Michiel Spanjers

Kansloos en kostbaar: fiscale innovatieregelingen

Door Michiel Spanjers - 17 november 2017

De mens is een ondernemend en vernieuwend beestje. De voorloper van de huidige Homo Sapiens ging rechtop lopen in plaats van op handen en voeten. Het moet toch een soort prematuur Eureka-momentje zijn geweest: ‘Zo, dat is handig!’

Al gauw volgde het gebruik van stenen gereedschap en de ontdekking van vuur. En het zo ging het verder. Meer recent: elektriciteit, penicilline, DNA-structuur, internet, en ik vergeet vast nog talrijke baanbrekende vindingen.

NIEUW!

Meld u hier gratis aan voor de Elsevier Weekblad Belasting Update, de wekelijkse nieuwsbrief met het laatste fiscale nieuws, analyses, achtergronden en commentaren. Elke vrijdag in uw postvak.

Hip

Tegenwoordig noemen wij uitvindingen innovatie. Of het baanbrekend of nietszeggend is, maakt daarbij niet zoveel uit. Innovatie is hip.

Zo hip, dat in het recente regeerakkoord met de titel ‘Vertrouwen in de toekomst’ maar liefst 60 keer het woord ‘innovatie’ voorkomt. Ter vergelijking: de woorden ‘vertrouwen’ en ‘toekomst’ komen slechts 7 respectievelijk 31 keer voor.

Belastingvrij personeel

Ook ons belastingstelsel is al enige tijd in de greep van innovatie. Voor ondernemers die een activiteit als innovatie weten te bestempelen, lonken aanzienlijke voordelen in vooral de loonbelasting en de winstbelasting.

Voor de fiscale fijnproevers heb ik het over de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk: 32 tot 40 procent belastingkorting op de loonsom, dat soms bijna gelijk staat aan belastingvrij personeel.

Daarnaast gaat het over de expatregeling: 30 procent belastingvrijstelling van het loon. En over de innovatiebox: winsten tegen slechts 5 procent belast.

Verslavende cocaïne

Het enthousiasme voor deze zeer ruimhartige regelingen kent geen grenzen. Ik zal u verklappen dat innovatie soms echt ver te zoeken is. Het is naar mijn mening vooral een stiekem mechanisme om bepaalde sectoren belastingvoordelen te geven ten koste van andere sectoren.

Lees ook deze column van Michiel Spanjers:

Weg met de belastingoctopus!

Op mij komt de fiscale stimulering van innovatie over als (verslavende) cocaïne. Specifieke belangenorganisaties dealen het rond aan politici en beleidsmakers, die er met graagte van snoepen.

Maar een cocaïneverslaving kent twee kenmerken die hier ook van toepassing zijn: het is kansloos en kost handenvol geld.

Kansloos

Waarom het fiscaal stimuleren van innovatie kansloos is? Het bedenken van ‘iets’ nieuws of het verbeteren van ‘iets’ dat al bestaat, is voor veel ondernemers een kernactiviteit. Innoveren om te overleven.

Wat innovatie dan precies is, is moeilijk – zo niet onmogelijk – af te bakenen. Een boer die zijn stal efficiënter en duurzamer inricht, is dat innovatie?

Of denken we dan alleen maar aan de whizzkid die een nieuw app ontwikkelt? Of is innovatie het werk van witte jassen in laboratoria?

Ambtelijk lijstje

De overheid doet daarentegen net alsof innovatie zich in een afvinklijstje laat vatten. Op basis van een batterij aan voorwaarden wordt namelijk door een ambtenaar getoetst of een ondernemersactiviteit innovatief is.

Een ambtenaar? Ja echt waar, een ambtenaar. Ik dicht ambtenaren veel kwaliteiten toe, maar inzicht in innovatie?

De keerzijde is dat een ondernemer al die jeukerige voorwaarden niet zelf kan doorgronden. Hij of zij is dan ook meestal genoodzaakt een duurbetaalde belastingadviseur in te schakelen om überhaupt de regelingen te kunnen gebruiken.

De toegang tot deze belastingvoordelen is daardoor dus alleen weggelegd voor ondernemers die lappen voor externe expertise.

Lees ook dit commentaar van chef economie Jean Dohmen:

Afschaffen dividendbelasting verdient geen schoonheidsprijs

Happy few

Van dit soort ongelijkheid (alleen toegang voor de ‘happy few’) krijg ik altijd een wat ongemakkelijk gevoel.

Eigenlijk is het niets anders dan geformaliseerde willekeur. Ik bedoel, als de nieuwe Albert Einstein meent in Nederland zijn onderzoek te moeten doen, kan ik me iets bij innovatie voorstellen. Maar het waren niet zo lang geleden nog Poolse vrachtwagenchauffeurs en Spaanse bouwvakkers die de expatregeling konden toepassen.

Dit is concurrentievervalsing en geen innovatie!

Werken die regelingen eigenlijk? Ondernemers zullen vaak nieuwe dingen bedenken, maar of het door de fiscale stimulansen komt, is zeer de vraag. Er zijn onderzoeken naar de effectiviteit van de verschillende regelingen gedaan.

De uitkomsten zijn negatief dan wel ambivalent. Of ze hebben een hoog ‘wensdenkgehalte’: we willen dat het werkt, dus linksom of rechtsom gaan we dat ook aantonen. Mij overtuigt het in ieder geval absoluut niet.

Kosten bedragen 3,8 miljard euro

En dan nog de kosten van de fiscale stimulering van innovatie. In augustus gaf ik een interview aan Elsevier Weekblad over deze materie. Ik noemde toen een jaarlijks bedrag van 3,5 miljard euro. Inmiddels ligt er nieuwe begroting met actuele cijfers.

Ik ben geschrokken. Het jaarlijkse bedrag aan lagere belastingopbrengst is namelijk alweer opgelopen naar 3,8 miljard euro en zal naar verwachting in de loop van de kabinetsperiode de 4,0 miljard overstijgen. Dat is toch serieus geld.

Even leek er hoop. De kritiek op de fiscale innovatieregelingen is inmiddels ook tot politici en beleidsmakers doorgedrongen. Hoewel doorgedrongen? Als dat echt zo is, zou er natuurlijk pardoes een streep door deze regelingen gaan.

Nee, de reactie is meer die van een betrapte verslaafde. Dus geen traject van afkicken, maar de plechtige belofte van ‘een beetje minderen’.

Ietsepietsje beperking

Wat dat betekent? Twee fiscale innovatieregeling worden ietsepietsje beperkt. De duur van de expatregeling gaat naar 5 jaar en het tarief in de innovatiebox gaat naar 7 procent. Dit levert jaarlijks nog geen 400 miljoen euro op. Kortom, om de kritiek te pareren wordt de komende jaren nog geen 10 procent van het jaarlijkse budget afgehaald.

Lees ook deze column van Michiel Spanjers: Rutte spekt schatkist Trump

Dit alles is een pijnlijk verhaal voor de ondernemers in Nederland die toevallig niet iets doen wat het willekeurige predicaat innovatie krijgt.

Ik geloof in een vruchtbaar ondernemersklimaat. Ach, laat ik ook hip doen: zelfs ik geloof in een innovatief ondernemersklimaat. Maar dan wel voor alle ondernemers, en niet slechts voor de happy few.

Michiel Spanjers is publicist en ondernemer en als fiscalist verbonden aan de Universiteit Leiden. Dit is de achtste aflevering van een nieuwe serie waarin hij ons fiscaal stelsel onder de loep neemt.

Andere verhalen uit deze serie:

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.