Box 3

Spaargeld in 2018 nog wat minder zwaar belast

Door Richard van Boven - 02 november 2017

De belasting op spaargeld gaat volgend jaar verder omlaag. Het totale voordeel kan daardoor oplopen tot een paar honderd euro. Vanaf 2018 wordt gerekend met een lager fictief spaarrendement, dat beter aansluit bij de werkelijke rente.

Bronnen in Den Haag bevestigen dat het fictieve rendement voor 2018 wordt vastgesteld op 0,35 procent, ongeveer een vijfde van het huidige percentage.

Wij rekenen u voor wat deze verlaging, in combinatie met de eerder al bekende en door ons gemelde aanpassingen, u gaat opleveren.

Voor de box 3-heffing wordt immers ook gerekend met een fictief rendement op beleggingen, en dit blijft ruim 5,3 procent. Hoe hoger het vermogen, hoe minder u van de extra verlaging profiteert.

Let op! Waarschijnlijk gaat de heffing in 2019 al weer omhoog, lees Nare verrassing: heffing op spaargeld stijgt vanaf 2019.

Heffingvrij vermogen

Op dit moment hoeft er over de eerste 25.000 euro van het vermogen geen box 3-heffing te worden betaald. Dit ‘heffingvrij vermogen’ wordt volgend jaar verhoogd naar 30.000 euro om de mensen met een kleiner vermogen te ontzien. Daardoor valt in 2018 een vermogen tot en met 105.000 euro nog onder het laagste fictieve rendement.

Nieuw!
Meld u hier gratis aan voor de Elsevier Weekblad Belasting Update, de gratis wekelijkse nieuwsbrief met het laatste fiscale nieuws, analyses, achtergronden en commentaren. Elke vrijdag in uw digitale brievenbus.

Rendementspercentages

In box 3 worden er voor spaargeld en beleggingen verschillende rendementspercentages gebruikt, die elk jaar opnieuw worden vastgesteld.

Het vermogen wordt verdeeld over drie vermogensschijven, die elk een andere verdeling tussen spaargeld en beleggingen hanteren.

Vermogens tot 100.000 euro worden geacht voor 67 procent uit spaargeld te bestaan, en vermogens tussen 100.000 en 1 miljoen euro voor slechts 21 procent. Volgens de fiscus bestaan vermogens vanaf 1 miljoen euro volledig uit beleggingen.

Fictieve rendementen

Het nieuwe kabinet heeft besloten dat er voor het fictief rendement op spaargeld voortaan wordt aangesloten bij de rentes van maximaal anderhalf jaar vóór het belastingjaar.

Voor de box 3-heffing in 2018 wordt gekeken naar de rente tussen juli 2016 en juni 2017. Volgens bronnen in Den Haag is deze rente 0,35 procent. Het ziet er naar uit dat de rente op kortlopende deposito’s is gebruikt.

De fictieve rendementen voor beleggingen zijn al bekendgemaakt in een overleg met de Kamer op 14 april 2017. Het beleggingsdeel wordt in 2018 geacht een rendement van 5,38 procent te kunnen opleveren, en in 2019 wordt het rendementspercentage waarschijnlijk naar 5,33 procent verlaagd.

In 2017 wordt er voor het spaargelddeel nog een rendement van 1,63 procent berekend, het beleggingsdeel wordt geacht een rendement van 5,39 procent te kunnen opleveren.

Wij hebben de nieuwe fictieve heffingen even vergeleken met de huidige heffing, waarbij wij voor 2019 zijn uitgegaan van een geschatte spaarrente van 0,20 procent.

Effectieve heffing 2017

  • Eerste schijf: ((1,63 x 0,67) + (5,39 x 0,33)) x 0,30 = 0,86 procent.
  • Tweede schijf: ((1,63 x 0,21) + (5,39 x 0,79)) x 0,30 = 1,38 procent.
  • Derde schijf: 5,39 x 0,30 = 1,62 procent.

Effectieve heffing 2018

  • Eerste schijf: ((0,35 x 0,67) + (5,38 x 0,33)) x 0,30 = 0,60 procent.
  • Tweede schijf: ((0,35 x 0,21) + (5,38 x 0,79)) x 0,30 = 1,30 procent.
  • Derde schijf: 5,38 x 0,30 = 1,61 procent.

Effectieve heffing 2019 (staat nog niet vast)

  • Eerste schijf: ((0,20 x 0,67) + (5,33 x 0,33)) x 0,30 = 0,57 procent.
  • Tweede schijf: ((0,20 x 0,21) + (5,33 x 0,79)) x 0,30 = 1,28 procent.
  • Derde schijf: 5,33 x 0,30 = 1,60 procent.

Gevolgen wijzigingen 2018 en 2019

In 2017 valt een vermogen van 105.000 euro – na aftrek van het heffingvrij vermogen – voor 75.000 euro in de eerste schijf, en voor 5.000 euro in de tweede schijf. Bij de aangifte over 2017 wordt er 645 euro (eerste schijf) plus 69 euro (tweede schijf) = 714 euro belasting betaald. Voor 2018 en 2019 valt het gehele belastbare vermogen in de eerste schijf. De heffing daalt in 2018 naar 450 euro, voor 2019 zou de heffing 427 euro gaan bedragen.

In 2017 valt een vermogen van 150.000 euro voor 75.000 euro in de eerste schijf, en voor 50.000 euro in de tweede schijf. De heffing voor 2017 is dan 1.335 euro (645 euro + 1,38 procent over 50.000 euro). Vanaf 2018 valt er slechts 45.000 euro in de tweede schijf. De heffing daalt in 2018 naar 1.035 euro, voor 2019 zou de heffing 1.003 euro gaan bedragen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.