Navordering

Omstreden navorderingsregel blijft bestaan

Door Richard van Boven - 02 januari 2018

De regels om belasting na te vorderen worden niet vereenvoudigd. Het kabinet denkt dat een aanpassing jaren duurt, en bovendien te veel geld gaat kosten. Er wordt ingezet op verdere automatisering.

Meld u hier gratis aan voor de Elsevier Weekblad Belasting Update, de wekelijkse nieuwsbrief met het laatste fiscale nieuws, analyses, achtergronden en commentaren. Elke vrijdag in uw postvak.

De vereenvoudiging is opgenomen in het wetsvoorstel Wet vereenvoudiging formeel verkeer Belastingdienst, dit wetsvoorstel wordt ingetrokken.

Volgens het wetsvoorstel kon een belastingplichtige vragen om een herziening van de aanslag, in plaats daarvan komt er een mogelijkheid om de aangifte inkomstenbelasting aan te vullen.

Drie vereenvoudigingen

De herzieningsmogelijkheid was slechts één van de drie pijlers van het wetsvoorstel. Andere pijlers waren meer digitale communicatie met de Belastingdienst (de Berichtenbox), en een beperking van de navorderingsmogelijkheden voor de fiscus.

Berichtenbox

Eind 2014 werd al besloten om het wetsvoorstel te splitsen, zodat de Berichtenbox eerder kon worden ingevoerd. Vanaf 1 november 2015 is digitale communicatie de maatstaf geworden. Als overgangsmaatregel stuurt de Belastingdienst voorlopig nog steeds de meeste informatie ook op papier.

Ruim 71.000 mensen kunnen of willen geen digitale post ontvangen, en miljoenen mensen maken geen gebruik van hun Berichtenbox.

Wetsvoorstel

Het wetsvoorstel is begin mei 2015, ondanks de belangrijke aanpassingen die hierin zijn opgenomen, helemaal tot stilstand gekomen.

Nu wordt het ingetrokken, terwijl er maar voor de helft van de noodzakelijke maatregelen een mogelijke oplossing is gevonden.

Geen aanpassing navorderingsregels

Volgens het wetsvoorstel zou er eindelijk iets worden gedaan aan de ‘fictieve kenbare fout’. Deze op 1 januari 2010 ingevoerde navorderingsregel heeft in de praktijk allerlei ongewenste gevolgen.

Ook zouden de navorderingstermijnen worden aangepast, met drie jaar als hoofdregel in plaats van de huidige vijf jaar.

De kenbare fout

Een opgelegde aanslag kan slechts onder bepaalde omstandigheden worden aangepast, omdat de fiscus verplicht is de aangifte goed te bekijken.

Als de fiscus binnen vijf jaar na het belastingjaar informatie krijgt waarvan hij niet op de hoogte kon zijn, dan kan hij belasting navorderen. Een andere uitzondering is de ‘kenbare fout’, hiervan is sprake als de belastingplichtige redelijkerwijs kon weten dat de aanslag door een fout niet klopte.

Vanaf 2010 is er altijd sprake van een kenbare fout als de aanslag 30 procent te laag is, de navorderingstermijn is voor die situatie wel beperkt tot twee jaar. Deze aanpassing is doorgevoerd nadat een belastingplichtige door een ‘foutje’ in zijn aangifte ruim 3 miljoen euro hypotheekrenteaftrek kon claimen, en navordering niet mogelijk was.

In de afgelopen zeven jaar zijn ook goedwillende belastingplichtigen slachtoffer geworden van deze fictie. Zelfs een ondernemer die meermaals tevergeefs meldde dat de aanslag niet klopte, ontkwam niet aan een navorderingsaanslag.

Zowel de kenbare fout als de 30 procent-fictie zou worden vervangen door een meer algemene regel. De inspecteur moest dan aantonen dat de belastingplichtige wist of kon weten dat de aanslag onjuist was. Er kon dan ook worden nagevorderd als er geen sprake was van een fout, maar belastingplichtigen waren in elk geval van de fictie af.

Aanpassing navorderingstermijn

In het wetsvoorstel werd rekening gehouden met grootschalige fouten door automatiseringsproblemen. De fiscus zou de hierdoor verkeerd vastgestelde aanslagen binnen zes maanden kunnen corrigeren, daarna was navordering van de belasting niet meer mogelijk.

De nieuwe navorderingstermijn van drie jaar zou beginnen te lopen vanaf het moment dat de fiscus de aangifte heeft ontvangen, en uiterlijk vanaf het einde van het belastingjaar. Voor veel mensen kon de navorderingstermijn dan 21 maanden korter worden.

Volgens het wetsvoorstel zou de fiscus ook in buitenlandsituaties binnen drie jaar een navorderingsaanslag moeten opleggen. Als er sprake was van opzet (zogenoemde ‘kwade trouw’), dan zou er altijd een termijn van 12 jaar gelden. Ook voor binnenlandsituaties ging een termijn van 12 jaar gelden bij kwade trouw.

Een laatste belangrijke aanpassing die nu alsnog sneuvelt, is de verplichting om bij aanwezigheid van kwade trouw een navorderingsaanslag ‘voortvarend’ vast te stellen. De fiscus moest bij voldoende informatie of aanwijzingen binnen twee jaar de navorderingsaanslag opleggen, verlenging kon alleen in bijzondere gevallen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.