buitenland

Zelden werden zo veel migranten gered uit zee op één dag

Door Tom Reijner - 30 augustus 2016

De Italiaanse kustwacht vaart af en aan om migranten en vluchtelingen uit de Middellandse Zee op te pikken. De afgelopen dagen zijn zo’n tienduizend migranten van de boten opgepikt.

De marine heeft naar eigen zeggen veertig reddingsoperaties uitgevoerd, in samenwerking met onder meer het Europese grensagentschap Frontex. Het afgelopen etmaal alleen al werden 6.500 vluchtelingen, die op bootjes de oversteek waagden naar het Europese vasteland, aan boord gehaald.


De reddingsacties hadden zo’n 20 kilometer ten noorden van de Libische stad Sabratha plaats. De migranten sprongen, toen zij de reddingsboten aan zagen komen, van boord.

Dodelijke migratieroute

Het gaat om de hoogste aantallen geredde migranten op één dag in de Middellandse Zee in de afgelopen jaren. De meeste migranten komen uit Somalië en Eritrea. Volgens de Britse krant The Telegraph zijn het mensen die enige tijd in Libië verbleven, maar dat land nu ontvluchten vanwege de aangewakkerde strijd tegen Islamitische Staat in en rond kuststad Sirte.

De route naar Italië is gevaarlijk: de tocht over de Middellandse Zee staat bekend als de dodelijkste migratieroute naar Europa. Anders dan de oversteek tussen Turkije en Griekenland duurt het even voordat je het vasteland bereikt. Vaak wordt de tocht gemaakt in gammele, overvolle bootjes. Volgens de Internationale Organisatie voor Migratie zijn er dit jaar al ruim 100.000 migranten en vluchtelingen aangekomen in Italië.

Machtsvacuüm in Libië

Door de instabiliteit in Libië en het ontbrekende gezag is het land uitgegroeid tot een belangrijk vertrekpunt voor migrantenbootjes. Immers, wie controleert wie aanlegt en wie wegvaart? De Europese Unie probeert iets aan de mensensmokkelaars en hun netwerken te doen.

Operatie Sophia, zoals de militaire missie heet, moet deze criminelen pijn doen. Maar het is maar de vraag op de operatie ook echt zoden aan de dijk zet, zoals werd geschreven door deze commissie van het Britse Hogerhuis in mei.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.