thuiszorg

Student gewoon belast voor pgb-betalingen van broer

Door Richard van Boven - 08 maart 2018

Een thuiswonende student ontvangt 3.480 euro uit het persoonsgebonden budget (pgb) van haar broer, maar geeft dit bedrag niet op aan de fiscus. Voor in 2012 gemaakte studiekosten claimt zij een aftrek van 2.376 euro.

Meld u hier gratis aan voor de Elsevier Weekblad Belasting Update, de wekelijkse nieuwsbrief met het laatste fiscale nieuws, analyses, achtergronden en commentaren. Elke vrijdag in uw postvak.

De inspecteur belast de 3.480 euro als ‘resultaat uit overige werkzaamheden’. Hij weigert de aftrek van de scholingsuitgaven omdat er recht bestaat op studiefinanciering.

Volgens de student zijn de ontvangen bedragen niet belast, omdat de betalingen binnen de familie plaatsvonden. Zij stelt verder dat een deel van de werkelijke studiekosten aftrekbaar zijn.

Pgb-betalingen zijn altijd belast

Hof Arnhem-Leeuwarden bevestigt echter dat het niet uitmaakt of iemand met een pgb ‘zorg inkoopt’ bij een familielid, de ontvanger moet deze inkomsten altijd opgeven. De inspecteur heeft de betalingen terecht aangemerkt als belaste bijverdiensten.

Als de inkomsten kunnen worden belast, dan is het ook mogelijk om kosten in aftrek te brengen. De student kan echter niet overtuigend bewijzen dat zij kosten heeft gemaakt voor de verzorging van haar broer. Zij kan zelfs niet aangeven waarvoor zij de bedragen heeft ontvangen, en welke werkzaamheden zij moest verrichten.

De inspecteur heeft nog tevergeefs geprobeerd om met de student een compromis te sluiten. Hierbij was ook een mogelijke toepassing van de ‘terbeschikkingstellingsvrijstelling’ besproken, waardoor 12 procent van de inkomsten zou zijn vrijgesteld.

Het Hof kent de vrijstelling niet toe omdat die is bedoeld voor andere werkzaamheden en niet voor bijverdiensten. De student kan de vrijstelling daarom alleen claimen als het compromis ook daadwerkelijk tot stand was gekomen.

Studiekosten zijn wel tegen vaste bedragen aftrekbaar

Tot 2013 bestond een speciale aftrekmogelijkheid voor gemaakte scholingsuitgaven. Er gold een vaste aftrek voor elke maand dat er recht bestond op studiefinanciering, de hoogte was afhankelijk van de gevolgde opleiding.

De student had vanaf 1 oktober 2012 geen recht meer op de basisbeurs, maar kon  wel een lening krijgen en een studenten ov-kaart. Zij wil vanaf die datum de werkelijke studiekosten aftrekken, maar ook voor die periode gelden de vaste aftrekbedragen. Het Hof stelt de aftrekbare studiekosten vast op 1.080 euro in plaats van de geclaimde 2.376 euro.

Toch een bezwaarkostenvergoeding

Bezoek ook onze pagina voor de belastingaangifte over 2017

De kosten voor het aantekenen van bezwaar worden alleen vergoed als er al in het bezwaarschrift om een bezwaarkostenvergoeding is gevraagd.

Als iemand pas voor de rechter vraagt om een dergelijke vergoeding, dan wordt die geweigerd. Hij kan alleen nog vragen om een kostenvergoeding voor het aantekenen van (hoger) beroep.

In het bezwaarschrift van de student staat “Opmerking: Bij verder procederen vraag ik om een bezwaarkostenvergoeding”. Volgens het Hof is dit voldoende om (ook) een vergoeding te krijgen voor de bezwaarfase. Het maakt niet uit dat er blijkbaar van een vergoeding werd afgezien als het bezwaar werd toegekend.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.