buitenland

Had terreur in Brussel erger gekund? Commissie heeft nieuwe details

Door Emile Kossen - 12 mei 2016

De aanslagen in Brussel hadden nog veel meer slachtoffers kunnen veroorzaken, en de crisiscommunicatie na de terreurdaden was gebrekkig. Dat zijn een aantal van de bevindingen van een Belgische parlementaire onderzoekscommissie.

Uit het onderzoek dat deze week is gestart blijkt dat een combinatie van geluk, acties van de politie en een terreurcel die zonder echte leider opereerde, de impact van de aanslagen in Brussel, waarbij 32 doden vielen, heeft beperkt.

In het onderzoek komt vooral naar voren dat de drie zelfmoordterroristen op Zaventem zeer gehaast handelden. Toen de eerste bom van Ibrahim el-Bakraoui was afgegaan, leek nummer twee Najim Laachraoui nog niet op de afgesproken plek.

Opwaarts, niet zijwaarts
Hij begon na de ontploffing namelijk hard te rennen in de richting van vluchtende mensen, waarna zijn koffer vol met explosieven van zijn kar viel. De kracht van de explosie was daardoor vooral opwaarts, vertellen onderzoekers aan The Wall Street Journal. Het verklaart waarom een deel van het plafond van de vertrekhal werd vernietigd.

De acties van de derde zelfmoordterrorist, Mohamed Abrini, zorgden er mede voor dat veel reizigers wisten te ontsnappen. Abrini ging achter een pilaar staan, met zijn handen op zijn oren. Mensen om hem heen besloten te vluchten, zo valt te zien op bewakingsbeelden. Hij rende daarna zelf ook weg, zonder zijn bom af te laten gaan.

Geen leider
De onderzoekers geloven dat de terreurcel oorspronkelijk werd geleid door Abdelhamid Abaaoud, die de aanslagen in Parijs plande. Na zijn dood was er geen leider en heerste onduidelijkheid over de te volgen strategie. De broers el-Bakraoui zouden wel af en toe aanwijzingen hebben gekregen van IS-jihadisten uit Syrië.

Onderzoekers denken dat ze eigenlijk plannen hadden om in Brussel met automatische wapens toe te slaan, vergelijkbaar met de aanslagen in Parijs. Begin maart stuitte de Belgische politie bij de arrestatie van Mohamed Belkaïd echter op hun wapenvoorraad en werden de plannen aangepast.

Abrini bekent: ik was derde terrorist Zaventem

Gebrekkige communicatie
Uit gesprekken die de onderzoekscommissie had met verantwoordelijken van de Brusselse metro, blijkt verder dat de communicatie na de aanslag op Zaventem te wensen overliet. Het hoofd van de spoorwegpolitie, Jo Decuyper, geeft toe dat het noodsysteem niet goed werkte, en dat een aantal van zijn sms-berichten niet werden verstuurd.

Ook kreeg Decuyper minuten voor de tweede aanslag, in een metrostel dichtbij station Maalbeek, een e-mail met de oproep om de Brusselse metro zo snel mogelijk te sluiten. Omdat de mail naar zijn persoonlijke mailbox was gestuurd, zag de politiebaas het te laat. Niet handig, gaf Decuyper toe, maar ook niet doorslaggevend: in een paar minuten tijd had de metro niet kunnen worden geëvacueerd.

De vraag blijft of het metronet niet sneller had kunnen worden gesloten. Om 8.20 uur, zo’n vijftig minuten voor de aanslag bij Maalbeek, kreeg metrobedrijf MIVB officieel bericht van de aanslag op het vliegveld. Onduidelijk is of toen ook al was gewaarschuwd voor terreur.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.