buitenland

Aleppo: missie VN-gezant lijkt vruchten af te werpen

Door Tom Reijner - 03 mei 2016

De Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov is hoopvol gestemd na gesprekken met de VN-gezant voor Syrië, Staffan de Mistura. Volgens Lavrov kan er de komende uren zomaar een akkoord op tafel liggen over Aleppo.

Dat zou betekenen dat de ‘wapenstilstand’ – officieel een ‘regime van stilte’- die nu geldt voor de regio rond Damascus en Latakia ook van kracht wordt voor de noordelijk gelegen Syrische stad.

Ziekenhuis

De besprekingen komen op een moment dat er weer nieuw geweld is uitgebroken in Aleppo, dat volgens persbureau Reuters aan zeker veertien mensen het leven heeft gekost. In de afgelopen tien dagen zouden zeker 250 mensen zijn omgekomen, onder meer door twee aanvallen op een ziekenhuis.

Lavrov stelde wel een belangrijke voorwaarde, en dat is dat de rebellen de gebieden moeten verlaten waar ook jihadisten zijn. Terreurbewegingen als Jabhat al-Nusra zijn doelwit van Russische en Syrische jets. Het Kremlin is bondgenoot van Assad in zijn strijd tegen de vijanden van zijn bewind. De dictator heeft de afgelopen tijd de wind in de zeilen, en zou daarom op dit moment niet zo veel belang hebben bij een alomvattende wapenstilstand.

Dichterbij

Zondag was de Amerikaanse minister van Buitenlandse John Kerry voorzichtig optimistisch. ‘We komen dichterbij, maar we zijn er nog niet: er is nog heel wat werk te verzetten.‘ Kerry zei er vooral op uit te zijn de Russen te bewegen tot samenwerking, waarbij het Syrische regime ‘aandachtig’ naar het Kremlin zou moeten luisteren.

De Amerikaanse regering wil dat Moskou druk uitoefent op de Syrische president Assad, om zo de bombardementen op Aleppo te stoppen. Na een dringende oproep van De Mistura om het geweld de kop in te drukken, spraken Rusland en de Verenigde Staten af om een ‘regime van stilte’ in te stellen, een soort wapenstilstand rond Latakia en Damascus, waar Assad de scepter zwaait. Maar voor Aleppo veranderde er niets met deze ‘deal’.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.