages gebruikt, die elk jaar opnieuw worden vastgesteld. Het vermogen wordt verdeeld over drie vermogensschijven, die elk een andere verdeling tussen spaargeld en beleggingen hanteren.

Het kabinet wil voor het rendement op spaargeld gaan kijken naar renten van maximaal anderhalf jaar voor het belastingjaar. Er zou dan voor de box 3-heffing in 2018 worden gekeken naar de rente tussen juli 2016 en juni 2017. Dit zou betekenen dat de eerder aangekondigde rendementspercentages voor spaargeld weer wijzigen, maar deze zijn nog niet bekend. Waarschijnlijk komt het percentage ongeveer op 0,30 procent uit.

Om de aanpassingen toch een beetje te kunnen duiden, wordt hieronder nog gerekend met de percentages die nu bekend zijn.

Gevolgen wijzigingen 2018 en 2019

De effectieve box 3-heffing voor 2017, 2018 en 2019 kunt u, met wat toelichting, vinden in ons eerdere bericht Vermogen wordt in 2018 iets minder belast. Hierbij een herberekening van de voorbeelden rekeninghoudend met het hogere heffingvrij vermogen.

In 2017 valt een vermogen van 105.000 euro – na aftrek van het heffingvrij vermogen – voor 75.000 euro in de eerste schijf, en voor 5.000 euro in de tweede schijf. Bij de aangifte over 2017 wordt er 645 euro (eerste schijf) plus 69 euro (tweede schijf) = 714 euro belasting betaald. Voor 2018 en 2019 valt het gehele belastbare vermogen in de eerste schijf. De heffing daalt in 2018 naar 592 euro, voor 2019 zou de heffing 532 euro gaan bedragen.

In 2017 valt een vermogen van 150.000 euro voor 75.000 euro in de eerste schijf, en voor 50.000 euro in de tweede schijf. De heffing voor 2017 is dan 1.335 euro (645 euro + 1,38 procent over 50.000 euro). Vanaf 2018 valt er slechts 45.000 euro in de tweede schijf. De heffing daalt in 2018 naar 1.204 euro, voor 2019 zou de heffing 1.126 euro gaan bedragen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.