partnervrijstelling

Absurde belastingzaken – Bijzonder trouwen is duur

Door Richard van Boven - 25 oktober 2018

Een paar is jaren geleden ‘op singuliere wijze’ in het huwelijk getreden, woont sindsdien samen en beschikt ook over een gezamenlijk graf. Het bijzondere huwelijk kost uiteindelijk echter ruim 324.000 euro aan extra erfbelasting als een van hen overlijdt.

Meld u hier gratis aan voor de Elsevier Weekblad Belasting Update, de wekelijkse nieuwsbrief met het laatste fiscale nieuws, analyses, achtergronden en commentaren. Elke vrijdag in uw postvak.

De echtgenoten staan niet op hetzelfde adres ingeschreven, de echtgenote (en enig erfgenaam) woont officieel zelfs in Zwitserland. Ook het ontbreken van een gezamenlijke inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP), of een vergelijkbare buitenlandse registratie, breekt haar op.

Het probleem zit hem in het fiscale partnerbegrip dat vanaf 2010 geldt voor alle belastingen en de toeslagen. De echtgenote moet daardoor veel meer erfbelasting betalen over haar nalatenschap van bijna 1 miljoen euro.

Bewijs van een gesloten huwelijk is zeer nauw omschreven

Gehuwden zijn voor de erfbelasting per definitie partners en kunnen dus een beroep doen op de partnervrijstelling (op dit moment 643.194 euro). Zij vallen als partners ook onder de laagste belastingtarieven van 10 procent (belaste verkrijging tot 123.248 euro in 2018) en 20 procent (resterende deel van de verkrijging).

In het Burgerlijk Wetboek (BW) staat heel precies omschreven wanneer er sprake is van een huwelijk. De echtgenoten moeten het huwelijk en de bijbehorende verplichtingen accepteren voor een ambtenaar van de burgerlijke stand, en er moeten getuigen zijn. Een huwelijk moet zijn vastgelegd in een huwelijksakte of een akte van omzetting (van een geregistreerd partnerschap).

De echtgenote heeft geen huwelijksakte of een akte van omzetting, waardoor er volgens het BW geen huwelijk is gesloten. Er is wel ander bewijs van het huwelijk, de alternatieve huwelijksceremonie is namelijk opgenomen.

Ook dit beeldmateriaal helpt de vrouw echter niet bij de rechtbank en Hof Den Bosch (hoger beroep). Het is weliswaar mogelijk om het bestaan van een huwelijk te bewijzen met getuigen en andere documenten, maar niet in dit geval. Die mogelijkheid is alleen bedoeld voor de situatie waarin er iets is misgegaan met de inschrijving van de officiële huwelijksakte.

Ongehuwd samenwonenden zijn nu alleen in bepaalde gevallen partners

Het partnerbegrip voor het successierecht (tegenwoordig de erfbelasting) was tot 2010 ruimer omschreven. Ongehuwd samenwonenden waren ook partners als zij minstens 5 jaar een ‘gemeenschappelijke huishouding’ hadden gevoerd. Het stel voldeed aan deze eis, onder de oude regels waren de echtgenoten dus partners.

Vanaf 2010 zijn ongehuwd samenwonenden alleen partners als zij aan meerdere voorwaarden voldoen, waaronder een inschrijving op hetzelfde woonadres. Deze gezamenlijke inschrijving ontbrak op het moment dat de (civielrechtelijke) partner van de vrouw overleed.

De vrouw stelt voor Hof Den Bosch tevergeefs zij nog steeds recht heeft op de belastingfaciliteiten voor partners. Volgens het Hof is er terecht afgezien van een overgangsregeling voor haar situatie.

Het Hof vindt niet dat de nieuwe regels in strijd zijn met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

De gezamenlijke inschrijving op hetzelfde woonadres is makkelijk te toetsen voor de fiscus. En alle burgers weten door het stellen van deze eis meteen waar zij aan toe zijn.

Volgens het Hof is er ook geen sprake van een buitensporige heffing over de nalatenschap, namelijk 38,7 procent. Als de vrouw wel als een partner kon worden aangemerkt was overigens maar 6,3 procent geheven over de bijna 1 miljoen euro.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.