Opinie

Bizarre regels maken adviseren steeds lastiger

Door Gastauteur - 08 juni 2018

Dat ons belastingsysteem ingewikkeld is algemeen bekend. En door het complexe systeem is adviseren ook steeds lastiger. Een gastbijdrage van Henk Bluemink aan de hand van een praktijkvoorbeeld.

  • Meneer A is 40 en werkt bij een werkgever die geen pensioenregeling heeft, werknemers moeten zelf voor hun pensioen sparen.
  • A komt met zijn werkgever overeen dat zijn dienstbetrekking na 10 jaar beëindigd wordt en met ontslagvergoeding krijgt A in het betreffende jaar een inkomen van 200.000 euro.
  • Na deze baan gaat A in dienst bij een andere werkgever waar hij 45.000 euro verdient.
  • A heeft 20.000 euro netto over om in zijn pensioensparen te storten en vraagt zijn adviseur in welk jaar de aftrek het meeste oplevert.

Nu zou ieder logisch denkend mens denken dat aftrek in het jaar met 180.000 euro inkomen het meeste oplevert. Maar dat is te simpel gedacht. De verrassende uitkomst is dat een aftrek van tweemaal 10.000 euro in de jaren na het hoge inkomen meer oplevert.

Hoe kan dat in hemelsnaam?

Dat komt omdat in deze situatie wordt gemiddeld, namelijk met het jaar met het hoge inkomen en met de twee jaren erna met het lage inkomen.

Zijn totale inkomen over drie jaar is 200.000 euro plus tweemaal 45.000 euro is samen  290.000 euro. Daar gaat 20.000 vanaf, en resteert 270.000 ofwel voor de middeling 90.000 euro per jaar. Ofwel na middeling valt de aftrekpost voor pensioen altijd in het afgeronde 52 procent tarief.

Dus het maakt niet uit in welk jaar de pensioenpremie wordt betaald qua tarief.
Maar wel voor de algemene heffingskorting! In het jaar van het hoge inkomen heeft het geen enkele invloed, immers boven de 124.000 euro is deze korting nul. Dus ook bij 180.000 of 200.000 euro, maakt niet uit.

Maar bij betaling in de jaren met 45.000 euro inkomen levert de 10.000 euro per jaar 3,6 stijging van de algemene heffingskorting op. Ofwel door het te spreiden over twee jaar schelt dit netto twee maal 360 is 720 euro.

Daarmee zijn we er nog niet.

  • Want A’s partner werkt en verdient bruto 15.000 euro.
  • Voor de twee kinderen krijgen ze kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget.

In het jaar met het hoge inkomen is kindgebonden budget nul en kinderopvangtoeslag minimaal, voor de laatste toeslag maakt het niet uit of het inkomen 180.000 of 200.000 euro is.

In de jaren daarop scheelt het des te meer! 10.000 euro aftrek levert daar op jaarbasis 1.320 meer kinderopvangtoeslag op en 192 euro kindgebonden budget.

Dit systeem snel veranderen

Samenvattend: na middeling levert 10.000 euro aftrek in het jaar met hoge inkomen 52 procent op. In de jaren met lage inkomen dus 52 procent belasting, 3,6 procent algemene heffingskorting, 13,2 procent kinderopvangtoeslag en 1,92 kindgebonden budget. Totaal dus een aftrek lees opbrengst van afgerond 70,7 procent.

Betaling in de twee jaren met laagste inkomens is dus 18,7 procent ofwel 1.870 per jaar ofwel 3.740 euro netto totaal!

Ook hier blijkt (net als de BV bij zelfstandigenaftrek en bij bijstandsmoeder/vader) dat er geen enkele maar dan ook geen enkele logische samenhang is tussen inkomstenbelasting en toeslagen.

Snel veranderen dus dit totaal ontspoorde systeem, maar daar zal de staatssecretaris het wel weer niet mee eens zijn.