Belastingen

Nare verrassing: heffing op spaargeld stijgt vanaf 2019

Door Richard van Boven - 06 november 2017

De belasting op spaargeld gaat volgend jaar omlaag, maar vanaf 2019 stijgt de heffing weer snel. Dit blijkt uit de nieuwste informatie van het ministerie van Financiën.

Afgelopen vrijdag is een tweede wijziging op het Belastingplan 2018 naar de Kamer gestuurd. Hiermee wordt een deel van het Regeerakkoord 2017 verwerkt in het Belastingplan, zodat die maatregelen vanaf 2018 kunnen gaan gelden.

Het fictief rendement op spaargeld wordt voortaan vastgesteld op basis van de rentes van maximaal anderhalf jaar vóór het belastingjaar. Voor 2018 komt het rendement uit op 0,36 procent (eerder was nog sprake van 0,35 procent), maar voor 2019 stijgt het fictief rendement waarschijnlijk naar 0,66 procent.

Nieuw!
Meld u hier gratis aan voor de Elsevier Weekblad Belasting Update, de gratis wekelijkse nieuwsbrief met het laatste fiscale nieuws, analyses, achtergronden en commentaren. Elke vrijdag in uw digitale brievenbus.

Update box 3-heffing

Het systeem van de box 3-heffing is in eerdere stukken, zoals Spaargeld in 2018 nog wat minder zwaar belast, al uitvoerig toegelicht. We volstaan daarom met een overzicht van de nieuwste fictieve rendementen, en de gevolgen voor de box 3-heffing in 2019 en 2020.

Voor 2018 daalt het fictief rendement op spaargeld naar 0,36 procent, het fictief rendement op beleggingen wordt 5,38 procent.

Op basis van schattingen van het Centraal Planbureau (CPB) stijgt in 2019 en 2020 niet alleen het fictief spaarrendement (naar 0,66 respectievelijk 0,84 procent), maar ook het fictief beleggingsrendement (naar 5,42 procent). Voor 2021 zou het fictief spaarrendement uitkomen op 1,16 procent en 5,38 procent.

Fictieve rendementen

In 2017 wordt voor het spaargelddeel nog een rendement van 1,63 procent berekend, het beleggingsdeel wordt geacht een rendement van 5,39 procent te kunnen opleveren.

Wij hebben de nieuwe fictieve heffingen vergeleken met de huidige heffing. De percentages voor 2019 en 2020 zijn gebaseerd op prognoses van het CPB.

Effectieve heffing 2017

  • Eerste schijf: ((1,63 x 0,67) + (5,39 x 0,33)) x 0,30 = 0,86 procent.
  • Tweede schijf: ((1,63 x 0,21) + (5,39 x 0,79)) x 0,30 = 1,38 procent.
  • Derde schijf: 5,39 x 0,30 = 1,62 procent.

Effectieve heffing 2018

  • Eerste schijf: ((0,36 x 0,67) + (5,38 x 0,33)) x 0,30 = 0,61 procent.
  • Tweede schijf: ((0,36 x 0,21) + (5,38 x 0,79)) x 0,30 = 1,30 procent.
  • Derde schijf: 5,38 x 0,30 = 1,61 procent.

Effectieve heffing 2019 (staat nog niet vast)

  • Eerste schijf: ((0,66 x 0,67) + (5,42 x 0,33)) x 0,30 = 0,67 procent.
  • Tweede schijf: ((0,66 x 0,21) + (5,42 x 0,79)) x 0,30 = 1,33 procent.
  • Derde schijf: 5,42 x 0,30 = 1,63 procent.

Effectieve heffing 2020 (staat nog niet vast)

  • Eerste schijf: ((0,84 x 0,67) + (5,42 x 0,33)) x 0,30 = 0,71 procent.
  • Tweede schijf: ((0,84 x 0,21) + (5,42 x 0,79)) x 0,30 = 1,34 procent.
  • Derde schijf: 5,42 x 0,30 = 1,63 procent.

Gevolgen wijzigingen 2018, 2019 en 2020

In 2017 valt een vermogen van 105.000 euro – na aftrek van het heffingvrij vermogen – voor 75.000 euro in de eerste schijf, en voor 5.000 euro in de tweede schijf. Bij de aangifte over 2017 wordt er 645 euro (eerste schijf) plus 69 euro (tweede schijf) = 714 euro belasting betaald. Vanaf 2018 valt het gehele belastbare vermogen in de eerste schijf. De box 3-heffing daalt in 2018 naar 457 euro, voor 2019 en 2020 zou de heffing weer stijgen naar 502 respectievelijk 532 euro.

In 2017 valt een vermogen van 150.000 euro voor 75.000 euro in de eerste schijf, en voor 50.000 euro in de tweede schijf. De heffing voor 2017 is dan 1.335 euro (645 euro + 1,38 procent over 50.000 euro). Vanaf 2018 valt er slechts 45.000 euro in de tweede schijf. De heffing daalt in 2018 naar 1.042 euro. Voor 2019 en 2020 zou de heffing stijgen naar 1.100 respectievelijk 1.135 euro.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren
Bij het plaatsen van een reactie geldt een aantal voorwaarden. Klik hier voor de voorwaarden.