buitenland

Amerika bombardeert IS in Libië: ‘Zitten te dicht bij Europa’

Door Emile Kossen - 01 augustus 2016

De Amerikaanse luchtmacht is maandag begonnen met het bombarderen van de Libische stad Sirte, een bolwerk van Islamitische Staat (IS). Het betekent een nieuwe uitbreiding in de strijd tegen de terreurgroep.

President Barack Obama keurde de luchtaanvallen op Sirte goed, meldt het Pentagon maandag. De aanvallen zijn voor onbepaalde tijd en moeten helpen om ‘cruciale, strategische vooruitgang’ te boeken in het instabiele land.

IS mag van Libië geen ‘safe haven’ maken zo dichtbij Europa, aldus woordvoerder Mark Wright. Het ministerie van Defensie schat dat er in Sirte nog zo’n duizend jihadisten van IS aanwezig zijn.

Eindelijk toestemming van Libische regering
De Libische eenheidsregering van Fayez al-Sarraj zei op televisie dat hij om de Amerikaanse luchtsteun had gevraagd en dat er al ‘grote verliezen’ zijn toegebracht. Volgens diplomaten dringt Amerika al maandenlang aan bij de Libische regering om toestemming te geven voor luchtaanvallen.

Libische strijdkrachten startten in mei een offensief tegen IS, dat in 2015 grote kuststroken in het land wist te veroveren. Tot nu toe hielpen Amerikaanse speciale eenheden bij het plannen van aanvallen tegen IS en voerden ze sporadisch luchtaanvallen uit. De veranderde houding van Obama toont aan dat de groei van IS in Libië tot grote zorgen leidt.

Land verkeert in chaos
IS-leiders maakten havenstad Sirte binnen de kortste keren tot hun belangrijkste bolwerk in Noord-Afrika en benadrukten keer op keer dat ze aan de poorten van Europa stonden. De afgelopen maanden boekten de Libische strijdkrachten een aantal succesjes en duwden ze de jihadisten naar de binnenstad van Sirte.

IS ondervond eerder vrijwel geen tegenstand in Libië. Sinds de val van Muam­mar al-Khaddafi is de anarchie gestaag gegroeid. Het land is uiteengevallen in honderden mini­staatjes, met allemaal een eigen leger, en een door de VN erkende eenheidsregering. Die heeft echter weinig macht in het land.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.